Angst voor nieuwe Amerikaanse afgrond

Beleggers vrezen het ‘slot’ op het Amerikaanse begrotingstekort. Na de herverkiezing van Obama is de deadline in zicht.

Wat zou het aardig zijn om de beursweek te beginnen met een optimistisch verhaal.

Vergeet het maar. Komende week heerst vooral de angst over de tikkende tijdbom onder de Amerikaanse overheidsbegroting (zie voor de actuele stand usdebtclock.org).

Volgende maand verloopt de deadline van het compromis waarmee het Amerikaanse Congres vorig jaar de discussie over de uitdijende staatsschuld voor zich uit schoof. Als er voor 31 december geen nieuw plan ligt om de staatsschuld van ruim 16.000 miljard dollar terug te brengen, treden automatisch strenge bezuinigingsmaatregelen en forse belastingverhogingen in werking. Zo streng, dat het bruto nationaal product van de grootste economie ter wereld in 2013 met 0,5 procent zou kunnen dalen en de werkloosheid met ruim 1 procent stijgen.

Deze zogeheten fiscal cliff was even op de achtergrond geraakt door orkaan Sandy en de presidentsverkiezingen. Maar een dag na zijn herverkiezing was Barack Obama al in discussie over belastingverhoging en ging de Dow Jones met 2,5 procent onderuit.

De verhoudingen in het Congres zijn niet wezenlijk veranderd: de kans bestaat dat Democraten en Republikeinen een werkelijke oplossing verder voor zich uit moeten schuiven. Maar met een laf compromis wordt de ‘cliff’ er alleen maar groter op en blijft onzekerheid in de financiële sector bestaan.

Ook Europa heeft zijn eigen patstelling; de eurocrisis trekt de beurzen naar beneden en zorgenkind Griekenland worstelt met een zoveelste onmogelijke deadline om een faillissement af te weren. Rijke Zuid-Europeanen, ook in het kwakkelende Spanje, stallen hun kapitaal liever in het buitenland en verergeren daarmee de problemen in eigen land.

Meer onzekerheid dichtbij huis: de Duitse economie, de motor van Europa, begint te sputteren. En Nederlandse consumenten wachten af wat de nivelleringsplannen van VVD en PvdA – versie 2.0 – op zullen leveren. De koopkrachtverandering raakt een grote groep huishoudens en dat heeft mogelijk een negatief effect op de economie. Al was het maar omdat Nederlanders niet weten waar ze volgend jaar aan toe zijn.

De VS en Europa dragen op dit moment weinig bij aan de groei van de wereldeconomie; gelukkig zijn er wel – voorzichtige – gunstige geluiden uit China en India. Volgens een recent OESO-rapport zijn de economieën van die landen in 2025 even groot als de hele G7 samen. Volgens hetzelfde rapport heeft China de VS over vier jaar ingehaald als grootste economie en India het vergrijzende Japan tegen die tijd bijna van de derde plaats gestoten.

China kampt met tegenvallende economische groei, maar zag zijn export afgelopen maand onverwacht pieken. Ondertussen daalde de economische groei in India van 8 tot minder dan 6 procent. Maar nu wil het land buitenlandse ondernemingen betere mogelijkheidheden geven om winkels te openen. Dat geeft grote multinationals de toegang tot honderden miljoenen nieuwe klanten.

Tot nu toe sneuvelden de Indiase voornemens op politieke tegenstand, maar de samenstelling van de Indiase regering ingrijpend gewijzigd, zodat een nieuw voorstel voor openstelling van de markt meer kans maakt.

Deze week maken de Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart en zijn Nederlandse branchegenoot Ahold hun kwartaalresultaten bekend. Voor hen biedt een toegankelijke Indiase markt perspectief om de omzet te vergroten. In de thuismarkten staan marges en groeimogelijkheden onder druk; de jonge economieën zijn daarentegen nog gretig. Vraag het maar aan telecomreus Vodafone, dat deze week zijn halfjaarcijfers bekendmaakt.