In de cel kun je tenminste eten

Als hij honger had, of wilde slapen, meldde de negentienjarige Towhid Rahman zich bij een politiebureau. Daar werd hij vastgehouden. In de cel kon hij tenminste eten, drinken en slapen. Maar na een paar dagen stond hij weer buiten omdat zijn geboorteland, Birma, hem niet terug wilde hebben. Ze erkennen daar zijn papieren niet en ze mogen hem niet, omdat hij Rohingyamoslim is, een vervolgde minderheid. Hier blijft hij illegaal. Dan kan hij wel altijd in de cel blijven.

Voor mensen als hij zou het voornemen van het kabinet om illegaal verblijf in Nederland strafbaar te stellen nieuwe vooruitzichten hebben geboden. Maximaal achttien maanden bed, bad en brood en niet rondzwerven op straat.

Illegalen hebben vaak al in gevangenis van gezeten en als iemand statenloos is, zoals Rahman, voegt straf daar niets aan toe. Het is slechts een politiek symbool, dat nog duur is ook. Ook zo'n ondoordacht punt in het regeerakkoord tussen de PvdA en de VVD.

Het geval Rahman bewijst dat een sluitend immigratiesysteem niet mogelijk is. Volgens de regels hoort hij hier niet, elders ook niet. Hij kan wel juridisch als burger zijn opgeheven, maar toch bestaat hij.

Rahman bevindt zich als rechteloos wezen aan de rafelrand van de grens. Geen recht op asiel, dus in theorie moet hij terug, maar niemand wil hem terug. Maar in de juridische kabbalistiek van wetten, verordeningen, onderzoeken en leugens om aan de regels te voldoen kan elke toelating weer een precedent voor anderen betekenen. Vrijwel iedereen kan reizen. Maar is massale verhuizing naar Nederland de oplossing voor een etnisch geschil aan de andere kant van de wereld? Je wil dat niet te gemakkelijk maken.

Op de diverse toelatingsprocedures van landen is een mensenhandel gebouwd, met voorposten die in de gaten houden in welk land en bij welk verhaal de afgeleverde vracht kan blijven. Dat is de zogenoemde aanzuigende werking, waar veel activisten niet in geloven. Het lijkt op het vroegere debat over de vraag of ‘de Russen hier komen’. Zouden ze ons bezetten als de atoombom zou zijn afgeschaft? Zou de stroom immigranten toenemen zonder al die grenswachten en juridische guerrilla?

Voor Connie van den Broek, die Rahman adviseert, is illegaliteit een praktische kwestie. „Er is niet één oplossing”, zegt hij. Mensen uit arme landen willen hier wonen omdat het hier goed is. Gelukkig maar. Je zou niet graag zitten in een land waar niemand heen wil, redeneert hij. Aan de andere kant zouden die benijdenswaardige voorzieningen van de verzorgingstaat verdwijnen als iedere ongeschoolde zich hier kan vestigen. Maar een strafblad betekent dat een illegaal nooit een verblijfsvergunning krijgt. Dat is terecht in het geval van moord of roof, maar enkel omdat iemand hierheen is gekomen en later nergens anders heen kan? Of omdat iemand hier is geboren en illegale ouders heeft? Zo iemand moet zijn staatsburgerschap kunnen verdienen in plaats van werkloos in de cel te zitten.

Dat dilemma wordt ook wel begrepen. De Nederlandse overheid geldt internationaal als streng in de regels, maar is daar ook niet consequent in. Waar wettelijke bescherming eindigt, begint liefdadigheid. In een voormalige kerkzaal met glas-in-loodramen achter een onopvallende voorgevel helpt Van den Broek illegalen met papieren. Zijn Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt wordt betaald door kerken. Boven heeft Rahman een kamer. In een ziekenhuis wordt hij behandeld voor zijn kanker. Iedereen heeft baat bij medische hulp voor illegalen. Zo worden besmettelijke ziekten als tbc of hiv enigszins onder controle gehouden. Het Erasmus MC behandelt, apotheken verstrekken gratis medicijnen.

Het blijft schipperen. Geen uitkering, wel zorg en gedoogopvang, geen psychische zorg, wel gevangenisstraf. Dat arme mensen hier willen wonen, is niet laakbaar. Het bewaken van de grenzen van een verzorgingsstaat is dat evenmin.