Hockeykampen, moskee-internaten. Waar ligt de grens?

Er moet snel toezicht komen op moskee-internaten. Daar is iedereen het over eens. Maar hoe konden ze zo lang onopgemerkt blijven? Rotterdam wil een spoeddebat.

ROTTERDAM - Een fotoserie over een moslim Internaat in Rotterdam waar 30 jonge moslims wonen en leren boven een moskee. COPYRIGHT ROBIN UTRECHT FOTOGRAFIE

Rotterdam. Nu bekend is dat in Nederland honderden kinderen in moskeeën wonen, willen politici en betrokkenen dat er toezicht komt op deze moskee-internaten.

Ook in Rotterdam, waar zover bekend de meeste moskee-internaten zijn, willen de betrokken wethouders beter zicht krijgen op de omstandigheden waaronder kinderen in moskeeën verblijven. De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge (Onderwijs, Jeugd en Gezin, CDA) zegt tot publicatie in NRC Handelsblad dit weekend niet van het bestaan van moskee-internaten in zijn stad te hebben geweten.

De wethouder pleit voor landelijk en wettelijk toezicht op de moskee-internaten: „Dat lijkt me verstandig.”Maar hij vermoedt dat het lang kan duren voor dit is geregeld. „Er moet bijvoorbeeld ruimte blijven voor particuliere initiatieven. Dat betekent dat je een grens moet trekken: wat doe je met de hockey- en schoolkampen?”

De Jonge wil het traject niet afwachten. Woensdag komen alle betrokkenen bij elkaar. „Stap 1 is: alle feiten moeten op tafel komen”. De bijeenkomst zal ook gaan over de kappers en winkels in de moskeeën, de brandveiligheid en vergunningen.

Stap 2 is dat De Jonge met de moskee-internaten gaat praten. „Hoewel de ouders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor deze kinderen, is de afwezigheid van toezicht in een dergelijke setting ongewenst. Niet alleen voor de kinderen en hun ouders, ook voor de instellingen zelf. Het maakt ze kwetsbaar.”

De wethouder gaat ervan uit dat de moskeebesturen alvast vrijwillig met regulier toezicht zullen instemmen. De Jonge: „Het doel van de gesprekken moet zijn: een waarborg te creëren voor een veilige pedagogische setting.” Hij wil afspraken kunnen maken over het trainen van personeel, een meldcode bij kindermishandeling, het borgen van pedagogische kwaliteit.

Stap 3: een gesprek aangaan met de ouders. „Ik wil weten waarom ouders hun soms heel jonge kinderen voor een groot deel van de week door anderen laten opvoeden. Onderkennen ze ook mogelijke nadelen ervan? Als er bijvoorbeeld een verlegenheid achter schuilt voor het omgaan met pubers, moet dat eens besproken worden.”

Er zijn drie moskee-internaten in de stad en er is er een vierde in oprichting. Volgens raadslid Anita Fähmel van Leefbaar Rotterdam bestaat er nog een vijfde internaat, op de Diergaardesingel.

De website van de stichting op dat adres meldt een ‘studiewooncentrum’ te beheren, waar „middelbare scholieren (jongens), tussen 15 en 17 jaar verblijven. De jongens volgen lessen [...] op een middelbare school en verblijven gedurende het schooljaar” in het centrum.

De Rotterdamse wethouder Hamit Karakus (Wonen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed, PvdA) pleit eveneens voor toezicht op de internaten. „Mijn persoonlijke mening is dat er toezicht moet komen.”

Karakus wist van het bestaan van één moskee-internaat, in de Polderstraat. De moskee laat er vijftig meisjes overnachten, zonder daarvoor een vergunning te hebben en was tot drie maanden geleden brandonveilig. De deelgemeente wist er al die tijd van.

Karakus is al sinds 2008 betrokken bij het onderhoud van het moskeegebouw, over mogelijk sloop en nieuwbouw. Over de kinderen, zegt hij nu, hoorde hij pas in de zomer van 2011, in een gesprek met de portefeuillehouder van de deelgemeente Feijenoord. In datzelfde gesprek hoorde hij ook dat het pand niet brandveilig was. Hij is meteen actie gaan ondernemen, zegt hij. Eerder liet het gemeentebestuur weten al jaren langer van het meisjesinternaat op de hoogte te zijn.

Van de andere moskee-internaten wist Karakus niet, zegt hij, totdat er vragen van NRC over kwamen.

De wethouder is onder vuur komen te liggen in de gemeenteraad. De fracties willen dat hij donderdag in een spoeddebat uitleg geeft. Leefbaar Rotterdam en PvdA hebben schriftelijke vragen gesteld. Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam zegt het „bizar” te vinden dat de wethouder zijn verantwoordelijkheid „afschuift op het bordje van de deelgemeente”. Ook VVD, CDA, D66 en PvdA willen opheldering. „Als de wethouder wist van de situatie maar niet heeft opgetreden, is dat uitermate ernstig”, zegt PvdA’er Ton Harreman. Hij wil van Karakus weten wat hij precies heeft gedaan om het internaat brandveilig te maken. George van Gent (VVD): „Het is schandalig dat dit in een stad als Rotterdam kan gebeuren.”