Een gelovige in de maakbare mens

De Amsterdamse PvdA koos gisteren een politicoloog zonder bestuurlijke ervaring als wethouder. Pieter Hilhorst, optimist.

Pieter Hilhorst ziet in ‘samenredzaamheid’ de richting van „de politiek van de jaren tien”. Foto ANP

De PvdA in Amsterdam heeft een BN’er binnengehaald als opvolger van wethouder Lodewijk Asscher. Publicist en tv-maker Pieter Hilhorst is gisteren door een ruime meerderheid van de raadsfractie aangewezen als kandidaat-wethouder voor financiën, onderwijs en jeugd, beheerd door Asscher voor hij als vicepremier plaatsnam in het kabinet-Rutte II.

Hilhorst (46) is bekend van krant (als columnist van de Volkskrant) en tv (bij de VARA als Ombudsman – dit voorjaar gestopt – en in het programma Politieke junkies). Als politicus noch als partijpolitiek bestuurder heeft hij enige ervaring, laat staan met de zware en technische portefeuille financiën. Volgens de Amsterdamse fractievoorzitter Frank de Wolf zullen zijn collega-wethouders en ambtenaren hem daarin bijstaan.

De cum laude afgestudeerde politicoloog Hilhorst heeft een lange mars door de politiek gemaakt buiten de partijkaders om. Hij werkt met de Wiardi Beckmanstichting, denktank van de PvdA, aan het project ‘Van waarde’ dat de partij koers moet geven, hij leidde tijdelijk als ‘technisch’ voorzitter vergaderingen van de Bondsraad van FNV Bondgenoten en vervulde adviseurschappen bij maatschappelijke organisaties. Met GroenLinks-prominent Jos van der Lans richtte hij een ‘broodfonds’ op, waarin deelnemende zzp’ers elkaar voor ziekte verzekeren. „Samenredzaamheid”, noemt Hilhorst dat, en volgens hem is het de richting waarin „de politiek van de jaren tien” zich moet en zal ontwikkelen.

Een ander initiatief, het ‘stoutfonds’, is illustratief voor zijn opvatting over moderne politiek en zijn werkwijze. In december 2010 berichtte hij als Ombudsman over jongeren die in afwachting van een verblijfsvergunning volgens de wet geen stage mochten lopen. In mei 2011 schreef Hilhorst in de Volkskrant over de Surinamer Kelvin („een heel beleefde jongen die erg netjes praat”), die zo een stageplaats bij de bank van zijn dromen misliep. Een misstand, vond Hilhorst, die hij onder de aandacht bracht van de Start Foundation, geleid door oud-vakbondsbestuurder Anton Westerlaken en PvdA-prominent Jetta Kleinsma. Zij maakten 150.000 euro vrij voor het stoutfonds, waaruit boetes worden betaald voor scholen en werkgevers die deze jongeren illegaal stage laten lopen.

Het startschot voor dit fonds werd gegeven in een uitzending van de Ombudsman in september 2011. In april 2012 prees Hilhorst in de Volkskrant („Bestuurlijke ongehoorzaamheid”) wethouder Asscher omdat die had besloten stages te bieden aan jongeren zonder verblijfsvergunning. En in mei oordeelde de rechter dat Kelvins recht op onderwijs was geschonden, waarop de Start Foundation liet weten dat de Staat „de nieuwe politieke werkelijkheid” niet kon negeren en het stoutfonds dus kon worden opgedoekt. Ziedaar het vermogen van het netwerk van Pieter Hilhorst.

Hilhorst, als jongste in een katholiek gezin met vijf kinderen geboren in Voorburg, zocht naar eigen zeggen al vroeg een podium voor zijn politieke belangstelling. In een interview vertelde hij dat hij een poppenvoorstelling maakte rond oorlogsmisdadiger Pieter Menten en minister Van Agt. „Ik moet tien zijn geweest.” Dat was dan al nadat hij had verklaard „professor of minister-president” te willen worden – want toen was hij nog maar zes.

In 1984 begon hij met de studie politicologie in Amsterdam. „Alles wat links en geëngageerd was, kwam aan die faculteit”, zegt medestudent Ronald Spanier. „Bij politicologie was je rechts als je PvdA stemde”, zegt Kees Neefjes, ook medestudent. Een vrolijke, ambitieuze student was Hilhorst volgens Spanier. Neefjes zag „onuitputtelijke energie” bij Hilhorst, die stukjes schreef voor politicologenblad Discorsi. Daarnaast werkte hij mee aan het videojournaal van de faculteit en aan het cabaret Kunst naar Kracht, waarmee de politicologen de straat opgingen met satirisch protest tegen de studiefinanciering van onderwijsminister Deetman. „Hij vond het duidelijk fijn om op een podium te staan”, zegt Spanier.

Vanaf 1998 staat Hilhorst als journalist, columnist en presentator op vele podia: Intermediair, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, NPS, IKON, VPRO, VARA. Daarnaast bouwt hij zijn „netwerk om u tegen te zeggen” (aldus oud-hoofdcommissaris Bernard Welten) op via lezingen, gastlessen, voorzitterschappen, adviescommissies. Hij komt daarbij op vele maatschappelijke terreinen en de concrete kennis die hij daarbij opdoet, zet hij in een politieke context in columns, essays en boeken.

Monika Sie Dhian Ho, directeur van de Wiardi Beckmanstichting, beschouwt dit als de ideale leerschool voor een politicus. „Hij heeft gezag verworven buiten de politiek. Dat maakt zijn denken autonoom en zijn oordeel onafhankelijk.” Zijn werk als Ombudsman bij de VARA, tussen 2010 en 2012, heeft volgens eindredacteur Geralt Lammers daar ook aan bijgedragen. „Hij is in aanraking gekomen met heel concrete problemen op divers gebied. Dat zal hem als wethouder van pas komen.”

Boze mensen bij instanties die hij als Ombudsman het vuur na aan de schenen legde, kan Lammers zich amper herinneren. „Hij is geen Pieter Storms, hij is Pieter Hilhorst. Hij is al heel snel met de oplossing van het probleem bezig. Vanuit tv-oogpunt misschien een beetje té snel. Je moet ook de tijd nemen voor wat er mis is en de boosheid daarover. Dat werkt: drama op tv.”

Zijn opvatting van politiek en zijn werkwijze lijken volgens mensen die hem kennen op die van Lodewijk Asscher, de afgelopen jaren de onbetwiste leider van de Amsterdamse PvdA. „Ze grijpen geen van beiden naar de grote, wereldomvattende modellen van de oude sociaal-democratie”, zegt oud-politieman Welten. „Ze pakken kwesties op kleine schaal aan en maken er dan een olievlek van. Ze zijn meer sociaal-liberalen.” Monika Sie: „Ze staan dicht bij de dromen en verzuchtingen van mensen.”

Hilhorst verwees zelf naar Asscher in de column waarin hij zijn kandidatuur stelde en een ‘politiek van nabijheid’ bepleitte: „Daarbij past de mobiliserende politieke stijl waarmee Lodewijk Asscher geweldige resultaten heeft bereikt. De tijd is voorbij dat problemen kunnen worden opgelost met een verhoging van het budget. We zullen met minder geld meer maatschappelijke resultaten moeten behalen. Dat kan alleen door sociale allianties te sluiten en aansluiting te zoeken bij burgerinitiatieven.”

De gemeenteraad beslist eind deze maand over de voordracht. Als het aan de fractie ligt, heeft de PvdA dan niet alleen een nieuwe wethouder, maar ook een nieuwe leider met wie ze de verkiezingen van 2014 ingaat. De leden weten wie ze in huis halen: een politicus die oplossingen eerder buiten dan binnen partijpolitieke kaders zal zoeken. Die veel aan de burgers wil overlaten vanuit een optimistisch geloof in mensen.

In Trouw keek journalist Willem Pekelder dit jaar juist daarom met enig hoofdschudden naar Hilhorsts documentaire drieluik Vrijheid, gelijkheid, broederschap: „We hoeven alleen maar goed te doen en anderen zullen volgen”, hoorde hij Hilhorst zeggen. „Dat betekent dat we in staat zijn om onze eigen ideale maatschappij te maken.” Conclusie van Pekelder: Hilhorst gelooft te veel in de maakbare mens.

Ombudsman-eindredacteur Lammers is voorzichtiger: „Pieter is optimistischer dan ik. Ik ben benieuwd of hem dat lukt als bestuurder: mensen samen dingen helpen oplossen die de overheid laat liggen.”