Respectvolle musical, geen Hazes- sing along

Foto: Roy Beusker

Musical

Hij gelooft in mij, door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien: 11/11 in DeLaMar, Amsterdam. Inl. musicals.nl ****

Hij heeft het Jordaan-vibrato, de schommelpas, het embonpoint, de ontwapenende oogopslag, het scheve hoofd als hij zingt, de dramatiek, het hulpbehoevende in zijn blik, de kinderlijke koppigheid als hij zijn zin niet dreigt te krijgen – hij heeft het allemaal. Martijn Fischer is in de hoofdrol van Hij gelooft in mij, de musical over volkszanger André Hazes, één en al geloofwaardigheid. Geen imitatie die al gauw in een koddige karikatuur verzandt, maar een man met wie het, na zijn vele successen, hopeloos bergafwaarts ging. Door de spanningen thuis, door de drank en door zijn opkomende doofheid.

En zo respectvol als Fischer zijn rol speelt, is ook de musical zelf. Van een makkelijke Hazes-sing along is geen sprake. In het script van Frank Ketelaar en Kees Prins gaan de emoties mooi samen met ironie en met het laconieke soort terzijdes dat Hazes bij uitstek typeert. Bijvoorbeeld als hij de gemoederen over zijn alcoholisme tracht te sussen met de woorden: „Ik ben wie ik ben. En ik ben toevallig die man die wel eens een pilsje lust”.

Niet voor niets speelt het geluid van een opengetrokken bierblikje een essentiële rol.

Er zijn momenten waarop te twijfelen valt. Moet de voorstelling beginnen met een authentieke opname van de woorden die burgemeester Job Cohen in 2004 sprak bij de Hazes-herdenking in de Amsterdamse Arena? Moet de chaos in Hazes’ hoofd worden verbeeld door nachtmerrie-achtige scènes? En is het echt nodig in de finale een lijkkist te laten zien? Het lijkt te vet, te veel. Maar het is precies de pathos die bij Hazes past.

In de genuanceerde regie van Ruut Weissman is hier meeslepend muziektheater gemaakt, waarin de panelen soepel verschuiven en een kolossale koelkast vaak prominent op het podium staat. De vele liedjes zijn fraai verdeeld over de personages en vormen één geheel met de handeling. Geregeld laat Weissman geen ruimte voor het traditionele musicalapplaus na een nummer; zulke interrupties passen hier eigenlijk niet. Ook laat hij lang niet alle nummers helemaal uitzingen. De muziek met de moddervette beats fungeert vooral als acceleratie van het drama – niet als meezing- of meedeinmoment.

Ketelaar en Prins concentreren zich op Hazes’ laatste jaren, en dus ook op Rachel, zijn laatste vrouw. Zij wordt intens ingehouden – en soms met iets hards in haar optreden – vertolkt door Chantal Janzen, die haar rol de komende maanden deelt met Hadewych Minis. In deze Rachel wordt ook het ambivalente beeld weerspiegeld dat de buitenwereld destijds van haar had: hoe kon de jonge dochter van twee fervente Hazes-fans ooit tot een afgewogen partnerkeuze komen? Doris Baaten en Hajo Bruins vormen een hoogstkomisch duo als Rachels ouders – zo geestig dat het risico bestaat de tragedie weg te lachen. Maar ook Shakespeare schreef meestal een komische noot in zijn tragedies.

In twee kleinere rollen excelleren Tina de Bruin als de boezemvriendin, die mooi laat zien hoe het Rachel wellicht was vergaan als ze een „gewone” echtgenoot had gekozen, en Cees Geel als producer Tim Griek zonder wie Hazes waarschijnlijk nooit zulke successen had geoogst.

In de musical gaat het, behoudens enkele verwijzingen naar het rijmwoordenboek, niet over het schrijven van de nummers en het maken van de platen. Daarin schuilt immers zelden veel drama. Zo fungeert Tim Griek in de voorstelling alleen als grote vriend en houvast. In werkelijkheid was hij tevens de man die de Hazes-sound schiep: geen accordeonbegeleiding zoals bij alle voorgaande Jordaan-zangers, maar de gespierde gitaren van de rock en de soul waarmee deze Blues Brother van Amsterdamse makelij zich verwant voelde. En dat is ook de klank die muzikaal leider Jeroen Sleyfer met zijn zeskoppige band uit de orkestbak laat komen.

Hij gelooft in mij ging gisteravond in première in aanwezigheid van Hazes’ weduwe en de twee kinderen die ze samen hadden. De voorstelling blijft vooralsnog tot eind maart in het DeLaMar-theater. Of er daarna wordt geprolongeerd, hangt af van de publieke belangstelling.