Van Ginkel zit met z'n hoofd al bij vanmiddag

Marco van Ginkel zit voor het eerst bij de selectie van Oranje. Voor de wedstrijd tegen FC Twente (0-0) was hij in gedachten al een beetje bij het Nederlands elftal.

ARNHEM - Marco van Ginkel (L) van Vitesse in duel met FC Twente-speler Willem Janssen. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Arnhem. Bijna had Marco van Ginkel een voor hem toch al succesvolle week nog beter afgerond. De pas negentienjarige middenvelder van Vitesse, die donderdag door bondscoach Louis van Gaal voor het eerst bij de selectie van het Nederlands elftal werd gehaald, kreeg gisteren de grootste kans van de wedstrijd in de teleurstellende topper tussen nummer drie Vitesse en koploper FC Twente. Na een subtiele steekpass van spits Wilfried Bony stond Van Ginkel vlak na rust opeens alleen voor de keeper. Zijn inzet miste echter kracht, waardoor Twente-doelman Nicolai Michailov de bal kon stoppen. De wedstrijd eindigde in 0-0.

De gemiste kans en het doelpuntloze gelijkspel van zijn ploeg hadden weinig invloed op het humeur van Marco van Ginkel. Met een stralende glimlach stond hij de verzamelde pers te woord, terwijl zijn gedachten afdwaalden naar half twee vanmiddag, het tijdstip waarop bondscoach Van Gaal hem verwacht in Noordwijk.

Van Ginkel had voor de wedstrijd tegen FC Twente al veel aan het Nederlands elftal gedacht, erkende hij. „Je wordt wakker met het gevoel dat het nu bijna zover is. Maar dat moet je proberen los te laten als deze wedstrijd begint. Nu mag ik er gelukkig de hele tijd aan denken.”

Al op zeventienjarige leeftijd maakte Van Ginkel in april 2010 zijn debuut in de hoofdmacht van Vitesse. Zijn eerste doelpunt maakte hij een paar maanden later, in de Amsterdam Arena tegen Ajax. Met een blos op de wangen stond de tiener na afloop van de wedstrijd voor de camera’s, onwennig en verdwaasd om zich heen kijkend.

Samen met leeftijdgenoot en boezemvriend Davy Pröpper gold Van Ginkel als grootste talent van de jeugdopleiding van Vitesse. Al vanaf zijn zevende jaar voetbalt hij voor de Arnhemse club. Beleidsmakers zagen in hem een van de pijlers van het nieuwe elftal.

Het liep allemaal anders. Een paar maanden na Van Ginkels debuut in Vitesse 1 werd de club verkocht aan de Georgische miljonair Merab Jordania. Tientallen nieuwe spelers uit alle windstreken kwamen naar Arnhem en gevreesd werd dat de talenten uit de jeugdopleiding hun plek in de basis zouden kwijtraken.

Maar waar Pröpper dit seizoen pas tot twee optredens in het eerste elftal van Vitesse kwam, heeft Van Ginkel zich ondanks de sterke concurrentie wel ontwikkeld tot basisspeler.

Het heeft Ted van Leeuwen, de technisch directeur van Vitesse, niet verbaasd. „Marco was van jongs af aan erg gedreven”, vertelt Van Leeuwen. „Het talent en voetbalinzicht had hij altijd al, maar juist de wil om beter te worden en daar alles voor te doen heeft hem gebracht tot waar hij nu is.”

Van Ginkels debuut voor Vitesse staat Van Leeuwen nog helder voor de geest. „Het was uit tegen RKC Waalwijk. We speelden een dramatische wedstrijd en toen viel Marco in. Binnen tien seconden had hij de beste speler van RKC een blessure toegebracht.” In het veld is Van Ginkel niet zo’n ideale schoonzoon als buiten het veld, wil Van Leeuwen maar zeggen. „Hij voetbalt op inzicht, maar is zeker niet bang om uit te delen en kan ook incasseren.”

Van Ginkel is weliswaar een aanvallende middenvelder, maar hij is in de wedstrijd tegen FC Twente overal op het veld te vinden. Dan is hij weer in de achterste linie om de bal op te halen, en dan weer in het strafschopgebied van de tegenstander. Het is de kracht van de moderne middenvelder, volgens zijn ploeggenoot Theo Janssen. „Marco is een dynamische speler die het hele veld bestrijkt”, zegt Janssen over Van Ginkel. „Hij heeft veel loopvermogen en is dynamisch en snel. Ik ben meer een passende middenvelder; maar dat is een uitstervend ras.”

Van Ginkel zelf is blij met de complimenten van teamgenoten en directeuren, maar ziet nog voldoende ruimte voor verbetering. Vooral fysiek. „Ik doe veel extra krachttraining om sterker te worden”, vertelt hij. „Dat is nog wel nodig.” Zo jong en breekbaar als tijdens zijn debuut ziet Van Ginkel er in elk geval niet meer uit. Lachend: „Nee, maar toen was ik ook nog niet uitgegroeid.”