IDFA-kijktips van NRC: waar The Shining eigenlijk over gaat

IDFA kent een traditie van kwaliteitsfilms, maar ook van een razendsnelle kaartverkoop. Om je op tijd op weg te helpen lichten we dagelijks een kijktip uit van de filmredactie van NRC. Vandaag: het ware verhaal van filmklassieker The Shining.

U dacht dat de horrorfilm gaat over de labiele schrijver Jack Torrance die als winterconciërge van het verlaten Overlook Hotel onder het roepen van “heeeere’s Johnny!” vrouw en zoon met bijl te lijf gaat? Over een gezin dat door ‘cabin fever’ uiteen valt?

Dat valt te bezien, volgens een handvol hoogopgeleide complotdenkers die elke scène, elk rekwisiet, elk beeld onder de loep leggen om hun eigen these te bewijzen. Documentairemaker Rodney Aschernieuwe laat het ze zelf uitleggen in de documentaire Room 237. Filmrecensent Coen van Zwol zag de film.

‘Jack Torrance is Hitler!’

Ascher laat de vijf Shining-fanaten in Room 237 volledig leeglopen, zo omschrijft Van Zwol:

“Zo weet de één – journalist Bill Blakemore – dat het eigenlijk gaat over de genocide op indianen: het Overlook Hotel is het Witte Huis.

Geoffrey Cocks denkt dat Kubrick het eigenlijk heeft over de Holocaust. Jack Torrance is Hitler! Let op dat cijfer 42 dat overal terugkomt: 1942 is het jaar waarin de nazi’s de ‘Endlösung der Judenfrage’ formuleerden. En werkt Jack niet op een Duitse typmachine van het merk Adler?

Welnee, de film spiegelt zichzelf, weet John Fell Ryan, die inzicht zoekt door hem tegelijk voor- en achteruit af te spelen en over elkaar heen te projecteren. Judi Kearns speurt naar subliminale reclametechnieken en maakt plattegronden van het hotel. Conclusie: zoontje Danny dendert met zijn driewieler door een Escherachtig doolhof vol onmogelijke gangen en ramen. Jack is de Minotaurus.”

De complottheorie als kunstwerk

De gezichten van de vijf sprekers in de documentaire zien we nooit: Ascher versterkt of ondergraaft hun betoog liever met beeldrijm of scènes uit The Shining. Soms sterft een stem bijna weg in de soundtrack. Het oordeel van Van Zwol over de film:

“Zo brengt Ascher ons in hun obsessieve, dromerige denkwereld en zie je op hoeveel manieren we een film kunnen zien, en dat een complottheorie ook een soort kunstwerk is. Maar had Ascher de logica van zijn sprekers gevolgd in plaats van die te ondergraven, dan had hij ons dieper in Kubricks doolhof gelokt. Een gevaarlijke plek.

Een van de deelnemers (bewoners?) van Room 237 bekent dat hij door zijn Shining-obsessie op Jack Torrance begint te lijken. ‘Ik ben werkloos, heb een zoontje en denk erover me uit de wereld terug te trekken.’”