Het is beter om kiezers naar de mond te praten

Van modestemmen tot de hegemonie van oude grijze mannen. Rens Raemakers onderscheidt drie kernproblemen in onze democratie.

Met de ontwikkelingen van de laatste decennia – referenda, interactieve beleidsvorming en actief burgerschap – lijkt de democratie zich geëvolueerd te hebben tot aan een volmaakt eindpunt. Toch zijn er fundamentele problemen met onze democratie, die ook de afgelopen weken en maanden weer duidelijk aan het licht kwamen. Ik noem de drie belangrijkste.

1Volatiliteit in de peilingen. Op 12 september stemden 2,5 miljoen mensen op de VVD; vandaag zouden 1,1 miljoen mensen, die twee maanden geleden nog VVD stemden, volgens Maurice de Hond op een andere partij stemmen. Van de 2,3 miljoen stemmers die in september nog voor het nieuwe elan van Diederik Samsom kozen, zijn er nu al 700.000 afgehaakt. De Hond peilde zelfs dat een kwart van de VVD-kiezers, dus zo’n 600.000 mensen, waarschijnlijk nooit meer op de VVD gaat stemmen!

Wat is de democratie waard als twee maanden na de verkiezingen de helft van de kiezers alweer op een andere partij wil stemmen? Hoe gemotiveerd is die keuze op 12 september dan tot stand gekomen? Verkiezingen lijken steeds meer een willekeurige interventie in de politieke verhoudingen te worden; afhankelijk van wanneer ze gehouden worden, en of de partij en vooral de lijsttrekker toevallig ‘in’ is of niet.

2Selectieve medialogica. Essentieel bij dit alles is de rol van de media. Hoe selectief waren de media tijdens de verkiezingscampagne bij het steeds herhalen en framen van de goede momenten van Samsom en de slechte momenten van Roemer? Hoe subjectief was de analyse van experts bij RTL dat Samsom het eerste debat overweldigend had gewonnen? En wat te denken van de campagne die De Telegraaf tijdens de verkiezingsstrijd tegen SP-voorman Emile Roemer voerde; vergelijkbaar met de campagne die men de laatste weken tegen het zorgpremieplan van ‘Marx Rutte’ en de VVD heeft gevoerd.

Nog schokkender is dat ook serieuzere media als Pauw en Witteman en het NOS Journaal de feiten selectief interpreteren. Neem bijvoorbeeld het zorgpremieplan. Dat is het zeker waard om kritisch beoordeeld te worden, maar er is geen wezenlijk verschil met andere ingrijpende maatregelen uit het regeerakkoord. De keuze van de media om zich op één maatregel te storten is ongepast: de strijd tegen een dergelijke maatregel zou moeten worden gevoerd door politieke partijen en belangenorganisaties.

3Kortetermijnpolitici. Het derde kritiekpunt heeft te maken met de langetermijngevolgen van ons huidige beleid . De beslissingen die nu worden gemaakt door oude, grijze mannen gaan ten koste van generaties die nog geboren moeten worden.

Er is jarenlang gezwegen over de vergrijzing en over de uit de hand gelopen kosten van de verzorgingsstaat, die men had kunnen zien aankomen. Daarnaast heeft onderzoek van het SCP uitgewezen dat de generaties die tussen 1960 en 1990 geboren zijn, gemiddeld 1.500 euro netto per jaar profijt hebben van de overheid; de generatie die vanaf nu tot 2050 geboren wordt moet het met slechts 500 euro doen.

Maar het hoofddoel van politici – in een politiek systeem waar de omloopsnelheid van vertegenwoordigende en bestuurlijke functies snel is – is om de volgende keer herkozen te worden. Dan is het beter om kiezers naar de mond te praten dan om écht problemen op te lossen.

Al met al staat de democratische legitimiteit van ons bestel onder druk. De omloopsnelheid van politici is hoog, en de volatiliteit van stemkeuze nog hoger. Die snel veranderende keuze wordt sterk gestuurd door subjectieve en selectieve berichtgeving van media, die alleen kritisch zijn omdat ze daar zelf beter van worden. Als politici al rationeel handelen, dan is dat gericht op hun eigenbelang en niet op het landsbelang. Zo bezien ontstaat een sombere visie op wat onze democratie eigenlijk voorstelt; ‘de kiezer’ kun je dat niet eens kwalijk nemen.

Rens Raemakers is student Bestuurskunde aan Tilburg University.