Bewust lelijke kunst van Flynt

Henry Flynt: ‘Mirror-Fragmented Poem’, 1993 (Emily Harvey Foundation, New York)

Henry Flynt:. ‘Activities 1959 -.’ Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf. Tot 20 jan, inl: kunstverein-duesseldorf.de.

Op een foto uit 1963 zien we Henry Flynt, bebrild en in pak met stropdas, voor het muziekgebouw Lincoln Center in New York, met achter hem grote posters waarop de teksten: „No More Art! Demolish Serious Culture. Demolish Lincoln Center. Down With Art!” Ook bij andere kunstinstellingen organiseerde de rabiate activist anti-kunstdemonstraties.

Flynt wilde kunst vervangen door een „algemene, acognitieve cultuur”, later door „veramusement” en ten slotte door „brend”. Veramusement is alles wat iemand doet dat niet fysiek nodig (of schadelijk) is, wat niet van hem gevraagd wordt, geen middel is tot een doel en niet competitief is. Brend is mengeling van ‘brand’, ‘blend’ en ‘bland’ (saai, flauw).

Flynt was begin jaren zestig zo overtuigd geraakt van zijn standpunten, dat hij ook zijn eigen ‘acognitieve’ muziekcomposities vernietigde, iets waar hij later spijt van kreeg. Hij publiceerde pamfletten, hield in lofts van bevriende kunstenaars lezingen over het decadente, ziekelijke en elitaire karakter van de moderne kunst en was in het algemeen zo goed in zijn antikunst dat hij zichzelf bijna uit de geschiedenis heeft gewist.

En dat terwijl Flynt de bedenker is van de fameuze term Concept Art. De openingsregels van een door hem in juni 1961 geschreven essay luiden: „Concept art is in de eerste plaats een kunst waarvan het materiaal bestaat uit concepten, zoals het materiaal van bijvoorbeeld muziek geluid is. Omdat ‘concepten’ nauw verbonden zijn met taal, is concept art een soort kunst waarvan het materiaal taal is.”

Flynt mag een nihilist zijn, hij is ook een productieve kunstenaar, zoals blijkt uit de overzichtstentoonstelling in de Kunstverein in Düsseldorf. Deze tentoonstelling lijkt onderdeel te zijn van een zorgvuldig door Flynt ontworpen strategie om een plek te veroveren in de kunstgeschiedenis.

Hij exposeert abstracte schilderijen in verschillende stijlen, tekstwerken, sculpturale objecten, een installatie, foto’s en tekeningen. Het geheel is ingericht op een museale manier, weloverwogen en met veel ruimte tussen de werken.

Lopend door de tentoonstelling zie je wel dat er iets mis is. De werken zijn oerlelijk, ze zijn op een slimme manier stuntelig of juist als het ware te correct. Sommige schilderijen zitten vet in de verf, zoals Morning Vision 24 VII (1988) een langwerpig schilderij met oranje, gele en rode, expressief geschilderde cirkels. Andere zijn strak geschilderd en schijnbaar gebaseerd op geometrische formules, zoals de compositie Mirror-Fragmented Poem (1993), van vierkante en rechthoekige vlakken in de primaire kleuren en met groen. Enkele vlakken zijn perspectivisch vertekend, zodat een illusionistische ruimte ontstaat, een vloek in de kerk van de geometrische abstractie.

In de hal is een wand volledig bedekt met zachtgeel behang, waarop in goudkleurige letters de zin „Every other sentence on this wall is false” eindeloos herhaald staat afgedrukt.

Flynts kunstenaarschap gaat niet over de productie van kunstwerken, maar over het opvoeren van een toneelstuk over kunstenaarschap en over de rol van kunst in onze samenleving.

De inrichting van de expositie en de marketing ervan, de reconstructie van werken, de interviews, lezingen, het pseudo-intellectuele geleuter over zijn wiskundige en filosofische systematiek, het claimen van de uitvinding van de term concept art, het maken van kunst als commentaar op de kunst, de mystificering van de kunst, het is alles een re-enactment van een kunstenaarscarrière.

Hij doet dat goed en met overtuigingskracht. De tentoonstelling heeft mooie momenten en zit vol met raadsels en met grappige en onverwachte verwijzingen.

Tegelijkertijd haalt Flynt zichzelf, het kunstinstituut en de kunst onderuit. Flynt is en blijft een antikunstactivist, maar eindelijk een met succes.

    • Janneke Wesseling