‘Als je weinig wint heb je niks te zeggen’

InterviewKoen de Kort zwijgt niet langer. Hij praat publiekelijk over doping, ook al nemen sommige collega’s hem dat niet in dank af.

Koen de Kort is er klaar mee. Jarenlang heeft hij zijn mond dichtgehouden over doping in het wielrennen, deed hij alsof het niet vreemd was dat hij aan alle kanten voorbij werd gevlogen en stelde hij geen vragen als hij prestaties zag die zijn wenkbrauwen deden fronsen. Die tijd is nu voorbij. De Kort doet niet meer mee met de omerta van het peloton. Hij verschuilt zich niet langer achter het grote zwijgen; hij praat.

„Soms ben ik jaloers op de jonge jongens die nu prof worden”, zegt De Kort in een telefonisch interview vanuit Australië. „Ze komen in een ander peloton terecht als ik zeven jaar geleden. Het is nu veel schoner. Ik werd prof in 2005, bij Liberty Seguros. Ik wist niet wat me overkwam. Ik was jong, sprak geen Spaans, kende mijn ploeggenoten niet. Ze waren veel langer op de kamer van de dokter dan ik en de deuren waren op slot, maar ik dacht: het zal er wel bij horen. In wedstrijden kwam ik er niet aan te pas. Ik werd soms op het vlakke uit het wiel gereden. Het sloeg nergens op. Ik twijfel er niet aan dat ze uiteindelijk ook bij mij waren uitgekomen met doping. Wat ik dan had gedaan? Niks. Ik heb nooit overwogen doping te gebruiken. Maar soms vraag ik me wel af hoe goed ik zou zijn geweest.

„Toen [het Spaanse dopingnetwerk] Operación Puerto uitbrak en mijn manager Manolo Saiz werd opgepakt, was ik geschokt. Maar er vielen ook puzzelstukjes in elkaar. Het werd me langzaam duidelijk hoe wijdverbreid doping in het peloton was. Ik sloot me af, stelde geen vragen, probeerde me op mijn eigen prestatie te richten. Ik vertrok naar Astana, maar daar reed ik nauwelijks wedstrijden, helemaal niet toen Johan Bruyneel [in het Usada-rapport beschuldigde vriend en manager van Lance Armstrong] daar de baas werd. Ik hoorde niet bij de inner circle. Ik zag niets, ik had alleen vermoedens. Zeker toen vijf ploeggenoten van me werden gepakt. Soms dacht ik eraan ermee te kappen. Hup, fiets aan de kant en weer iets gaan studeren.

„Vragen heb ik nooit gesteld. Zo werkt het niet. Je gaat niet naar Vinokourov, naar Contador of naar Jaksche toe om te vragen of ze doping gebruiken. Als je niet veel wint heb je niets te zeggen. Zo blijft de omerta in stand. Achteraf denk ik wel eens dat ik beter had moeten zoeken, dat ik het niet zomaar had moeten accepteren. Ik ben naïef geweest. Misschien was het ook wel zelfbescherming: wie was ik in vergelijking met die grote namen?

„Uiteindelijk ben ik gevlucht naar Skil. Voor de buitenwereld was het een stap terug, voor mij niet. Ik wilde af van het gezeik, en bij Skil wilden en willen ze niks met doping te maken hebben. In het begin werd er op ons neergekeken, dat is de laatste jaren veranderd. Sinds we veel winnen worden we serieus genomen. Mijn [Duitse] ploegmaat Marcel Kittel heeft publiekelijk al een aantal dingen gezegd over doping; de rest van de ploeg staat achter hem. Wij moeten ons óók uitspreken. Zo iemand als [oud-Tourwinnaar én dopingzondaar] Bjarne Riis als teammanager, dat moeten we niet willen. Nu zeg ik dat dus ook.”

Is Koen de Kort bang voor oorlog met de beschermers van de omerta? „Nee hoor. Ze kunnen ’m krijgen als ze willen.”