Intens genot bij Allens afrobeat

Afrobeat

Tony Allen. Gehoord: 9/11 Bimhuis, Amsterdam. ****

Als Tony Allen de drumstokjes ter hand neemt, veranderen de zitplaatsen in de concertzaal in hinderlijke obstakels. Dat zijn publiek tijdens het eerste deel van het concert vrijdag in het Bimhuis bleef zitten, wilde de vrolijk mopperende drummer nog wel door de vingers zien, maar in het tweede uur stonden de stoeltjes danig in de weg.

Tony Allen was een kleine maand geleden ook al in Nederland, toen om in Paradiso de verjaardag van Fela Kuti te vieren. De drummer smeedde vijftig jaar geleden samen met Kuti de afrobeat uit jazz, psychedelische highlife en Nigeriaanse juju-beats. Allen is nu 72 jaar en geniet van de almaar voortdurende revival zonder zelf gemakzuchtig te worden.

Bij het concert vorige maand kwam het experimentele karakter van het genre aan bod, afgelopen vrijdag draaide het uitsluitend om de groove. De avond stond aangekondigd als een project met Detroit-soulmuzikant Amp Fiddler, maar die was er zelf vreemd genoeg niet bij. Deerde dat? Nee.

Als drummer legt Allen accenten op tellen waarvan we het bestaan niet kenden, als bandleider maakt hij zichzelf niet belangrijker dan noodzakelijk. De jonge band die hij had meegebracht ging met zichtbaar plezier aan het werk.

Zijn vijf bandleden kregen de ruimte om te soleren. De nummers waarbij zangeres Audrey Gbaguidi op de voorgrond trad, zorgden voor een verrassende omdraaiing van de afrobeat die traditioneel door achtergrondzangeressen wordt opgevrolijkt. In Allens versie klonk er nu een laag brommend mannelijk achtergrondkoor.

Vooral het samenspel tussen Allen en de intens genietende bassist César Anot waren een genot om naar te luisteren en te kijken.