Zes knoppen waar het kabinet aan gaat draaien

De inkomensafhankelijke zorgpremie is van tafel. VVD en PvdA willen de inkomensnivellering die is afgesproken nu op een andere manier bereiken. Hoe doen ze dat?

1 Met het belastingtarief. Wie inkomensverschillen wil verkleinen, kan dat het beste via de belastingen doen. Dat is de meest directe en doeltreffende manier. De cosmetische operatie van een nieuwe inkomensafhankelijke zorgpremie en een op het oog lager belastingtarief wordt weer verlaten. Dat de nieuwe zorgpremie van tafel is, betekent wel dat de belasting voor de hoogste inkomens omhoog zal moeten, want nivelleren blijft het uitgangspunt. Het hoogste tarief (de zogeheten vierde schijf) van de inkomstenbelasting gaat niet van 52 naar 49 procent, maar blijft waarschijnlijk hetzelfde. De tweede en derde schijf – nu beide 42 procent – dalen niet naar 38 procent maar zullen een paar procentpunt omhooggaan.

2 Met aftrekposten. Er bestaat een keur aan zogeheten heffingskortingen, dat zijn bedragen waarover de burger geen belasting hoeft te betalen. Hiermee wordt al jaren heel gericht inkomenspolitiek bedreven. De alleenstaande ouder te hulp schieten? Dat kan door zijn recht op korting simpelweg te verhogen. Door met heffingskortingen te spelen, kan er genivelleerd worden. De opbrengst van hogere belastingtarieven kan gebruikt worden om extra algemene heffingskorting te geven, een aftrekpost die voor iedereen geldt. Daarnaast bekijken VVD en PvdA de mogelijkheid de arbeidskorting, een fiscale vrijstelling voor werkenden, niet categorisch te verhogen zoals aanvankelijk het plan was, maar dit vanaf inkomens van 60.000 euro te beperken en vanaf 100.000 euro zelfs op nul te zetten.

3 Met de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is een compensatie voor lagere inkomens die sterk nivelleert. Die zal in een nieuw compromis vrijwel zeker terugkeren in plaats van te verdwijnen. De toeslag bedraagt nu jaarlijks 4,5 miljard euro en gaat naar ruim 5 miljoen Nederlanders. Het nadeel van die toeslag is wel dat er meer geld wordt rondgepompt. Daar houden beide partijen niet van.

4 Met de premie voor de verzekeraar. Door het schrappen van de plannen voor een inkomensafhankelijke zorgpremie zal ook de verzekeringspremie voor verzekeraars weer in oude vorm terugkeren. Die bedraagt nu ruim 100 euro per maand en zou naar dik 20 euro per maand dalen. Een hogere premie voor de basispolis heeft een gunstig bijeffect: de concurrentie tussen verzekeraars blijft dan behouden. Die werd in het, inmiddels afgeschoten, plan van Rutte II afgezwakt doordat vrijwel alle uitgaven van burgers aan de zorg via de fiscus zouden gaan lopen. De premie werd een soort belasting.

5 Met de hypotheekrenteaftrek. Wie aan de belastingtarieven sleutelt, sleutelt aan de hypotheekrenteaftrek. De rentekosten van een hypothecaire lening zijn aftrekbaar, waardoor de hoogste inkomens absoluut én relatief meer profiteren dan lagere inkomens. Eigenlijk is dit de ideale knop om mee te nivelleren voor de PvdA. De hoogste inkomens voelen versobering van deze aftrekpost door het progressieve tarief automatisch het meest. Maar voor de VVD-politici ligt dit te gevoelig. Nu de tarieven in de inkomstenbelasting toch nog omhoog gaan, zullen huiseigenaren zonder extra compensatie meer pijn gaan voelen. Het kabinet beloofde eerder dat de versobering van de aftrek werd rechtgetrokken door de lagere belastingtarieven. Dat laatste valt nu weg.

6 Met de volumeknop zelf. De inkomensafhankelijke zorgpremie zou een nieuwe aan- en uitknop op het Haagse toestel worden. Geen toonbeeld van subtiliteit. De meeste koopkrachtplaatjes van het Centraal Planbureau (CPB) verhullen dat de koopkrachtmutaties in het oude plan hoofdzakelijk in 2014 plaatsvinden. De beleidsanalisten van het CPB zijn gewend om de koopkrachtwijzigingen per jaar te berekenen voor een nieuwe kabinetsperiode. Maar daardoor is nauwelijks zichtbaar dat er een extreme koopkrachtverandering in één jaar zou plaatsvinden, waarvan vervolgens een gemiddelde werd afgeleid. Huishoudens kunnen zich daar moeilijk op instellen. Verwacht mag worden dat het kabinet van de gelegenheid gebruik maakt om de nivellering stapsgewijs in te voeren en niet met een big bang. Iets wat ook beter past bij een betrouwbare overheid.

Het slechte nieuws is dat de aanpassing van de plannen weinig soelaas zal bieden voor de huishoudens die afgelopen week hoorden dat zij veel koopkracht zouden verliezen. Ook voor het vernieuwde regeerakkoord zal nivellering immers een belangrijk uitgangspunt zijn.

Dat betekent ook dat de nadelen van nivellering blijven bestaan: extra werken levert tenslotte nog steeds minder op. De structurele werkgelegenheid daalt daardoor. De afname van de werkgelegenheid die het Centraal Planbureau onder Rutte II verwacht, werd grotendeels veroorzaakt door de nieuwe zorgpremie. Die krijgt straks slechts een ander jasje.

Toch zijn er lichtpuntjes voor de critici. Allereerst zijn de onderhandelaars er op gebrand dat na alle ophef er weinig huishoudens met hoge inkomens zullen zijn die extreem veel koopkracht verliezen. Ook zullen VVD en PvdA naar verluidt wat proberen te doen aan de negatieve inkomenseffecten voor alleenstaande AOW’ers.

Daarnaast kan het kabinet en passant aan kritiek op hervormingen in de zorg tegemoetkomen. De inkomenspolitiek via de zorgpremie dreigde ongewenste neveneffecten te krijgen. Het CPB vreesde belemmering van de concurrentie tussen zorgverzekeraars en een afnemend kostenbewustzijn bij burgers. Dat is straks weer van de baan.