‘Deze losers verdienen onze empathie’

Theatergroep Carver herneemt hun grootste succes Café Lehmitz (1991) in de oude bezetting. „We schoten meteen terug in onze oude patronen.”

De eenzame verschoppelingen van ‘Café Lehmitz’ met v.l.n.r. Leny Breederveld, René van ’t Hof, Beppie Melissen en René Groothof Foto Ben van Duin

Het gesprek met theatermakers René van ’t Hof en Beppie Melissen begint als een Carver-sketch. Van ’t Hof opent behoedzaam de doos met zoetigheid die Melissen bij de koffie aanbiedt. „Hier zit lekkers in René – als jullie daarvan houden tenminste.” Het gezicht van haar collega betrekt als hij een blik in de doos werpt. „Nou, ik weet niet… Nee, ik niet,” zegt hij aarzelend. Al halverwege zijn antwoord dendert Melissen erdoorheen: „Het is echt ontzettend lekker! Serieus.” Van ’t Hof: „Het ziet er een beetje raar uit.” „Ja, ik moet het op een schaaltje leggen.” Tegen mij: „Je houdt er niet van? Of ben je vies van me? Eerlijk zeggen.” Waarna ze schaterend lacht. Als ze nog een keer nadrukkelijk „Het is zó lekker” schalt, wordt Van ’t Hof korzelig. „Nee. Nee. Niet zo opdringen!”

Het is de wereld van Carver in één minuut. Ook op het toneel vertolkt Melissen de bazige, sturende, pesterige impulsen van de mens en toont Van ’t Hof de pijn en de lijdzaamheid, die kunnen omslaan in opstandigheid en dwarsheid. Daartussen fladdert Leny Breederveld als de ondoorgrondelijke en onverzettelijke, die in al haar grilligheid etaleert dat de mens zichzelf en de ander nooit zal leren kennen. Gedrieën vormen ze een gouden combinatie, die van 1989 tot 2004 furore maakte met droog-komische teksten en in slapstick geworteld fysiek theater.

Melissen zette Carver voort na het vertrek van de andere twee, maar nu zijn ze terug bij elkaar, voor een heerlijke reprise van hun grootste succes, Café Lehmitz, uit 1991. In dit stuk, geïnspireerd door het gelijknamige fotoboek van de Deense fotograaf Anders Petersen, verslijten twee mannen en twee vrouwen hun leven in een café. Het is een bekommerde blik op vier verschoppelingen voor wie de tijd stil lijkt te staan. De rol van de toenmalige vierde man Jim van der Woude, die het toneel niet meer op wil, is overgenomen door René Groothof.

Het weer samenwerken voelde „oud vertrouwd”, zegt Melissen. Van ’t Hof: „We waren meteen weer fel op elkaar, op de details. Alsof je terugkomt bij je ouders en terugschiet in vaste patronen.”

De repetitietijd werd besteed aan het inpassen van Groothof en kleine verbeteringen. Van ’t Hof: „Toen was je na twee maanden blij dat er een stuk was. Dit keer was er tijd voor de spelregie en voor de vraag wie die mensen eigenlijk zijn.”

Die mensen zijn we zelf, stelt Melissen. „Dat fotoboek raakte iets bij mij.” Het was de gedachte dat iedereen maar een stapje verwijderd is van een bestaan als maatschappelijke outcast. „Ik kan me goed voorstellen dat het me zelf overkomt. Zeker in deze tijd. Als je je baan kwijtraakt en er gebeuren dan nog één of twee vervelende dingen, dan is zo’n leven niet ver weg. Zuipen is sowieso lekker. Dan val je snel verder.”

Dat Café Lehmitz geen stakkers laat zien, maar deze dolende zielen juist omarmt, komt doordat de acteurs veel van zichzelf in de rol leggen. Van ’t Hof: „Mijn personage Loe is een alter ego van mij. Hij is een supergevoelig iemand die daardoor heel zenuwachtig is. Een neuroot die overal achteraan loopt, maar er niet bij hoort. Die wellicht erg gepest is vroeger. Het is misschien een verschrikkelijk mannetje, maar hij staat dicht bij mezelf. Meer dan welke rol ik ooit gespeeld heb.”

De vrouw die Melissen speelt is verlopen chic – deze krant noemde het destijds „kwijnende elegance”. Melissen: „Het is geen vrouw die snel emoties toont. Dat herken ik. Ik ben van tanden op mekaar, doorzetten, niet zeiken. Maar ik ben wel gevoelig voor aandacht en sentiment. En die vrouw wil controle houden, maar slaagt daar totaal niet in.”

Zoals vaak bij haar oogt de vrouw streng en niet bijzonder sympathiek. „Dat harde is waar”, zegt Melissen. „Dat heb ik. Als ik zeg: ‘Hier rechtsaf’, dan kan iemand anders al zeggen: ‘Kan het wat minder kattig?’ Ik probeer het wel zo te spelen dat je ernaar wil blijven kijken. Onze empathie met deze niet-winnaars moet overkomen. Dat lukt als ik mezelf in die rol durf te laten zien.”

Belangrijk bij het maken van de voorstelling toentertijd was een documentaire over een Italiaans gekkenhuis. „Die sfeer in dat huis en het eilandgevoel van de bewoners proberen we te treffen”, zegt Melissen. „Onze voorstelling is een ode aan het afwijkende en een pleidooi voor mededogen.”

De hype van toen is misschien de afscheidstournee van nu: Carver krijgt ondanks een positief advies geen subsidie meer. „Maar we houden open dat we weer iets nieuws met elkaar gaan maken. Of nog een reprise. Er zijn nog meer stukken van ons die overeind zijn gebleven.”

Carver: ‘Café Lehmitz’. Tournee t/m 27/1. Info: theatergroepcarver.nl