Het kabinet gaat door...

Met een gewijzigd regeerakkoord, en na de excuses van de premier, kan het kabinet-Rutte II nu echt aan de slag. Dat is tenminste wel te hopen, want met name de VVD heeft de laatste weken veel energie moeten steken in overleg met en uitleg aan de achterban, zonder veel succes. De leden en andere critici raakten niet overtuigd.

Nivellering van de inkomens via de zorgpremies is nu toch van de baan, nivellering via de inkomstenbelasting is ervoor in de plaats gekomen.

Vandaag en morgen legt het nieuwe kabinet verantwoording af in de zaal waar het hoort: de Tweede Kamer. Want ministers zijn primair verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiging en niet aan het handjevol burgers dat lid is van een politieke partij.

Het lijkt op een doorstart van het tweede kabinet-Rutte, van VVD en PvdA, ware het niet dat er geen tekenen van een naderend politiek faillissement zijn geweest. Bij alle publicitaire schade en het verlies aan geloofwaardigheid valt er aan de creditzijde de gebleken wil te noteren, bij beide partijen, om in hun coalitie te investeren.

Dat is alvast een groot verschil met dat vroegere kabinet dat ook al voor het afleggen van de regeringsverklaring in interne problemen verzeild raakte. Het tweede kabinet-Van Agt (CDA, PvdA en D66) kwam toen, in oktober 1981, ten val door een conflict over de kosten van een banenplan van vicepremier en PvdA-leider Den Uyl.

Na een lijmpoging maakte Van Agt II een echte doorstart, maar het kwam niet meer goed. Het kabinet strompelde verder, viel een half jaar later weer om, en kwam niet meer overeind.

Het is vooralsnog te hopen dat Rutte II dit lot blijft bespaard. Het land is in deze tijd toe aan een stabiel en crisisbestendig kabinet en zit niet te wachten op de zoveelste vervroegde verkiezingen.

Goede onderlinge verhoudingen tussen de coalitiepartners, zo afwezig destijds tussen Van Agt en Den Uyl, zijn daarvoor een eerste voorwaarde. Maar ook zal het kabinet moeten investeren in de relaties met derden. Met de sociale partners bijvoorbeeld, waartoe het al enkele stappen heeft gezet.

Maar ook en vooral moet het kabinet het overleg aangaan met het parlement. Dat is al vanzelfsprekend, maar geldt des te meer in de wetenschap dat VVD en PvdA weliswaar in de Tweede Kamer over een meerderheid beschikken maar voorlopig niet in de Eerste Kamer.

Het kabinet ontkomt niet aan maatregelen die burgers rechtstreeks treffen en die maatschappelijk omstreden zullen zijn. Juist dan is zoeken naar een breder draagvlak dan dat van de twee coalitiepartijen essentieel. Het debat over de regeringsverklaring is daarvoor alvast een gelegenheid.