Zo zorgen ze in La Paz

Een balpen is er kostbaar, verpleegsters draaien wattenbolletjes en artsen wegen zelf de kosten af. Emma Bruns ziet in Bolivia wat de Nederlandse zorg van het Zuid-Amerikaanse land kan leren.

Het is kwart over zeven. Enigszins buiten adem na drie kwartier bergopwaarts banjeren in de stad waar je op 3.900 meter hoogte nog steeds uitzicht hebt op hogere bergen, kom ik aan bij het betonnen gebouw. De afgelopen maanden geen ochtendrapport met een bekertje koffie en een roerstaafje in een perifeer ziekenhuis nabij Amsterdam, maar een plastic zakje quinoa-appel-havermout met een rietje en een verschoten witte jas in ziekenhuis Arco Iris (Regenboog) te La Paz, Bolivia. Al mag hier ook geen emotietelevisie worden gemaakt met verborgen camera’s op de eerste hulp, bij deze toch een illustratie van het leven met een stethoscoop in Zuid-Amerika.

De Nederlandse zorg staat een belangrijke uitdaging te wachten. De combinatie van de toenemende vraag – mede door de vergrijzing – en het steeds rijkere aanbod aan behandelingen dreigen een onbetaalbare, bodemloze put te worden. Voorstellen om specialisten mee te laten betalen aan hun eigen opleiding of preventieve gesprekken bij de huisarts om te stoppen met roken niet meer te vergoeden, lijken slechts onhoorbare dubbeltjes in de diepe afgrond. Wat zijn de lessen die we kunnen leren van een land waar de houten spatels nog met de hand in kladpapiertjes verpakt worden en je balpen een kostbaar goed is?

Mijn eerste patiënt vanochtend is een vrouw met buikpijn. Zo gauw ik het geel-bruine gordijn opzijschuif, komt een penetrante geur van oud zweet, braaksel en ongewassen voeten me tegemoet. In sommige geneeskundeboeken lees je weleens over een lucht van aceton bij suikerziekte of een amandelgeur bij leverproblemen. Toch kan ik bij deze geur niet direct een diagnose stellen. Evenals in Nederland begin ik met de standaardvragen – reden van komst, voorgeschiedenis, aard van de pijn – maar al snel blijkt dat de vrouw alleen Aymara spreekt. De taalbarrière verplicht het mij nog beter van mijn andere zintuigen gebruik te maken.

Dit is misschien wel een van de eerste punten waarop we in ziekenhuizen in grote steden in Nederland zouden kunnen besparen. Zowel op de eerste hulp als op de polikliniek presenteren zich geregeld patiënten die het Nederlands niet geheel machtig zijn. Dit leidt soms tot onnodige – dure – aanvullende diagnostiek. Daarbij werken er in vele ziekenhuizen schoonmakers, administratief medewerkers en ander personeel dat naast Nederlands ook vloeiend Swahili of Arabisch spreekt. Is er geen manier de kwaliteiten van mensen die al in het ziekenhuis aanwezig zijn, optimaler te gebruiken?

De vrouw heeft zich inmiddels van haar beenwarmers, legging, vier rokken en eindeloos omwikkelde riemen en overgooiers ontdaan. Ondanks alle cultuurverschillen blijft een lichaam een lichaam en systematisch bekijk ik haar gezicht, luister ik naar haar hart en longen en onderzoek ik haar buik en de rest van haar gedrongen gestalte. Iedere keer weer vind ik het lichamelijk onderzoek bijzonder. Zeker onder begeleiding van een meer ervaren arts die met handbewegingen of psychologische trucjes buikpijnen kan blootleggen; een waar ambacht.

Ook een prachtig aspect van de Boliviaanse cultuur dat in Nederland en vele andere westerse landen met de industrialisering en de duurder wordende arbeidskracht haast totaal verdwenen is: het ambacht. Zowel in het ziekenhuis als daarbuiten. Ademloos heb ik de afgelopen weken over markten gelopen waar oude mannetjes op handkarren lange kaneelpijpen tot gruis maalden, vrouwtjes met bolhoeden pinda’s pelden, sokken breiden en brood kneedden.

Het mag nostalgisch klinken, maar ook in het ziekenhuis was de aanblik van de leerling-verpleegsters die van een enorme pluk watten minuscule bolletjes rolden en kleine gazen in heerlijk knisperend bruin inpakpapier vouwden een waar genot. Daarbij kwam dat het latere gebruik met meer respect gepaard ging. Het tastbaar ervaren van arbeid lijkt iets wat door de automatisering haast verdwenen is.

De vrouw heeft waarschijnlijk last van galstenen. De afweging om laboratoriumonderzoek en een echo te maken, is interessant. Voordat deze onderzoeken kunnen plaatsvinden, zal de familie van de vrouw naar de kassa moeten gaan om deze te betalen. Hetzelfde geldt voor een eventueel infuus, medicatie of andere benodigdheden. Het bewustzijn van deze financiële tussenstap maakt dat artsen hier terughoudender zijn in het aanvragen van onderzoeken. Voordat ze gedachteloos een hele rits aan bloedonderzoeken aankruisen, wegen ze kosteneffectiviteit af.

Het uitgangspunt van onze verzorgingsstaat is helder: de financiële situatie van een patiënt mag de kwaliteit van de zorg in geen geval belemmeren. Dat is een prachtig ideaal. Echter, enig bewustzijn van de kosten van therapieën en aanvullend onderzoek, zowel tijdens de opleiding van medisch studenten als in hun werk, zou geen overbodige luxe zijn. Ik vraag me af hoeveel co-assistenten eigenlijk weten wat je voor een CT-scan betaalt, of voor een infuusnaald. Het is als met zakgeld: hetgeen waar je zelf voor hebt gewerkt, geef je toch minder snel uit dan die 100 euro van je suikertante. Niet alleen de arts zou moeten weten welk prijskaartje eraan hangt – ook de patiënt zou zich er bewust van moeten zijn.

Inmiddels is het een uur of elf en het is even rustig op de eerste hulp. Een van de verpleegkundigen vraagt of ik 1 Boliviano (ongeveer 10 eurocent) wil neerleggen voor het ontbijt. Even later drinken we zoete koffie en eten we brood met boter. De computer speelt de laatste hit van Usher op YouTube, maar de internetverbinding is zo slecht dat het beeld elke drie seconden blijft stilstaan en het gejammer van een kind met koorts de ruimte vult.

De pauze wordt abrupt verstoord door loeiende sirenes. De ambulance brengt een bebloed meisje binnen dat door de voorruit van een busje is geslagen. Ze kraamt wartaal uit en haar pupillen zijn ongelijk van grootte. Het is overduidelijk dat ze een CT-scan nodig heeft. Haar ouders kunnen dat niet betalen. Het gevoel van machteloosheid is onverdraaglijk.

RTL zou er een mooi shot van kunnen maken: de tranen en de lege portemonnee. De oeverloze discussies over marktwerking en persoonsgebonden budget in Nederland vallen in het niet. Ons leven in overvloed heeft ons misschien wel doen vergeten wat de werkelijke prioriteiten zijn. Laten we het daar alsjeblieft over hebben, voordat ook onze ambulances in de toekomst met 130 kilometer per uur hard zullen wegrijden, omdat het slachtoffer de zorg niet kon betalen.

Schrijfster Emma Bruns studeert geneeskunde aan de UvA en werkte een aantal maanden in Zuid-Amerika. Zie ook brunsblogt.blogspot.com