Met spaargeld naar de nationale top

De sponsorloze ploeg van Jan van Veen presteerde goed bij de NK afstanden. Vijf schaatsers plaatsten zich in Heerenveen voor de wereldbeker.

„Ze was een beetje van het padje bij Liga”, zegt coach Jan van Veen over Lotte van Beek. Foto Eric Brinkhorst

Olympisch goud in Sotsji, Lotte van Beek durfde er hardop over te filosoferen nadat ze dit weekend met zilver op de 1.000 en 1.500 meter de verrassing van het vrouwentoernooi was geworden bij de NK afstanden. Misschien wel de beste 1.500 meterrijder ter wereld, noemden insiders haar ploeggenoot Koen Verweij, die ondanks diskwalificatie grote indruk maakte met een toptijd van 1.45,79. Ook zijn trainingsmaten Maurice Vriend en Renz Rotteveel plaatsten zich op de mijl verrassend voor het wereldbekercircuit. En Marrit Leenstra danste, na goede races op de 500 en 1.500 meter, gisteren haast achteloos naar een overwinning op de duizend meter.

Vijf schaatsers, vijf keer raak voor de sponsorloze ploeg van trainer Jan van Veen. „Sportief is het wel geslaagd”, sprak de Drentse coach al halverwege het boeiende toernooi met een onderkoelde glimlach. En dan, na een korte stilte: „Financieel niet, nee.”

Zijn succesvolle schaatsers rijden vanaf komend weekeinde in Heerenveen in hun blauw-witte pakken in de eerste wereldbekerwedstrijden week na week urenlang rechtstreeks op televisie. Maar een sponsor meldde zich nog niet. Een miljoen euro per jaar moest de topploeg aanvankelijk kosten. De prijs is inmiddels wat gezakt, omdat de trainingen in de zomer werden gefinancierd met hulp van schaatsbond KNSB, sportkoepel NOC*NSF en bijdragen van de schaatsers zelf. De succesvolle NK afstanden waren de best mogelijke reclame. „Ik weet zeker dat er wat komt”, zegt Van Veen. „Geen zorgen.”

Vijf profschaatsers maandenlang zonder inkomen, voor de een weegt het zwaarder dan voor de ander. Bewezen toppers als Verweij en Leenstra hebben spaargeld van de afgelopen jaren achter de hand en hebben de A-status van NOC*NSF. „Zij kunnen het een tijdje uitzingen”, vertelde Van Veen al in de aanloop naar de NK afstanden. Maar subtopper Rotteveel en de jongeren Van Beek en Vriend (beiden twintig jaar) hebben nauwelijks inkomsten. Fysio, arts en trainer kosten ook geld. Zeker met zoveel schaatsers in het wereldbekercircuit en dure reizen naar Kolomna en Kazachstan in het vooruitzicht. „Dit moet niet te lang duren”, realiseerde Van Veen zich al voor de seizoensstart.

Hoe zijn ploeg onder dergelijke omstandigheden toch zo goed kan presteren? „Het is niet zo dat we in een crisissfeer hebben zitten afwachten tot de NK”, zegt Van Veen. „We hebben bijna het hele trainingsprogramma kunnen doen.” Al moest hij de touwtjes aan elkaar knopen. Zo deed de ploeg een trainingskamp in Heerenveen niet vanuit een hotel maar vanuit huis. Toscane werd ingeruild voor Papendal. „Topkamp gehad.” De coach regelde zelf schaatspakken en een busje voor vervoer. Hij organiseerde een samenwerking met de Noorse ploeg. „Eenmaal op het ijs speelt geld geen rol.”

Van een nadeel maakte Van Veen een voordeel. „Dit soort omstandigheden brengt vaak het beste in mensen naar boven. Dat is wat ik zag gebeuren. Niet gaan klagen van ‘arme ik’. Het gaat uiteindelijk om de innerlijke gedrevenheid, niet om geld. Juist nu zie je hoe gedreven al deze schaatsers zijn.” Hij zag de topvorm in het laatste trainingskamp in Inzell komen. „Dan moet je geen domme dingen meer doen.” Met als resultaat de succesvolle NK afstanden. „Allemaal goed.”

Zoals zijn aanwinst Van Beek, over wie de coach in de aanloop naar de NK nog voorzichtig was. „Ze is een beetje van het padje geweest bij Liga.” Het grote talent behaalde in 2010 de wereldtitel bij de junioren en reed toen al seniorentijden. Maar vorig seizoen leek ze te bezwijken onder geruzie in de Ligaploeg van coach Marianne Timmer, een ploeg zonder mannelijke trainingspartners.

In Thialf kreeg ze afgelopen weekeinde plotseling de wereldtop bij de senioren in het vizier. Een persoonlijk record van 1.57,46 op de 1.500 meter (tweede), een snel rondje van 28,0 seconden op de 500 meter en zilver op de 1.000 meter. „Aan het einde van vorig seizoen heb ik de stijgende lijn weer gevonden”, zegt Van Beek. „Die heb ik in de zomer doorgetrokken. Ik voelde dat dit eraan zat te komen, al ben ik verbaasd dat ik hier zoveel snelheid heb. Een verschil met de junioren is dat je bij de senioren meteen bij de seizoenstart in vorm moet zijn. Die omschakeling heb ik nu gemaakt.” Allroundambities? „Ik focus eerst op de 1.000 en 1.500 meter. Maar ik weet dat ik ook een goede drie kilometer kan rijden.”

Herwonnen zelfvertrouwen in een succesvolle ploeg. „Pannenkoek”, had Van Veen gezegd tegen kopman Verweij, toen deze op de openingsdag van de NK zijn vijf kilometer verpestte. Op de enige tegenvaller volgde zaterdag een ijzersterke 1.500 meter. Met twee handen op de rug tussenrondjes van 26,5 en 26,8: weinigen doen het Verweij na. Al leidde een verkeerde wissel tot diskwalificatie, Verweij was blij dat eruit kwam waar hij de hele zomer voor had gewerkt en dat hij alsnog werd aangewezen voor de wereldbeker.

Zoals hij ook een persoonlijk record reed op de duizend meter en genoot van ploeggenoten Rotteveel en ‘broertje’ Vriend. Benjamin Vriend verraadde na zijn plaatsing voor de wereldbeker het geheim van de ploeg zonder sponsor. „Iedere dag opstaan met het besef: ik ga er alles uithalen. En daar iedere dag consequent naar handelen.” Geld of geen geld.