'Verschillen in inkomens nemen al decennia toe'

De aanleiding

De PvdA wil de inkomensongelijkheid in Nederland verkleinen. Vandaar het ondertussen afgeschoten plan om mensen met een hoger inkomen meer zorgpremie te laten betalen dan de lagere inkomens. Na alle kritiek over te groot koopkrachtverlies voor de hogere inkomens werkt het kabinet nu aan plannen om de nivellering dan maar gewoon via de inkomstenbelasting te regelen. De hogere inkomens kunnen de eerder voorgestelde belastingverlaging waarschijnlijk dus wel vergeten. Dit wellicht tot genoegen van Volkskrant-columnist Rens van Tilburg. Die schreef vorige week in een artikel met de kop ‘Pak aan die hardwerkende Nederlander’ dat toekomstige generaties weleens hard zouden kunnen oordelen over de huidige. „Een generatie die het nu al een week heeft over de vraag of tweemaal modaal er 0,6 of 6 procent op achteruit gaat. Een generatie die ondertussen stilzwijgend accepteert dat vanuit Nederland een kwart minder waterputten, basisonderwijs, zaden en inentingen beschikbaar komen voor de allerarmsten, de bijna één miljard mensen die hongerig naar bed gaan”, schreef Van Tilburg. En even daarvoor: „Het is blijkbaar even wennen, inkomensverschillen die na decennia van stijgingen weer afnemen”. Dat laatste is natuurlijk een belangrijk punt. Als de inkomensverschillen in Nederland al decennia toenemen, dan is de PvdA-wens tot een correctie daarop natuurlijk best te begrijpen. next.checkt onderzoekt daarom of de inkomensverschillen in Nederland inderdaad decennialang zijn gegroeid.

Interpretaties

Inkomensongelijkheid wordt meestal uitgedrukt in de zogenoemde gini-coëfficiënt. De waarde daarvan ligt altijd tussen de 0 en de 1. Bij een volkomen gelijke inkomensverdeling is de coëfficiënt gelijk aan nul. Als het totale inkomen zich bij één persoon bevindt (totale inkomensongelijkheid) dan is de gini-coëfficiënt gelijk aan 1. Maar er zijn verschillende manieren om naar inkomensongelijkheid te kijken. Zo worden ook regelmatig de uitersten onderzocht; de inkomensontwikkeling van de 10 procent hoogste en 10 procent laagste inkomens. Daar kijken we hier ook naar.

En, klopt het?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzoekt de inkomensongelijkheid in Nederland sinds 2000. Uit de CBS-cijfers blijkt dat die ongelijkheid tussen dat jaar en 2010 (het meest recente cijfer) volgens de gini-coëfficiënt nauwelijks is veranderd. In 2000 was die coëfficiënt 0,278 en in 2010 0,279.

Van Tilburg sprak in zijn column over „decennia” van toenemende inkomensverschillen. Over het afgelopen decennium is daar volgens de gini-coëfficiënt dus geen sprake van, maar hoe zat dat in de decennia daarvoor? Daar deed de OESO, de organisatie van geïndustrialiseerde landen, onderzoek naar met behulp van verschillende maatstaven. Uit een rapport van vorig jaar blijkt dat in de meeste industriële landen de inkomensongelijkheid sinds 1985 is toegenomen. Als we kijken naar de 10 procent hoogste inkomens in de VS bijvoorbeeld, dan blijken die er tot en met 2008 jaarlijks gemiddeld 1,5 procent op vooruit te zijn gegaan. De 10 procent laagste inkomens gingen er gemiddeld maar 0,1 procent op vooruit.

In Zweden zijn de inkomens gelijker verdeeld dan in de VS, maar daar nam de inkomensongelijkheid nog sneller toe. De 10 procent hoogste inkomens gingen er jaarlijks 2,4 procent op vooruit en de 10 procent laagste maar 0,4 procent.

Ook in Nederland blijken de 10 procent hoogste inkomens er extra op vooruit te zijn gegaan. Jaarlijks 1,6 procent tegen 1,4 procent voor de totale bevolking en een half procent voor de laagste inkomens. Vooral de groep met de laagste inkomens bleef dus achter, zowel ten opzichte van de hoogste inkomens als ten opzichte van alle inkomens.

Maar als we naar de gini-coëfficiënt kijken, de meest gebruikelijke maatstaf voor inkomensongelijkheid, dan blijkt die voor Nederland alleen tussen 1985 en 1990 wat te zijn gestegen. Daarna niet meer. In 1985 lag de gini-coëfficiënt voor Nederland op 0,26 en in 1990 rond de 0,28, net als in 2000 en 2010.

Conclusie

Van toenemende inkomensongelijkheid in Nederland gedurende enkele decennia is volgens de meest gangbare maatstaf, de gini-coëfficiënt, geen sprake. Alleen tussen 1985 en 1990 nam die ongelijkheid wat toe, daarna niet meer. Wel is het zo dat de tien procent hoogste inkomens in Nederland er tussen 1985 en 2008 gemiddeld jaarlijks 1,1 procent meer op vooruit zijn gegaan dan de 10 procent laagste inkomens. Die allerlaagste inkomens bleven ook achter ten opzichte van de gemiddelde inkomens in Nederland. Als de PvdA gegroeide inkomensongelijkheid wil compenseren, dan moet het dus vooral wat doen voor die 10 procent laagste inkomens.

De bewering dat de inkomensverschillen in Nederland decennialang zijn toegenomen is volgens de gini-coëfficiënt onwaar, maar klopt wel als naar de 10 procent hoogste en 10 procent laagste inkomens wordt gekeken. Daarom beoordelen we de bewering als half waar.