Wereldvrede is een kwestie van geografie

Nu de macht van het Westen taant, is het tijd om het geopolitieke denken in ere te herstellen, meent Robert Kaplan.

Er is waarschijnlijk geen ongeschiktere plek om een boek over de betekenis van geopolitiek te waarderen dan in een vliegtuig, ongehinderd door rivieren, bergen, dalen en andere natuurlijke hindernissen. De geografische dimensie van de internationale politiek, ofwel de geopolitiek, is ten onrechte uit ons denken verdwenen, schrijft de Amerikaanse publicist Robert Kaplan in zijn nieuwe boek De wraak van de geografie. Mondialisering en digitalisering hebben ons vervreemd van ruimte en tijd, lees ik hoog boven de steppen van Centraal-Azië.

De wereld is niet ‘plat’, benadrukt Kaplan tegen de tijdgeest in. Ze is nog altijd divers, onoverzichtelijk en gevaarlijk, en dat heeft vooral te maken met de onveranderlijkheid van de geopolitiek, met de mate waarin de geografie de wereldpolitiek beïnvloedt.

Geografie vormde onze geschiedenis en ze bepaalt onze toekomst, meent Kaplan. Met een verwijzing naar de tijdelijkheid van kunstmatige grenzen zoals die tussen Oost- en West-Duitsland, tussen Noord- en Zuid-Vietnam en straks wellicht tussen Noord- en Zuid-Korea, benadrukt hij dat onze ‘plaats op de kaart’ vastligt, hoe beweeglijk politiek ook is. En als de politieke grond onder onze voeten verschuift, vertelt de landkaart wat ons te wachten staat.

De wraak van de geografie beoogt dus een herwaardering van de geopolitiek, eigenlijk een typische bezigheid uit de laat-19de en 20ste eeuw. Een bonte stoet goeddeels vergeten geopolitieke denkers passeert dan ook de revue, onder wie Sir Halford Mackinder, auteur van het meest geciteerde geopolitieke dictum ooit: ‘Wie Oost-Europa controleert, beheerst het Hartland;

Wie het Hartland controleert, beheerst het Wereldeiland; Wie het Wereldeiland controleert, beheerst de wereld.’

Mackinder was een keurige geleerde, wiens voornaamste zorg de toekomst van het Britse wereldrijk gold. Hij schreef deze regels in 1919, toen de westelijke geallieerden van WO I de kaart van Europa hertekenden, opdat het verslagen Duitsland eronder en het revolutionaire Rusland (kern van het Euraziatische Hartland) erbuiten gehouden zouden worden.

Mackinders woorden zijn talloze keren herhaald, en misbruikt. Tijdgenoot Karl Haushofer deelde Mackinders opvatting, maar trok er radicaal andere conclusies uit. Haushofer verbond ze met het nationaal-socialistische idee van Lebensraum. Oostwaartse expansie en de vernietiging van bolsjewistisch Rusland zouden voorwaarden zijn voor de overlevering van het Duitse volk, de fundamenten van een Duizendjarig Rijk.

Het geopolitieke denken is altijd geassocieerd gebleven met expansie en overheersingsdrift. In ons deel van Europa is het na WO II zo goed als verdwenen. Politieke stabiliteit, poreuze grenzen en gedeelde soevereiniteit gaven weinig aanleiding tot geopolitieke bespiegelingen. Elders lag dat anders. In de VS is het geopolitieke denken nog steeds verbonden met de realistische traditie van de internationale betrekkingen, waarin ook Kaplan staat. Eén van de grondleggers van de Amerikaanse geopolitiek was de Nederlander Nicholas Spykman, die in 1942 de these van het ‘Rimland’ poneerde, een variatie op Mackinders ‘Hartland’: wie de halve maan van Noord-Afrika tot aan het Indiase subcontinent domineert, domineert de wereld. In Rusland manifesteert de geopolitiek zich nu zelfs uitdrukkelijker dan ooit, nu de Baltische staten, Oekraïne, Centraal-Azië en de Kaukasus verloren zijn gegaan en het land is teruggebracht tot de grenzen van driehonderd jaar geleden. Rusland is geografisch kwetsbaarder dan het lange tijd is geweest, merkt Kaplan terecht op.

Kaplan is een invloedrijk publicist. Van zijn boek over de burgeroorlog in Joegoslavië (Balkan ghosts, 1993) wordt nog steeds beweerd dat het de regering Clinton sterkte in haar aanvankelijke overtuiging dat militaire interventie in de Balkan zinloos zou zijn. Kaplan presenteerde de burgeroorlog als een onvermijdelijk slotstuk in een lange geschiedenis van etnische tegenstellingen, waaraan geen enkele eer zou zijn te behalen.

Ook De wraak van de geografie heeft een uitgesproken politieke boodschap. Het neemt krachtig stelling tegen het liberale internationalisme en tegen de vermeende maakbaarheid van de wereldpolitiek. Vandaar de ‘wraak’ van de geografie. In Afghanistan en Irak is het Westen op de grenzen van zijn politieke mogelijkheden gestuit. We maken het einde van een intellectuele cyclus mee, beweert Kaplan, van een periode van westerse overmoed, interventionisme en de misplaatste overtuiging dat we de wereld met goede wil en doortastendheid naar onze hand kunnen zetten.

Het liberale of neoconservatieve interventionisme is echter eerder en overtuigender bekritiseerd dan door Kaplan, die overigens een verklaard voorstander was van militaire interventie in Irak. Bovendien schaart Kaplan van alles onder geografie wat eerder als geschiedenis of cultuur kan gelden. De muur die Oost- van West-Duitsland scheidde zou ook zijn gevallen als ze wél langs een natuurlijke grens had gelopen. Het Rimland is nog steeds de gevaarlijkste regio van de wereld, maar anders dan in de tijd van Spykman vrezen we niet langer de overheersing door een grootmacht maar chaos en geweld.

De eenwording van Europa is het resultaat van menselijke inventiviteit, niet van veranderende geografische omstandigheden. Kortom, het is maar de vraag of het juist de ‘onvermijdelijkheid’ van de geografie is, die grenzen stelt aan de vrijheid van ons internationale politieke handelen.

Kaplan is 16/11 op de Haagse campus Universiteit Leiden, Schouwburgstraat 2, Den Haag

Robert D. Kaplan: De wraak van de geografie. Vert. Margreet de Boer. Spectrum, 383 blz. € 30,-***