Tanja Nijmeijer: ook als er vrede komt, blijf ik bij de FARC

Nijmeijer vorige week bij een persconferentie in de Cubaanse hoofdstad Havana. Foto AP / Jorge Pérez

Tanja Nijmeijer wil ook als de FARC vrede sluit met de Colombiaanse regering actief blijven voor de guerillabeweging. Dat zegt ze vanochtend in een bijzonder interview met Trouw. Het is haar eerste interview met de Nederlandse pers.

Nijmeijer noemt de FARC in Trouw haar “levensproject” en zegt na het sluiten van een eventueel vredesakkoord “via een vreedzame weg” te willen blijven vechten voor de idealen van de guerillabeweging.

Trouw-journalist Edwin Koopman sprak Nijmeijer gisteravond telefonisch vanuit de Cubaanse hoofdstad Havana, waar ze momenteel verblijft om namens de FARC te onderhandelen met de Colombiaanse regering. Haar aanwezigheid bij de onderhandelingen is geen mediastunt, verzekert Nijmeijer:

“Ze zeggen dat ik hier ben omdat ik tien jaar bij de FARC zit, guerrillera ben en Engels spreek. Ik kan onze documenten vertalen, dat is natuurlijk heel nuttig.”

‘Gewapende strijd tegen Colombiaanse regering nog altijd nodig’

Nijmeijer verwerpt het verwijt aan het adres van de FARC dat de beweging terroristisch is en veroordeeld moet worden vanwege de inzet van wapens in haar strijd tegen de Colombiaanse regering. De gewapende strijd is nog altijd nodig, stelt Nijmeijer:

“Gebleken is dat er in Colombia nog steeds geen plek is voor politieke deelname op een vreedzame manier. In de jaren tachtig is onze politieke partij compleet uitgemoord. Sindsdien is het geweld tegen mensen met andere politieke ideeën alleen maar toegenomen. [...] Mensen met linkse ideeën worden uitgemoord. Dat is niet legitiem. In een land met zoveel repressie tegen de bevolking kun je niet spreken van democratie.”

Gisteravond kwam via het VPRO-radioprogramma Bureau Buitenland al naar buiten dat Nijmeijer in het interview met Trouw bekent betrokken te zijn geweest bij een aanslag op een bus in de Colombiaanse hoofstad Bógota. Daarbij zijn volgens haar geen doden of gewonden gevallen.

    • Pim van den Dool