Wilde kunst is genoeg

Meuleman snuffelt met Colburn door de recycleshop.

Sarah’s barbaren Ned.2, 18.50 - 19.30 uur

Lekker wild, dwars en heftig is ze: Martha Colburn. In de tweede reeks van het kunstprogramma Sarah’s barbaren gaat journalist Sarah Meuleman weer langs bij internationale kunstenaars. In de eerste aflevering bezoekt ze Colburn: opgegroeid tussen white trash in de Appalachen, nu punkmuzikant en maakster van confronterende animatiefilms.

Meuleman interviewt de kunstenares in haar studio in het verpauperde deel van Queens. Ze praten over haar jeugd, werkmethodes en visie op de samenleving. Ook bezoeken ze recycleshop Build It Green en bespreekt Meuleman Colburns werk met medewerkers van een filminstituut en haar galeriehouder.

De aflevering is onderhoudend, snel en hip gefilmd en geproduceerd. Helemaal niks mis mee. Alleen blijft één kwestie hangen: de aanleiding van het programma. Vorig seizoen ging Meuleman ook al langs bij vier ‘barbaarse kunstenaars’. Uitgangspunt was het boek I barbari van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Daarin stelt hij dat onze voormalige visie op kunst is vervangen door een cultuuropvatting die voornamelijk is gericht op ‘spektakel’.

Die kapstok blijkt, na het zien van deze nieuwe aflevering, onnodig. Colburn, die ook historisch beeldmateriaal verwerkt in haar filmpjes, maakt inderdaad spectaculair werk en vermengt oude symbolen uit de kunst met nieuwe technieken. Maar een discussie over ‘hoge’ en ‘lage’ kunst voert zij niet met Meuleman. Colburn vertelt gewoon over haar kunst. Dat is inspirerend genoeg en voldoende voor 40 minuten goede televisie. Laat die roman van Baricco maar in de boekenkast staan.