Dorp maakt zich op voor terugkeerveroordeelde pedofiel

De terugkeer van pedofiel Jerre W. uit de gevangenis verdeelt een dorp in Noord-Holland in twee kampen. „De import heeft aangifte gedaan.”

Merel Thie

„Wij kennen Jerre allemaal”, zegt een oudere man die plukjes onkruid tussen de tegels van zijn oprit vandaan plukt. Veertiger Jerre W. stond voor mensen klaar in het dorp, vertelt de man. Met zijn bus bracht hij ieders spullen naar de kerk, als daar rommelmarkt was.

Het ging mis toen Jerre op zichzelf ging wonen, zegt de man, die zichzelf en Jerre „geboren West-Graftdijkers” noemt. Er kwamen veel „koters” bij hem in de werkplaats: jongens van twaalf, dertien jaar. Jerre repareerde hun brommers, misschien voerde hij ze ook op. Jerre had een snelle boot, met zo’n banaan er achter waarop je moest proberen te blijven zitten. „De kinderen vonden dat machtig, vanzelf.”

Deze week keert Jerre terug in West-Graftdijk, een dorpje in Noord-Holland met minder dan zevenhonderd inwoners – er is wel een kerk, maar geen café. Zijn celstraf zit erop. De rechter had hem achttien maanden opgelegd voor ontucht met meerdere jongens en een nichtje. Hij keek pornofilms met de jongeren. Hij pijpte ze en ze trokken hem af. Ook heeft hij een meisje verleid tot het plegen van ontuchtige handelingen voor een webcam.

Toen Jerre vastzat, zijn zijn ramen ingegooid en is er geprobeerd brand te stichten bij zijn huis. Hij gaat nu eerst bij zijn ouders wonen, vlakbij de enige basisschool van West-Graftdijk en naast de voetbalclub. Het leidde tot woede bij een deel van de bewoners van het dorp. Waarom moeten de slachtoffers weer met Jerre geconfronteerd worden? En wordt de kat niet op het spek gebonden door Jerre bij de enige school in de buurt te laten wonen?

Het is verre van ideaal, erkent Sjef van Gennip bestuursvoorzitter van Reclassering Nederland. De Reclassering zet „alles op alles” om veroordeelde pedofielen niet te laten terugkeren in de buurt van de slachtoffers. Het is pijnlijk voor de slachtoffers, maar meestal ook niet goed voor de pedofiel zelf: „Een goede terugkeer in de samenleving lukt niet in een vijandige omgeving.”

Terugkeer van veroordeelde pedofielen leidt geregeld tot problemen. Het bekendste geval is waarschijnlijk dat van Sytze van der V. uit Eindhoven, die al jaren van bungalowpark naar daklozenopvang trekt. Eindhoven wilde hem wel opnemen, maar stelt daar voorwaarden aan die volgens de rechter te ver gaan. Twee weken geleden stemde een bewoner van het Friese dorp Terkaple ermee in om te verhuizen, nadat zijn ramen waren ingegooid. Hij is veroordeeld voor het bezit van kinderporno.

Als een pedofiel niet wil verhuizen, en de rechter geen gebiedsverbod heeft opgelegd, kan de Reclassering hem niet dwingen. Gemeenten zijn zelfs verplicht gedetineerden na hun straf weer op te nemen.

De rechtbank in Alkmaar heeft Jerre geen gebiedsverbod opgelegd omdat dit praktisch onuitvoerbaar zou zijn, in zo’n klein dorp. Jerre hoeft ook niet behandeld te worden voor zijn pedofiele gevoelens. De rechtbank denkt dat dat geen zin heeft omdat Jerre het zelf niet wil.

„Iemand die ontkent en niet wordt behandeld”, zegt Monique Katuin, moeder van een kind dat door Jerre is misbruikt. „Kijk maar eens in de statistieken wat dat betekent voor de kans op herhaling.”

De rechtbank deelt die vrees voor herhaling. Daarom is Jerre een extra lange proeftijd opgelegd, van vijf jaar, waarin hij onder toezicht van de Reclassering staat. Hij krijgt huisbezoeken en als hij in zijn proeftijd een fout maakt, moet hij alsnog een jaar naar de gevangenis.

De aanstaande terugkeer van Jerre heeft West-Graftdijk in twee kampen verdeeld. Globaal lijkt de import tegen zijn terugkeer, terwijl de oude bewoners voor zijn. Maar er zijn ook nieuwe bewoners die denken dat het wel goed kan gaan. Zoals John Berendrecht (53), die sinds februari een houten nieuwbouwhuis in oude stijl bewoont. „Ik begrijp de angst van ouders heel goed, maar ik denk dat hier niets meer zal gebeuren want iedereen weet wie hij is. Hij plaatst zichzelf midden in de arena.”

Als „ras-Amsterdamse” hoort Monique Katuin bij de import in West-Graftdijk. Zij heeft ervoor gekozen niet te zwijgen over het misbruik van haar kind. „Als niemand praat, komen we nooit te weten wat er gebeurt.” Dat is haar niet door alle dorpsbewoners in dank afgenomen. „Mensen vragen: ‘waarom moet dat nou naar buiten? Laat het toch rusten’.” Ze hoort dat er kwaad over haar wordt gesproken. Bewoners suggereren dat zij niet goed op haar kinderen heeft gelet. „Misschien vinden mensen die hun huis willen verkopen het vervelend als steeds wordt gezegd dat er een veroordeelde pedofiel in het dorp komt.” Ze noemt West-Graftdijk een „struisvogeldorp”. De oude garde zou altijd hebben geweten dat het niet pluis was bij Jerre, maar hebben weggekeken.

Katuin heeft „dubbele gevoelens” over de terugkeer van Jerre. Voor haar zoon vindt ze het niet ideaal, maar ze legt zich erbij neer omdat ze ook wel snapt dat Jerre érgens heen moet. Lastig vindt ze het dat Jerre is blijven ontkennen. Dat maakt zijn gedrag voor haar „onvoorspelbaar”.

Drie van de vier ouderparen die aangifte tegen Jerre hebben gedaan, komen van buiten het dorp. Het vierde gezin is familie van Jerre. „Maar er waren ook bewoners die hoorden dat hun kinderen porno hadden gekeken bij Jerre en die géén aangifte hebben gedaan”, vertelt de oudere bewoner die onkruid wiedt. „Ze hebben hun kinderen verboden nog bij Jerre te komen en hem erop aangesproken”. „Maar de import”, zegt hij, „die deed aangifte.”