Hier zijn ze gericht op winnaars

Tatjana van Zanten woont graag in Bloemendaal, ondanks de onoprechtheid. Brigit Kooijman

Bloemendaal 7-11-2012 Naar aanleiding van het nieuwe boek van Tatjana van Zanten over de gemeenschap in Bloemendaal. Foto Floren van Olden

Bloemendaal is de rijkste gemeente van Nederland. Het gemiddelde inkomen per inwoner ligt 65 procent boven het landelijk gemiddelde. Slechts 22.000 mensen wonen er, verspreid over de dorpen Bloemendaal, Overveen, Aerdenhout, Vogelenzang en Bennebroek, op ruim 4.500 hectare bos- en duingrond, vlakbij zee. Door de ligging is Bloemendaal van oudsher in trek bij welgestelden uit Haarlem, Amsterdam en omgeving.

Er is één probleem: de mensen. Althans, volgens schrijfster Tatjana van Zanten. Zij beschrijft in haar nieuwe, vorige week verschenen roman Supergelukkig hoe ze als geboren en getogen Amsterdamse verhuist naar Bloemendaal, samen met haar man, schrijver Kees van Beijnum (ook Amsterdammer). Vanwege het groen, de rust en de ruimte. Ze ervaart een cultuurschok als ze de levensstijl van de Bloemendalers leert kennen: schaamteloos hedonistisch, materialistisch en egoïstisch.

Net als in Wassenaar en ’t Gooi en andere plaatsen waar veel rijke mensen wonen is het ‘sociaal darwinisme’ er zeer sterk aanwezig: wie zijn kind op hockey doet, wil dat het de beste wordt, en komt daar ook rond voor uit. Als zoon of dochter niet minstens havo-vwo-advies heeft, huur je een privéleraar in die zorgt dat het in orde komt.

Natuurlijk wonen er ook normale mensen in Bloemendaal. Aardige, fatsoenlijke mensen. Maar één met de Bloemendalers zal Tatjana van Zanten (46) nooit worden.

De toon in Supergelukkig is aanvankelijk een vrolijke zedenschets van een uiterst welvarend hockeydorp, bevolkt door mannen voor wie geld verdienen het allerbelangrijkste in het leven is en vrouwen die, immer peperduur gekleed, gekapt en opgemaakt in hun landrovers van koffieochtend naar lunchparty tuffen. De toon wordt grimmig als het dochtertje van haar nicht wordt gepest en buitengesloten door haar klasgenoten, en uiteindelijk van school af moet. Geen van de ouders neemt het op voor het meisje, ze doen allemaal of hun neus bloedt. Want met hún kind gaat het toch goed?

Jullie wonen nog steeds in Bloemendaal. Waarom bent u dan niet gillend weggerend?

„Dat is in de tijd van die pestaffaire wel in me opgekomen, maar dat zou vluchten geweest zijn, en dat wilden we niet. En nu wil ik al helemaal niet meer weg. Ik hou heel erg van het leven in Bloemendaal, het is zoveel relaxter en fijner dan in Amsterdam. Daar word je als fietser voor kutwijf uitgescholden wanneer je voor het stoplicht staat te wachten en iemand wil je passeren om door rood te kunnen rijden. Hier stap ik op de fiets en vijf minuten later ben ik bij een prachtig duinmeertje. De rust hier zorgt iedere dag voor heel veel geluksmomenten. De eekhoorntjes in de tuin, de vogels.”

In het boek proef ik een fascinatie voor de Bloemendaalse levensstijl.

„Wat ik altijd wel weet te waarderen, is het enthousiasme en de dadendrang van de mensen hier. Als ze een feest organiseren, halen ze alles uit te kast en gaan ze er helemaal voor. Niks is te veel. Dat heeft iets leuks, zeker als het een feest voor kinderen is. Ze hebben een positieve uitstraling, zijn communicatief: ‘Hé, fantastisch!’. Niet altijd even oprecht, maar wel goed voor de sfeer.”

Bloemendalers die ik spreek zeggen: die pestaffaire, hoe rot ook, had overal kunnen gebeuren.

„Dat zou heel goed kunnen, want overal wordt gepest. Ik denk alleen dat Bloemendalers minder compassie hebben met de underdog. De meeste zijn hoogopgeleid én rijk geworden in zaken. Daarvoor moet je een bepaalde hardheid hebben, men richt zich op de wereld van de winnaars, niet die van de verliezers. Daar komt bij: in een andere gemeenschap is een schooldirecteur misschien nog iemand van betekenis, maar hier stelt die he-le-maal niets voor. In de situatie die ik beschrijf werd het kind zo erg gepest dat het thuis kwam te zitten. Zoals dat gaat in dergelijke gevallen kwam er een ‘pestjuf’ op school. Zo iemand boekt meestal resultaten. Maar als de ouders van de grootste pester zegt: ‘Mijn kind gaat geen minuut lestijd spenderen aan die onzin’, dan is zo’n schooldirecteur weg. Die geeft de boodschap door aan de pestjuf, die vervolgens het probleem probeert op te lossen zonder de pesters. Wat een onmogelijke missie is.”

Hoe heeft het wonen in Bloemendaal jou veranderd?

„Amsterdam en Bloemendaal liggen 25 kilometer uit elkaar, maar voor een Amsterdammer – en zeker voor iemand als ik die nooit ergens anders gewoond heeft – is het een enorme stap om naar Bloemendaal te verhuizen. Dat ik me hier nu thuisvoel, geeft een gevoel van vrijheid, want dan kan ik waarschijnlijk overal wel wonen. Ik hoor hier niet, maar misschien hoor ik wel nergens. Aan de Amsterdamse levensstijl valt ook wel wat af te doen, die oh zo bestudeerde nonchalante kleding, dat quasi-relaxte en familiaire. Het is een denkbeeldige vrijheid. Net zo’n keurslijf als de vergrote borsten en de perfecte kapsels hier in Bloemendaal.”

Tatjana van Zanten: Supergelukkig. Uitgeverij Thomas Rap, : 304 blz., 18,90 euro