En wat als het land wéér nee zegt?

Ouders kunnen niet de hele tijd kinderen hun zin geven. Voor politiek leiders geldt hetzelfde. Straks gaan ‘de mensen in het land’ weer morren. En dan?

Rotterdam. Te snel meebuigen, weet elke ouder, is een recept voor eindeloze discussies en de afbrokkeling van gezag. Je geeft een vinger en verliest een hele hand. Je wilt aardig doen, maar wordt ongeloofwaardig. Je smelt voor een kinderblik of wilt gewoon van het gezeur af zijn, maar vroeg of laat volgt de afrekening.

„Je bent niet erg consequent, pappa. De vorige keer zei je dat het wél mocht!”

Kiezers zijn geen kinderen, maar zij weten net als kinderen heel goed wanneer ze moeten toeslaan. Namelijk nú.

De zorgpremie, die heel slecht viel in Nederland (zie de klagende VVD-leden, zie De Telegraaf van de afgelopen weken), lijkt van tafel. En meteen stonden arbeidsrechtadvocaten op, omdat ze niets zien in de geplande wijzigingen in het ontslagrecht. SP en PVV begonnen direct met een campagne tegen het schrappen van de gratis ov-kaart voor studenten. Geef ze eens ongelijk: bij een kabinet dat zo snel overstag gaat, valt vast meer te halen.

Een politiek experiment moest het worden, Rutte II. Polderen, maar dan anders. Modern, bevlogen, jeugdig. Geen weinigzeggende ‘Paarse’ compromissen meer, geen beleid meer waar je warm noch koud van wordt, maar ‘uitruilen’: wat vind jij het belangrijkste, wat ik, en kunnen minder belangrijke zaken daarvoor niet (in ieder geval even) wijken? Met als doel een „politieke cultuur die ideeënstrijd niet meer afremt, maar juist stimuleert”, schreef deze krant twee weken geleden, toen het regeerakkoord naar buiten kwam. Een cultuur die ambitie beloont en middelmaat afstraft: weg met de grijze bestuurders, leve de staatsmannen.

En: leve de politici met een visie, die het land willen leiden. Die soms maatregelen moeten nemen die slecht vallen, maar waar ze – zou je hopen – goed over hebben nagedacht. Maatregelen dus, die ze kunnen verdedigen, omdat hun handtekening eronder staat. Van ervaren politici mag je verwachten dat ze nadenken over wat hun plannen mogelijk aan emoties teweeg brengen en dat ze antwoorden klaar hebben staan als het zover is.

Maar voor het nog goed en wel is begonnen, lijkt het experiment alweer voorbij. Premier Rutte en PvdA-leider Samsom zijn in allerijl op zoek gegaan naar een alternatief voor de zo fel bekritiseerde inkomensafhankelijke zorgpremie. Het regeerakkoord wordt ervoor opengebroken. Nu al, na amper twee weken. Het waarschijnlijke alternatief – belastingverhogingen – klinkt ouderwets ongeïnspireerd. En slikken de VVD-leden dát dan wel? En De Telegraaf? Of moeten Rutte en Samsom over twee weken wéér iets anders zoeken?

Want hoe gaat dat met ouders die streng willen zijn voor hun kinderen, maar toch zwichten? „Als je je bord niet leegeet, dan mag je straks geen televisie meer kijken”, klinkt het streng aan tafel. En een half uurtje later gaat die tv toch aan. Dan heeft het een dag later geen zin meer om te dreigen.

Blijven Rutte en Samsom de leiders die ze willen zijn? Of worden het volgers, die in de houding schieten zodra de kinderen op de achterbank beginnen te morren?

Je kunt natuurlijk altijd tot het inzicht komen dat een idee bij nader inzien minder goed was dan gedacht. Maar het is niet voor het eerst dat het beleid zwalkt. Onlangs nog: de forenzentaks gaat niet door. De langstudeerboete toch afgeschaft. Slecht beleid is erg, maar beleid dat zwalkt is uiteindelijk erger, het zorgt ervoor dat burgers en bedrijven niet weten waar ze aan toe zijn. Ze stellen beslissingen uit. Het zorgt voor stilstand. Het maakt ongeloofwaardig. En daarmee los je geen crisis op.

Die crisis, die heeft nog steeds niet hard toegeslagen in Nederland. De werkeloosheid is hier, zeker in Europees perspectief, laag. En zolang dat zo blijft, hebben we helemaal geen zin in daadkracht. Zeker niet als blijkt dat het wat gaat kosten. Dus krijgen we onze zin (‘IK LUST GEEN SPINAZIE!’) en vergeten we dat we eigenlijk, na jaren van politieke middelmaat, hunkerden naar leiding.

    • Stéphane Alonso