Column

Witte mannen

Oud, jong, zwart, bruin of blank, rijk, arm, wit, zwart, links of rechts, hetero of homo, lopend of in een rolstoel, samen zijn we de Verenigde Staten van Amerika – terwijl Barack Obama zijn zinderende overwinningsspeech hield, tekende zich in de media een minder verheven verhaal af: daar werd het einde van de hegemonie van de witte mannen afgekondigd. Kijk naar de cijfers, het waren vrouwen en minderheden die Obama aan zijn overwinning hadden geholpen. Een enkeling gebruikte het eufemisme ‘demografische verschuivingen’, anderen lieten er geen misverstand over bestaan: wanneer de Republikeinen niet heel gauw een partij worden voor alle mensen, dan zullen ze nog heel veel verkiezingen verliezen. Amerika verandert. Wen er maar aan.

Gemakkelijk gezegd – veel Amerikanen hadden juist op Romney gestemd omdat ze helemaal niet willen dat Amerika verandert. Het megarechtse kijkcijfercanon Bill O’Reilly: „Obama wint omdat het traditionele America verdwenen is. Het witte establishment is de minderheid. People want things.” Met dat laatste wilde Bill maar zeggen dat niet-blanke minderheden heel goed hun hand kunnen ophouden – en daarin tegemoet worden gekomen door Obama, die van Amerika één grote verzorgingsstaat maakt.

Zo gingen ook deze Amerikaanse verkiezingen niet alleen maar over de economie. Geen enkele verkiezing gaat alleen maar over de economie. Het probleem van de Republikeinse partij is een typisch probleem van nieuw rechts: men staart zich blind op de pluriforme samenleving als een ideologische constructie – als een verzinsel van verdwaasde multiculturalisten, die voorgoed willen afrekenen met onze traditionele joods-christelijke waarden; zodra er met die verraderlijke elite wordt afgerekend, verdwijnt die veelkleurige samenleving, met al zijn sociale botsingen en wrijvingen, ook weer vanzelf. Eindelijk weer thuis.

De herverkiezing van Obama is daarom alleen al van groot belang – minderheden stemden niet op Romney, niet omdat hij rechts is, maar omdat hij van gisteren is. In het wereldbeeld van de laatste en zijn volgelingen zijn minderheden altijd precies dat – minderheden. Nooit zullen ze „een van ons” worden. Obama draagt iets wezenlijk anders uit. De pluriforme samenleving is in zijn wereldbeeld een realiteit.

Veel mensen houden niet van de realiteit. In de webreacties op Obama’s herverkiezing gonsde het van Breivik-achtig extremisme. Vier jaar Obama kon als een aberratie worden afgedaan. Nog eens vier jaar wijst op een toekomst die voor deze mensen onverdraaglijk is. Dat gaat ellende geven.

En hier? Waar is de Nederlandse Obama? Wij zijn geneigd naar de Amerikaanse politiek te kijken zoals we naar een Amerikaanse film kijken – het drama is onweerstaanbaar, maar het is wel heel anders dan bij ons. Nederland verschilt echter veel minder van Amerika dan vaak gesuggereerd wordt – omdat ons altijd extreem sociaal-conservatieve standpunten ten voorbeeld worden gehouden, die hier alleen door de zelfbenoemde christenmartelaar Kees van der Staaij worden gedeeld. Over homo’s en abortus denken wij verlicht. We hebben nu Mariska Orbán-De Haas als schietschijf om dat te kunnen bewijzen.

Maar achter de bonte façade van Amerika zie je kwesties die helemaal niet zoveel van de onze verschillen. De discussie over hoe groot de overheid mag of moet zijn wordt ook hier gevoerd. De postertekst van de VVD bij de afgelopen verkiezingen – handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden – had uit de mond van Mitt Romney kunnen komen. Ook diens opmerkingen achter gesloten deuren dat 47 procent van de mensen zichzelf als slachtoffer beschouwt en verwacht dat de staat voor hen zal zorgen, weerklinken in ons land aan menige borreltafel, meestal met de deur open.

En de grote, onherroepelijke verschuiving – van een monoculturele natie naar een pluriforme samenleving – zorgde hier de afgelopen tien jaar voor soortgelijke worstelingen.

Als Amerika in dat opzicht verandert, dan Nederland ook.

Alleen – en dat is een beetje jammer – je zou het soms niet zeggen. Wanneer je bijvoorbeeld ziet hoe de nieuwe links-rechtse regering zich presenteert. Meer dan een halve eeuw immigratie en geen één gekleurd gezicht op het bordes.

Geen één.

Rustig maar – dat komt doordat wij, anders dan andere landen, volkomen kleurenblind zijn geworden. Positieve discriminatie, wij zijn dat voorbij, ons gaat het om de kwaliteit. Daarbij hebben wij geen zwarte minister nodig, laat staan een zwarte minister-president. Wij hebben Zwarte Piet.