De vrouw die plots in het wak verdween

Jens Christian Grøndahl: Voordat we afscheid nemen. Vert. Annelies v. Hees. Meulenhoff, 288 blz. € 19,95***

Het wachten op een nieuwe Grøndahl duurt altijd te lang. Het liefst lees je iedere maand zo’n fijngevoelige roman in prachtig, tastend taalgebruik, die je nuancerend, filmisch en poëtisch vertelt hoe het leven eruitziet. En nu is er weer een, met een typisch Grøndahliaanse titel, Voordat we afscheid nemen. Een aankondiging van verlies, een van de grote thema’s van de Deense meesterschrijver.

Als altijd lees je Grøndahls eerste bladzijden met extra aandacht. Daarin balt hij vaak zijn hele boek samen, van daaruit ontrolt zich het verhaal. ‘Ze schaatste in een grote boog het verlaten ijs op’, luidt ditmaal de eerste zin. Een bevroren ven, tussen Deense dennen, ‘onder de stille hemel’. Een vrouw heeft sinds jaren weer eens schaatsen ondergebonden, ze had ze nog niet eerder uit de verhuisdozen gehaald, dozen ‘die ze had meegebracht en nooit opengemaakt toen ze bij hem introk’.

Nu dus wel. De man staat aan de kant, handen in de zakken, kleumend, hij was ‘afgevallen en daardoor hing zijn oude huid losser om zijn botten’. ‘Voor de verandering’ heeft hij geen camera bij zich. Zij herinnert zich het gevoel van vrijheid dat het schaatsen geeft, ‘een vergeten vaardigheid die weer ontwaakte’.

Het eerste deel van de roman is het verhaal van de jonge vrouw, Barbara, en haar twee keer zo oude man, Marcus. Zij, te vondeling gelegd in Calcutta, geadopteerd, medewerkster van een uitgeverij en ‘weekendkosmopoliet’; hij een gevierd fotograaf, meer op reis dan thuis, ‘melancholieke nomade’ behorend tot de mensen ‘die al vijfentwintig jaar de cultuur bepaalden’. Ze leven ‘in de tegenwoordige tijd, de rest was gearchiveerd’. Marcus maakt een eind aan hun relatie en vertrekt naar Soedan.

Waarom? Waarom nu? Wat steekt er achter deze relatie? Waar komen deze mensen vandaan? Wat is het geheim? Dat zijn de vragen die je je als lezer stelt, aan het einde van het eerste deel, vragen waarmee je het tweede deel ingaat.

Maar nee, de film is ruw in tweeën geknipt, de voorbode van diepgang blijkt een illusie, de schaatster lijkt definitief in een wak verdwenen. We maken kennis met andere personages, andere ontheemden, met getrouwde mannen die liever vrij waren, met vrouwen die zo hun eigen professionele en persoonlijke problemen hebben, met tijdgenoten in wier leven we niet werkelijk geïnteresseerd zijn, omdat we op het spoor van dat ene, enigmatische stel zijn gezet.

Dat spoor kronkelt in de marge nog een beetje verder, komt wel terug, maar krijgt uiteindelijk geen vervolg. Als lezer word je tegen het einde van het boek overvallen door een gevoel van teleurstelling. De vrouw die zo veelbelovend het verlaten ijs op schaatste, is blijven steken in die mooie eerste boog.

Jens Christian Grøndahl wordt 17 november geïnterviewd op Crossing Border