Het stikt hier van de Paula Broadwells

Ik ken die vrouw, dacht ik in januari, toen ik voor het eerst beelden van Paula Broadwell zag. Lang voordat haar affaire met CIA-directeur David Petraeus uitkwam, trad ze op in The Daily Show van Jon Stewart over haar pas verschenen biografie van Petraeus. Het was de manier waarop ze opkwam die me zo bekend voorkwam. Een slanke, afgetrainde vrouw. Blik naar voren, zelfverzekerde lach. Ze stak haar duimen omhoog. Toen ik de beelden deze week terugzag, realiseerde ik me dat ze me niet aan één, maar aan veel vrouwen doet denken.

In mijn buurt, in het welgestelde noordwesten van Washington, stikt het van de Paula Broadwells. Ik doel niet op hun huwelijkse moraal, maar om de manier waarop ze in het leven staan. Overal werd Broadwell (40) de afgelopen dagen beschreven als de archetypische Power Woman. Ze is een moeder van twee kinderen, leuke echtgenote, carrièrevrouw, sportief. Wat heet: ze voltooit triatlons. Het schrijven van een dissertatie en, later, een boek over Petraeus deed ze „zonder een druppel zweet”, zei haar co-auteur, Vernon Loeb. The New York Times ging naar Broadwells buurt, de wijk Dilworth in Charlotte, North Carolina. Paula Broadwell heeft ondanks haar drukke werk tijd om de kinderen elke ochtend naar de bushalte te brengen, elke avond kaarsen aan te steken voor het diner en geld in te zamelen met spreekbeurten op liefdadigheidsetentjes. Broadwell groeide op, zei ze ooit, met dit motto: „Nee zeggen is een teken van zwakte.”

Charlotte lijkt in veel opzichten op Woodley Park in Washington, de wijk waar ik woon. Er wonen Amerikanen met grote carrières in de politiek of het bedrijfsleven. Bijna zonder uitzondering zijn het tweeverdieners met glanzende carrières. Over succes wordt niet bescheiden gedaan.

Een vrouwelijke kennis, politiek consultant, vertelde deze week trots hoe goed haar klanten, kandidaten voor het Congres, het bij de afgelopen verkiezingen hebben gedaan. „Met veel minder geld dan hun Republikeinse tegenstanders”, zei ze erbij. Op feestjes kom je niemand tegen die niet meteen een indrukwekkend cv opdreunt, met net wat geestige zijpaden om de monoloog draaglijk te houden.

Een buurvrouw die even verderop woont, is consultant. Ze is begin veertig, lang en slank. Ze voedt een 4-jarig meisje op, besteedt haar avonden met een boekenclub en zorgt ervoor dat iedere seconde in haar leven efficiënt besteed wordt. Toen ik een keer ’s ochtends om zes uur wegreed voor een reis, haalde ik haar in terwijl ze haar vaste duurloop deed. „Héérlijk vind ik dat rennen”, zei ze met een stalen grijns. Ik moest aan haar denken toen ik las dat Broadwell Petraeus interviewde door met hem langs de rivier de Potomac in Washington te joggen. Het is Washington in optima forma.

De tragiek van buurten als Woodley Park en Dilworth is dat de vrouwen zich voegen naar een verwachtingspatroon: ze moeten supervrouwen zijn. Zwakte wordt niet getoond, alsof het niet bestaat.

Zelfspot overigens wel, dat is een aanvaarde manier om te laten zien dat je diep in je hart gewoon bent gebleven. Voor mannen gelden minder hoge standaarden: ze moeten goed zijn in hun werk, verder mogen ze er vadsig bijlopen en hun kinderen verwaarlozen.

Het maakt de val van Paula Broadwell nog pijnlijker. De mythe van de vrouw die alles kan, mag niet doorgeprikt worden. Broadwell kon niet voldoen aan het bijna onmenselijk perfecte beeld dat ze van zichzelf geschapen had, en dat haar omgeving van haar verwachtte. Zoals Madeleine Albright, die in de buurt woont, eens zei: „Er is plaats voor middelmatige mannen in deze wereld, maar niet voor middelmatige vrouwen.” Mijn buurt zal alleen het hoofd schudden en zeggen: Broadwell is mislukt.