Sterke collectie van een steenfabrikant

Beeldende kunst

De Collectie Veendorp. Levenswerk van een zorgvuldig verzamelaar. T/m 17/3, Groninger Museum.Inl: groningermuseum.nl ****

Iedereen kan kunst verzamelen, en goede ook. Je hoeft er niet per se een Caldic- of Tritonvermogen voor te hebben. Dat blijkt maar weer uit een tentoonstelling van de Collectie Veendorp in het Groninger Museum, en uit de mooi verzorgde collectiecatalogus die daarbij is verschenen.

Reurt Jan Veendorp (1905-1983) was een van oorsprong Groningse steenfabrikant en architect die ongehuwd en kinderloos bleef. Hij gaf zijn geld uit aan werk van tijdgenoten als de schilders Dirk Nijland en Paul Arntzenius en de beeldhouwer Lambertus Zijl, maar ook van zo ongeveer alle hoofdrolspelers in de Nederlandse kunst aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Veendorp was bemiddeld, maar niet overdreven rijk. Duurdere kunstwerken betaalde hij in termijnen en hij kocht altijd pas na lang wikken en wegen. Hij volgde niet de waan van de dag of de kunstmarkt, maar zijn eigen smaak en intuïtie, die onder meer waren gevormd door teken- en schilderonderwijs op de Groningse kunstacademie en gesprekken met bevriende kunstenaars.

„Geen enkel kunstenaar maakt uitsluitend meesterwerken,” wist hij al vroeg, „dikwijls is er veel middelmatigs op de markt. Wacht rustig af tot het goede komt opdagen, de naam alleen zegt niets.”

En dus kocht hij van de portretschilder Jan Veth niet zomaar een portret, maar een portret van collega Jozef Israëls, die volgens Veth de grootste schilder van zijn tijd was.

Van Israëls zelf kocht Veendorp een bijzonder portret van diens Haagse Schoolgenoot Jan Hendrik Weissenbruch en van Weissenbruch verwierf hij een van de allerbeste werken: een precies, maar niet benepen geschilderd polderlandschap met een molen en een stel boten in tegenlicht onder wattige wolken. Het lijkt wel met licht te zijn gemaakt, in plaats van met verf.

En zo gaat het door. Een representatieve Isaac Israels van winkelende vrouwen voor een verlichte etalage aan de Nieuwendijk. Breitners ongewoon kleurige aquarel Hartjesdag (1894). Een majestueus staand schilderij van uitgebloeide anemonen in loodzwaar licht van Floris Verster. Een hele zaal met goed werk van Willem Bastiaan Tholen.

Wat Veendorp in zijn eentje bij elkaar bracht kan zich – niet wat de kwantiteit, maar wel wat de kwaliteit betreft – meten met de collecties op dit gebied van het Rijksmuseum, het Haags Gemeentemuseum en het Dordrechts Museum.

In 1968 verkocht Reurt Jan Veendorp zijn verzameling voor een zacht prijsje aan de Stichting J.B. Scholtenfonds, die haar in permanent bruikleen gaf aan het Groninger Museum. Wat Veendorp daarna nog verwierf kwam via een legaat aan de stichting ook in dat museum terecht, dat dankzij deze ene particuliere verzamelaar dus een heel representatieve greep uit de kunst rond 1900 in huis heeft.

Het is onbegrijpelijk dat de Collectie Veendorp niet vaker op zaal hangt. Maar deze winter is er in elk geval een ruime keuze te zien. Misschien komt het door de beroerde financiële situatie van het museum dat het nu zijn vaste collectie wat meer aanspreekt. Als dat zo is, zou je haast hopen dat de geldnood nog een tijdje voortduurt.