Zo ben je een held, zo ben je een loser

Ali Isiaki (26) is sinds zijn vijftiende illegaal in Nederland. Hij leert andere vreemdelingen Nederlands. „Parkeer je problemen in je hoofd.”

This July 13, 2011, photo made available on the International Security Assistance Force's Flickr website shows the former Commander of International Security Assistance Force and U.S. Forces-Afghanistan Gen. Davis Petraeus, left, shaking hands with Paula Broadwell, co-author of "All In: The Education of General David Petraeus."As details emerge about Petraeus' extramarital affair with his biographer, Broadwell, including a second woman who allegedly received threatening emails from the author, members of Congress say they want to know exactly when the now ex-CIA director and retired general popped up in the FBI inquiry, whether national security was compromised and why they weren't told sooner. (AP Photo/ISAF) AP

Hassatou (22) uit Guinee is fanatiek. Ze wil zo snel mogelijk de taal goed leren spreken en diploma’s halen. Haar inburgeringsexamen heeft ze al gedaan. In één keer geslaagd, zegt ze trots.

Dat komt door de hulp van Ali Isiaki (26). Hij geeft haar bijles. Twee keer per week fietst hij vanuit Rotterdam naar haar flat in een buitenwijk van Zoetermeer.

Aardig van Ali. Maar niets bijzonders. Lijkt het.

Hij zit naast haar op de bank in een kale huiskamer. Die woning kreeg ze toegewezen nadat ze papieren kreeg in 2010. In 2009 vluchtte ze uit Guinee naar Nederland. Ze brengt een kop thee op een bord. Schoteltjes heeft ze niet. Ze heeft een bank en een salontafel, een televisie. Verder is de huiskamer zo goed als leeg.

Op deze herfstige woensdagmiddag beginnen ze met hoofdrekenen. 6.012: 2. Hassatou zucht. „Kijk”, zegt Ali, het is eenvoudig. Je doet eerst 6.000:2. Dat is 3.000. En dan doe je 12:2. Dat is 6. Dat tel je bij elkaar op. 3.006. Snap je?

Ze snapt het en probeert de volgende. Ze pakt een papiertje.

„Uit je hoofd”, zegt Ali.

Hassatou: „Je weet, mijn hoofd....”

Ali: „Hou je hoofd koel. Het is niet moeilijk. Als ik het kan, kan jij het ook.”

Ze maakt de volgende som. En nog een. En nog een. Ali: „Zie je nou wel.”

De situatie is vreemder dan ze op het eerste gezicht lijkt.

Ali Isiaki is illegaal in Nederland. Hij kwam als vijftienjarige uit Benin. Mocht in Nederland tot zijn achttiende legaal blijven en ging naar school. Daarna moest hij terug. Zoals zoveel alleenstaande asielzoekers, bleef hij. Wat moest hij in dat land waar hij niemand meer had? Bovendien, Benin wil hem geen paspoort geven. Toen de IND steeds steviger ging aandringen op vertrek, reisde hij verschillende keren naar de ambassade van Benin in Brussel. In godsnaam dan maar terug naar Benin. Na lang wachten stond hij telkens na een kort gesprek met de ambtenaar weer op straat. Papieren krijgt hij niet. Benin hoeft hem niet.

Vorige week bleek uit een onderzoek onder Rotterdammers dat 42 procent vindt dat illegalen niets toevoegen aan de stad. Acht procent zegt dat ze niet welkom zijn en geen enkele hulp moeten krijgen.

Ali overleeft, zij het met moeite. Klusje hier, klusje daar. Hij heeft geen eigen kamer, maar slaapt bij iemand op de bank. Hij betaalt daar wat voor als hij geld heeft. Zijn situatie als illegaal is tamelijk uitzichtloos.

Hij droomt van een leven met ‘papieren’ (een verblijfsvergunning). Dan zou hij gaan werken, natuurlijk. En daarnaast een opleiding volgen. Dat kan nu natuurlijk niet. Nu wil hij in elk geval anderen die die kans wel hebben, helpen iets van hun leven te maken.

Hij helpt niet alleen Hassatou. Hij helpt ook een vriendin van haar uit Guinee, die nu in Utrecht woont. In het weekend reist zij naar Hassatou voor de bijles van Ali.

Ali geeft ook bijles aan de kinderen van twee gezinnen uit Benin. De ouders kunnen hun kinderen niet met hun huiswerk helpen. Als Ali de stof niet meteen begrijpt, neemt hij de boeken mee naar huis en leest hij tot hij alles weet.

Ali leest met Hassatou een Nederlandse tekst. Daarna oefent hij met haar de voorzetsels. Ze spreken onderling Nederlands, alleen als ze het echt niet begrijpt, spreken ze Frans. Haar Nederlands is behoorlijk goed. Leer die voorzetsels uit je hoofd, zegt Ali. „Je hebt ze nodig om zinnen mee te bouwen. Zonder voorzetsels, geen zinnen.”

Hassatou lacht. „Je bent een strenge leraar.”

Ze vertelt wat er afgelopen week gebeurde. Ze doet een entreeopleiding aan het roc van Zoetermeer. Als ze slaagt kan ze een opleiding kiezen. In haar klas zitten vooral Nederlandse jongens en meisjes en drie buitenlandse vrouwen zoals zij. De lerares vroeg de klas woorden te benoemen. Naast, in, door, bij, tussen zijn....? Niemand zei iets. En toen zei Hassatou het maar: „Voorzetsels!”

Hoe wist je dat, vroeg de lerares haar in de pauze? En toen vertelde ze over Ali en de bijles. De juf was er blij mee. Hassatou kijkt Ali aan. Die lacht.

Hassatou’s ouders zijn overleden, ze werd grootgebracht door haar oom. Problemen ontstonden toen ze werd uitgehuwelijkt aan een veel oudere man. Het huwelijk werd voltrokken. In de maanden erna vluchtte ze.

Ali vertelt het verhaal. Zelf wil ze er niet over praten. Maar Ali praat er ook niet vaak over met haar. „Ik zeg: je moet je problemen in je hoofd parkeren.” Zelf doet hij dat ook met zijn verleden. Zo goed als hij kan. „Als je dat niet doet, word je gek.”

Dan haalt Hassatou haar theorieboeken voor het rijexamen. Rijlessen heeft ze nog niet, maar de theorie wil ze graag vast oefenen. Als ze het examen haalt, heeft ze vast een beginnetje.

Ali zoekt naar een foto van een invoegstrook op internet. Hij laat haar zien hoe ze vanaf die strook moet invoegen op de snelweg. Alsof hij zelf dagelijks in een auto rijdt en gedachtenloos invoegt.