Wie weet wat Nora wil?

In Een poppenhuis stapt Nora met slaande ruzie uit haar huwelijk. Al 133 jaar heeft ze een voorbeeldfunctie. Vier toneelvrouwen over hun heldin en schrikbeeld.

Ze is de eerste moderne tragische toneelheldin: Nora uit Henrik Ibsens Een Poppenhuis (1879).

Nora Helmer lijkt gelukkig getrouwd met Torvald. Ze hebben het soort huwelijk waarin zij kirrend bedelt om geld, en hij haar dat minzaam, vaderlijk toestopt. Maar Nora heeft een geheim: toen Torvald ernstig ziek was, heeft ze niet alleen geld geleend (van bankmedewerker Nils Krogstad), maar daarvoor ook een handtekening vervalst. Als Nora’s vriendin Kristine door haar toedoen de baan van Krogstad inpikt, zint hij op wraak en onthult haar bedrog aan Torvald. Anders dan Nora hoopt en verwacht, neemt die het niet voor haar op maar laat haar keihard vallen. Als de zaak deëscaleert is voor Torvald meteen alles weer goed. Maar Nora heeft ontdekt dat hun huwelijk een leugen is en kan niet terug. Zij vertrekt en laat man en kinderen achter. In een regieaanwijzing schrijft Ibsen dat de deur achter haar hard dichtslaat.

Henrik Ibsen (1828-1906) was de eerste die sociale conventies centraal stelde op toneel. Nooit eerder droeg een toneelstuk zo rechtstreeks bij aan het sociaal-maatschappelijk debat. Dat Nora haar kinderen verliet, leidde tot furieuze reacties: een Duitse actrice eiste zelfs een ander slot. Tegelijk herkenden zoveel vrouwen zich in haar, dat een stroom echtscheidingen volgde in het Noorwegen van eind negentiende eeuw. Een toenmalige toneelcriticus schreef: „Toen Nora de deur achter zich dichtsloeg, trilden de muren in duizenden huiskamers.”

Vier versies van Een Poppenhuis zijn nu of binnenkort te zien, gisteren ging Nora van Toneelgroep Amsterdam in première. Daarom twee actrices en twee regisseuses aan het woord: wat zien zij in Nora? En wat zegt Een Poppenhuis over deze tijd?