Flon Flon

In 2008 kreeg Gaelle Berriau een paar hectare chenin blanc aangeboden van Olivier Cousin, natuurwijn-fenomeen in Martigné-Briand, Loire. Ooit waren die van zijn grootmoeder geweest. Een gekoesterd perceeltje met bijna zestig jaar oude stokken. En bovendien van vreemde smetten vrij, want evenals haar kleinzoon geloofde oma niet in onkruid- en insectenverdelgers. Berriau schoolde het beschikbare druivenmateriaal om tot Flon Flon, een onalledaagse, mousserende wijn.

Een pétillant die zijn gelijke niet kent en zich onder andere daarom niet als Crémant de Loire door het leven mag, maar zich moet bedienen van de laagste kwaliteitsaanduiding in de wijnpikorde: vin de table.

Wellicht verklaart dat zijn nederige visuele presentatie. Een eenvoudige fles. Met een bescheiden etiket van tot in den treuren gerecycled papier. En nota bene afgesloten met een simpele kroonkurk.

Een dergelijke uitmonstering zal op Nikki Beach in St. Tropez niet snel open worden getrokken. Gelukkig maar. De jonge vlerken die daar op kosten van hun nouveau riche vader magnums Dom Pérignon over bakvisjes in nerveus gesneden bikini’s spuiten om de verveling te verdrijven, zouden deze wijn niet begrijpen. Bovendien zou het in dit geval erg zonde zijn.

Niet zozeer omdat er heel weinig van is, maar vooral omdat deze ongezwavelde en ongefilterde Flon Flon uiterst smakelijk is. Appeltjes uit vroeger tijden. Herenperen. De knapperige zuren van heel goede Muscadet. De smeuïge zuren ook van verse geitenkaas. En de zacht-zoete bitters van witte boontjes. Dit alles in de mond tot ontlading gebracht door een opgewekte belletjesbrigade.

Intrigerende wijn van een wijnmaakster die plaatselijk bekend staat als Moeder Natuur.