Hervormen of de ondergang tegemoet

Steeds weer stelt de leiding van de Communistische Partij van China hervormingen uit. Op het huidige partijcongres morren de leden.

De hoog bejaarde veteranen van het politieke maandblad Yanhuang Chunqiu in Beijing zijn nog net zo idealistisch als zestig, zeventig jaar geleden. Nogal altijd dromen de oude kameraden van een land waarin „iedereen een beetje rijker” is en iedereen „mits vrij van vijandige bedoelingen” kan zeggen wat hij of zij vindt, ook al is het een foute of domme gedachte, zoals Mao Zedong het democratisch ideaal in 1945 formuleerde.

„Ik werd 70 jaar geleden lid van de partij omdat ik wilde vechten tegen de onvrijheid en de corruptie van de Kuomingdang. We hebben de Kuomindang verjaagd. Ik betreur het enorm dat we nog steeds geen echte democratie zijn en dat de tumor van de corruptie alleen maar groter wordt”, zegt Du Daozheng, de 89-jarige oprichter en uitgever van ‘Annalen van de Lente en de Herfst’ dat vaak politieke kritiek verpakt in historische onderzoeksverhalen.

In het septembernummer heeft de vitale Du samen met zijn oude vrienden, ook een lang leven lid van de Communistische Partij van China, een oproep gedaan aan het achttiende Nationale Partijcongres en de nieuwe, inkomende generatie partijleiders om moed te tonen en dringend noodzakelijke hervormingen door te voeren. De oproep was verpakt in een analyse over de rol van de sociaal-economische onrust en de hoge inflatie ten tijde van de uiteindelijk bloedig neergeslagen demonstraties op het Tiananmen-plein van 1989.

Du, voormalig directeur van de Algemene Administratie voor Pers en Uitgeverijen, is beslist geen dissident en bewonderaar van het westerse ‘one man, one vote’- systeem en dat is zijn oude vriend He Fang (90), een voormalig hoofdredacteur van het persbureau Xinhua, al evenmin. Dat werkt in China niet, denken zij. Maar het frustreert hen mateloos dat, nu het einde van hun leven in zicht komt, hun oude communistische idealen over gelijkheid, welvaart voor iedereen, rechtvaardigheid en democratie met Chinese karakteristieken nog steeds niet zijn verwezenlijkt.

„De politieke hervormingen stagneren sinds 1989 en de economische hervormingen sinds 2003. We zien dat de Communistische Partij een enorme organisatie is geworden die heel moeilijk is te veranderen vanwege de gevestigde belangen”, aldus He Fang die alles bij elkaar 20 jaar heeft doorgebracht in gevangenissen en arbeidskampen, omdat hij zowel Mao Zedong als Deng Xiaoping had bekritiseerd in niet gepubliceerde Xinhua-artikelen.

De enorme groei van het partij- en regeringsapparaat gaat gepaard met ongecontroleerde machtsuitoefening en heeft geleid tot een zeer levendige handel in invloed, banen en lucratieve connecties. Meestal indirect beschikken hoge partijkaders via hun families over omvangrijke, onzichtbare zakelijke belangen. Bo Xilai was geen uitzondering en premier Wen Jiabao moet zich opgelaten voelen door de recente onthulling over de enorme rijkdom van zijn familie.

„Heel lang dachten wij dat China te groot en te divers is om het land met snelle stappen te hervormen. Maar wij denken nu dat de tijd dringt, want de woede onder de bevolking over de ongelijkheid en de corruptie groeit snel en het machtsmisbruik neemt gevaarlijke vormen aan”, aldus He die lang voor hervormingsgezinde premiers als Zhu Rongji heeft gewerkt. Du voegt er op de redactie van het maandblad in Oost-Peking aan toe: „De sociale onrust, die nog nooit zo groot is geweest, kan een een grote bedreiging vormen voor de economische ontwikkeling. Daarom moeten de nieuwe leiders geen kleine, maar middelgrote hervormingsstappen zetten.”

De kameraden, die net als andere inwoners van Beijing graag over politiek praten, hebben een waslijst van ideeën, te beginnen bij de vrijheid van de pers en de versterking van de interne partijdemocratie. Nieuwe leiders moeten niet langer achter de schermen worden benoemd door onzichtbare belangengroepen (leger, ambtenaren, partij-ouderen) maar door de 82 miljoen leden van de partij door middel van interne verkiezingen. Op het Partijcongres circuleert overigens een voorstel van die strekking.

Radicalere ideeën hebben zij ook, zoals de invoering van een scheiding tussen partij en staat. Hoewel de nieuwe leiders, Xi Jinping en Li Keqiang en anderen, tieners waren in de chaotische jaren van de Culturele Revolutie en slechte herinneringen bewaren aan totalitair wangedrag van partijleiders (en opgezweepte massa’s), zullen zij altijd loyaal blijven aan de partij. Aan ideologische capitulatie en politieke zelfmoord door het primaat van de partij op te geven, zullen zij nooit meewerken.

Voor zover valt te overzien (tot in 2030) zullen partij en staat niet van elkaar gescheiden worden. Hoe dat model eruit ziet, is te zien op het bijgaand organogram, een röntgenfoto van de macht in China. Van de top in Beijing tot de laagste functie van dorpshoofd zijn partij en staat met elkaar vervlochten door partijfunctionarissen op sleutelfuncties in het openbaar bestuur te plaatsen. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven, zowel voor staatsondernemingen als voor particuliere bedrijven, ook die in het buitenland. Van buiten af is dat vaak niet eens goed zichtbaar, ook omdat de partij discreet opereert en zich niet meer zoals vroeger bedient van leuzen, campagnes en openbare manifestaties.

Hu Jintao en ook Wen Jiabao treden vaker op als president en premier, terwijl hun posities in het staand comité van het Politbureau belangrijker zijn. De eerste en voornaamste taak van het Politbureau is het bewaken van het machtsmonopolie van de partij over de samenleving en het leger, vandaar dat de negen en straks misschien zeven leden de leidende posities bekleden in het leger, het openbaar bestuur en het volkscongres. Zoals ieder plein in een Chinese stad lijkt op het Tiananmenplein in Beijing zo is iedere bestuurslaag georganiseerd volgens het model dat in ‘het centrum’ wordt gebruikt, het oude Politbureaumodel dat werd ontworpen door oorlogvoerende bolsjewieken in Rusland.

Dat wil niet zeggen dat de partij stilstaand water is. Uit welbegrepen eigenbelang doen achtereenvolgende leiders er alles aan de partij te moderniseren en de kwaliteit van de overheid te verhogen. Een gigantisch en divers land als China ontwikkelen is een prestatie van formaat en had zonder interne vernieuwingen nooit kunnen gebeuren, onderstrepen Du en He.

Feit is dat de jongeren die massaal lid willen worden nooit promotie kunnen maken als zij niet een of meerdere academische titels hebben en daarna niet voortdurend op cursus gaan. Xi en Li hadden nooit de top bereikt als zij als partijsecretarissen van provincies zo groot als Duitsland en Frankrijk geen succes hadden gemaakt en jaarlijks worden tienduizenden bestuurders van steden en provincies naar buitenlandse universiteiten gestuurd voor MBA- en andere cursussen.

Vooral de universiteiten en de technologische hoge scholen van politiek veilig en met China dik bevriend Singapore zijn favoriete bestemmingen voor de aanstormende partijkaders. Er wordt enorm veel geïnvesteerd in het vergaren van kennis en technieken om provincies, steden en dorpen goed te besturen en om te gaan met openbare orde en ontevreden groepen in de samenleving. „Het is goed dat onze bestuurders iets van de wereld zien, maar dat zijn nog geen politieke hervormingen”, aldus uitgever Du Daozheng, wiens jongste kleinzoon in Engeland economie studeert.

Misschien tegen beter weten in hopen de oude kameraden dat er na het partijcongres toch een hervormingsbeweging op gang komt. „Uit economische noodzaak waarschijnlijk, het maakt niet uit”, hopen Du en He. Vertrekkend partijleider Hu Jintao heeft er lang op gegokt dat hij de roep om politieke en economische hervormingen kon weerstaan door economische prestaties zonder weerga te leveren en tegelijkertijd dissidenten en sociale onrust hard aan te pakken. Maar het Chinese groeimodel dat gebaseerd is op kapitaalinvesteringen en export, raakt sleets. Of in de woorden van partijleider Hu Jintao bij de opening van het congres: „De groei is onevenwichtig, niet gecoördineerd en niet duurzaam’’.

Deze zomer schreef een anonieme auteur in Du’s blad een intrigerend commentaar. „De hervormingstrein kan al op gang worden gebracht door het particuliere bedrijfsleven meer ruimte te geven, de macht van de staatsbedrijven te verkleinen, de eigendomsrechten beter te verankeren en de ontwikkeling van de rechtsstaat te versnellen”.

Du wil niet verklappen of de onbekende schrijver inderdaad premier Wen Jiabao zelf was, zoals het gerucht op het Chineestalige internet wil. Maar hij zegt wel dat de discussies over aard en tempo van hervormingen ook op het hoogste niveau worden gevoerd. „Daarom ben ik uiteindelijk niet pessimistisch.” He Fang, die in zijn leven een hoge prijs heeft betaald voor kritiek op machthebbers: „Hu Jintao heeft gezegd dat als we er niet in slagen de corruptie te bestrijden, dat wel eens fataal kan zijn voor de partij. In de nieuwe generatie zijn leiders die ook denken dat het uitblijven van economische en politieke hervormingen fataal kan zijn. Daar put ik hoop uit, hoewel ik weet dat ík dat niet meer zal meemaken”.