Column

Gezocht: ‘zakkenvullers’

Met het verkleinen van de inkomensverschillen in Nederland hebben de Partij van de Arbeid en de VVD goud in handen. Beseffen ze dat wel?

Maar stop met dat woord nivelleren. Dat is theater met een halve Robin Hood: wel ‘stelen’ van de hoge(re) inkomens, maar de ontvangers zien niet waar hun extra geld vandaan komt. Het is half ei, lege dop, alles voor nop.

Nee, de vraag van het kabinet aan de burgers moet zijn: is de kloof tussen arm en rijk te groot geworden? Ja, zei 65 procent van de mensen in het meest recente onderzoek van denktank SCP. Het onderwerp leeft. Zodra je ook maar iets over de economie vraagt, valt één term, ontdekte het SCP. Bonussen. Daar zit de volkswoede. Plus de synoniemen: graaicultuur bij banken, te hoge beloningen aan de top, zakkenvullers.

Het is het sentiment van ‘wij’, de 99 procent voor wie bezuinigen en en baanonzekerheid heersen, tegen ‘zij’, de 1 procent, de hoge heren, de grote mannen, zoals het SCP de stem des volks vertaalt, die al veel verdienen en nog meer willen.

VVD en PvdA voelen in het regeerakkoord de sfeer feilloos aan met de limitering van bonussen in de financiële wereld tot 20 procent van het salaris. Maar dat kan op veel grotere schaal en doortastender. Niet dat miezemauzen met belastingschalen en kortingen die het kabinet nu voorstelt. Als het kabinet werkelijk van mening is dat het crisis is, dan moet zij daar ook naar handelen. Limiteer bonussen in het hele bedrijfsleven.

De inkomensverhoudingen zijn in Nederland over de hele linie evenwichtig, maar de top van het bedrijfsleven heeft met aandelen- en optieregelingen echt een groter deel van het nationaal inkomen naar zich toe getrokken, bleek twee jaar geleden uit onderzoek van het Centraal Planbureau?

Het percentage bonusbelasting is een politieke keuze. 50 procent? 100 procent? Te ingewikkeld? Dan maar een extra tarief in de inkomstenbelasting van 75 procent. Dit dekt de populistische flank voor de PvdA af: SP en PVV zijn hier concurrenten.

Natuurlijk, dit maakt een deel van de VVD-achterban opnieuw razend. In het SCP-onderzoek dat vóór de verkiezingen is gehouden, keerden burgers met een VVD-stemintentie zich het meest tégen de stelling dat het verschil arm-rijk te groot is geworden. Dus: uitruilen.

De PvdA heeft wisselgeld. De beloningen van bestuurders in de semipublieke sector én overheidsbedrijven worden per 2014 verlaagd naar een ministerssalaris (zeg: 120.000 euro) voor grote organisaties en 80.000 euro voor kleinere. Dat treft meer dan gemiddeld PvdA-leden en -sympathisanten, zoals bij woningcorporaties. Om de beste minister die niet in het kabinet zit, de Amsterdamse burgermeester Eberhard van der Laan (PvdA) uit 2009 te citeren over corporatiebestuurders: „Dat gegraai is een belangrijke oorzaak dat het zo slecht gaat met de PvdA. Het is gif.”

Over de hele linie wordt het ontgiften: van een paar duizend zorginstellingen, honderden woningcorporaties, de omroepen, waterbedrijven en de (financiële) toezichthouders tot ABN Amro en Schiphol. Ja, fijn is anders. Maar het is crisis. En crisisbestrijding kan niet zonder pijn én symboliek. Het kabinet dat de pijn wil verdelen, begint bovenaan de ladder, niet in het midden.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.