Die foto, dat is toch Anne Frank?

Als Joodse baby woonde Anneke Kohnke begin van de oorlog kort bij de familie van Anne Frank, daarna op een onderduikadres. Research voor de documentaire The Baby zette haar leven opnieuw op z’n kop.

Anneke Kohnke zit in 1941 op schoot bij een onbekend meisje. Foto collectie Anneke Thompson-Kohnke

Een vergeelde foto uit 1941. We zien een baby. Ze zit op schoot bij een meisje van een jaar of twaalf. De baby is Joods, dat weten we. En we weten ook dat ze aan het begin van haar leven met haar ouders inwoonde op het Merwedeplein 37 in Amsterdam. Dat is een beroemd adres: de familie Frank leefde er tot ze in 1942 naar het Achterhuis vertrok. De moeder van de baby kende Edith Frank, moeder van Anne, uit Duitsland. Dat meisje met dat halflange zwarte haar dat kijkt naar de baby op haar knie, is dat niet Anne Frank?

De naam van de baby is Anneke Kohnke. Ze overleefde de oorlog. Haar vader en moeder niet. De foto zit in een doos met herinneringen aan haar ouders. Van familie hoorde Anneke dat ze als kind bij de Franks had gewoond. Ja, besloot ze voor zichzelf. Dat meisje bij wie ze op schoot zat, zou heel goed Anne Frank kunnen zijn.

Zeker wist ze het niet. Na de oorlog was Anneke naar Amerika gebracht, waar ze opgroeide bij familie van haar moeder. Over de oorlog werd niet gesproken. Zelf kon ze zich niets herinneren van haar tijd in de onderduik. Haar verleden was in nevelen gehuld, todat 65 jaar na de oorlog iemand uit Nederland contact met haar zocht. Het was een man die zich haar onderduikbroer noemde. Hij was dolblij dat hij haar eindelijk gevonden had.

Wat er daarna gebeurde, wordt uit de doeken gedaan in de documentaire The Baby, die zondag op het IDFA in première gaat. Regisseur Deborah van Dam kwam het verhaal van Anneke Kohnke bij toeval op het spoor. Ze was op bezoek bij een vriend in het ziekenhuis, toen Cora de Jong (92) daar ook was. De Jong vertelde dat ze eindelijk „haar baby” gevonden had. Ze had in 1942 als koerierster een jong meisje naar een onderduikadres gebracht en daarna niets meer van haar vernomen. Die ochtend had ze het bericht gekregen dat Anneke gevonden was, gezond en wel in de Verenigde Staten.

Van Dam, die eerder onder meer een documentaire maakte over Liesbeth List, besloot uit te zoeken wat er tijdens en na de oorlog met Anneke Kohnke was gebeurd. Ze reisde naar de Verenigde Staten en trof daar een vrouw aan die nauwelijks opgetogen leek over het feit dat ze eindelijk wist hoe en bij wie ze als klein meisje de oorlog had overleefd. Van Dam: „Ze begreep dat er blijdschap van haar werd verwacht, maar dat voelde ze niet. De enige herinnering die ze aan de oorlogsjaren had, was dat ze eens in de wc opgesloten was geweest.”

Nadat Cora de Jong Anneke in 1942 naar Voorburg had gebracht, kwam het meisje terecht bij de familie Blacquière. Het was zoon Fred die haar in de VS opspoorde, waarmee hij de laatste wens van zijn moeder inwilligde. Zij had hem op haar sterfbed gevraagd uit te zoeken wat er van Anneke geworden was. Vader Blacquière was toen al jaren dood.

Kohnke besloot, haar gemengde gevoelens negerend, naar Nederland te komen. Van Dam legde de ontmoeting met Fred Blacquière op Schiphol vast en de soms ongemakkelijke gesprekken in de dagen erna. Blacquière leidde Kohnke enthousiast rond in de buurt waar ze van haar tweede tot haar zesde woonde, maar ondanks al zijn inspanningen trok de mist in het hoofd van de onderduiker niet op. Ze herinnerde zich niks van de oorlog.

Nadat Kohnke was teruggevonden, besloot Fred Blacquière zijn ouders voor te dragen voor een onderscheiding van Yad Vashem, de Joodse organisatie die de ‘rechtvaardigen’ eert die hun leven hebben gewaagd om tijdens de Holocaust Joden te redden. Vader en moeder Blacquière (postuum) en Cora de Jong krijgen de onderscheiding in een emotionele ceremonie die het hoogtepunt van de documentaire zou moeten zijn.

Bij Kohnke knaagde echter nog steeds iets. Na de oorlog kwam ze in een kindertehuis terecht. Dat weet ze. Waarom ze daar belandde, weet ze niet. Was dit de plek waar ze ooit in het toilet werd opgesloten? Ze gaf Van Dam toestemming het uit te zoeken en persoonlijke documenten in Nederlandse archieven te raadplegen.

De eerste ontdekking van Van Dam betrof Otto Frank. Het blijkt dat hij Anneke in 1946 uit het kindertehuis heeft gehaald. „Terwijl hij het verdriet over het verlies van zijn eigen kinderen nog aan het verwerken was, nam hij dus de moeite om dit meisje dat enige maanden bij hem in huis had gewoond op te halen. Hij heeft er mede voor gezorgd dat ze bij familie in Amerika terechtkwam.”

Van Dams tweede ontdekking zette het leven van Kohnke én Fred Blacquière op zijn kop. Uit Anneke’s dossier bleek dat het meisje een vreselijke tijd heeft gehad in de onderduik bij de familie Blacquière. Ze kreeg veel straf, werd slecht behandeld en werd regelmatig opgesloten in het toilet omdat ze onzindelijk gedrag vertoonde. Ze poepte en plaste in de woonkamer van het huis van de Blacquières. Na de oorlog besloten de instanties haar uit huis te plaatsen. Van Dam: „Toen ik dit aan haar voorlas begreep Anneke eindelijk waarom ze zich niet goed had gevoeld over haar reünie met Fred.”

En dit was nog niet alles. Zo bleken er ook juwelen van Anneke’s ouders verdwenen te zijn die de familie Blacquière in bewaring had. En vader Blacquière diende na de oorlog een rekening van bijna 4.000 gulden in bij de autoriteiten voor de kosten die hij had gemaakt voor Anneke’s levensonderhoud.

Van Dam: „De eerste reactie van Anneke was: vertel dit niet aan Fred. Maar later draaide ze bij. Dit is de geschiedenis; zo is het gebeurd. Dat moet je niet verdoezelen.”

Fred Blacquière toonde zich voor Van Dams camera aangeslagen, maar ook strijdbaar. „Hij vindt dat zijn ouders toch echt hun leven hebben gewaagd door een Joods kind te verstoppen voor de Duitsers. De bewijzen voor de overige zaken zijn voor hem niet overtuigend genoeg om zijn ouders af te vallen. Maar je ziet dat hij het er heel moeilijk mee heeft.”

Bij de première aanstaande zondag is Fred Blacquière niet aanwezig, vanwege een verblijf in het buitenland. Zijn boer en zussen zijn er wel. Koerierster Cora de Jong is er ook. En Anneke Kohnke, de baby op die vergeelde foto van ruim zeventig jaar geleden.

De foto is voorgelegd aan de Anne Frank Stichting. Hun conclusie: het meisje met het halflange zwarte haar is niet Anne Frank.

Fred Blacquière is dus niet de enige die zijn kijk op het verleden moet bijstellen. Ook voor Anneke Kohnke heeft de zoektocht naar haar geschiedenis gevolgen gehad. Van Dam: „Mijn gevoel zegt iets anders dan de mensen van de Anne Frank Stichting. Ik ben geen expert. Maar ik weet dat Anneke bij Anne in huis heeft gewoond en ik weet dat deze foto uit de juiste periode afkomstig is. Is één en één dat niet gewoon twee?”