Verrader uit overtuiging, spion zonder spijt

De Rotterdammer George Blake zat in het verzet, werd spion voor Engeland en liep in de Koude Oorlog over naar de Russen. Hij ontsnapte uit een Britse cel en leeft nu in Moskou van een KGB-pensioen. „In de hemel is geen straf en geen beloning.” Zondag wordt hij 90.

George Blake in Londen na zijn terugkeer uit Noord-Korea, in 1953. Foto AP

Een oud mannetje met baard, stok en sloffen staat op het platteland buiten Moskou voor zijn datsja. „Dit huis, dat wil je niet geloven, is gebouwd vóór de revolutie”, vertelt George Blake in het Nederlands, in een sjiek vooroorlogs Rotterdams accent. Hij, zijn hondje en zijn Russische vrouw Ida leiden me door de grote tuin vol muggen naar het doorzonterras. We gaan dicht naast elkaar zitten, zodat Blake mij met zijn bloeddoorlopen ogen toch een beetje kan zien. Ida brengt boterhammen (‘boeterbrod’, in het Russisch) met worst.

Wilt u Engels spreken, of Nederlands?

„Als ik de gelegenheid krijg – die heel weinig voorkomt – dan vind ik het erg prettig om Nederlands te spreken. Zo voel ik me mogelijkerwijs het beste thuis.”

De beruchtste Britse dubbelspion is altijd Nederlander gebleven, zegt hij. Zondag wordt Blake negentig. Hij is een gelukkig man geworden. „Ik denk dat veel mensen zullen denken dat ik zo’n leven niet verdiend heb.”

In de jaren zestig, toen hij berecht werd en later uit een Britse gevangenis ontsnapte, was Blake wereldnieuws. Sindsdien is hij uit de schijnwerpers gebleven. Westerse journalisten spreekt Blake bijna nooit, en mij ondervroeg hij eerst voordat hij toezegde. Over de telefoon bedong hij dat het artikel alleen in Nederland zou verschijnen, in het Handelsblad, zoals hij deze krant nog steeds noemt. Een interview in Groot-Brittannië zou zijn verleden daar oprakelen, en dat willen zijn Britse zoons niet. Tevens wilde Blake niets over de Russische politiek zeggen. Hij is namelijk van Poetin afhankelijk voor zijn datsja en zijn pensioen.

Blake werd in 1922 in Rotterdam geboren als George Behar. Zijn Egyptisch-Joodse vader Albert Behar had tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Franse en Britse legers gediend en belandde daarna vrij toevallig in Nederland. Albert had eerder een Brits paspoort gekregen, en zo werd Blake als Brit geboren en naar de Engelse koning vernoemd.

Toch beleefde Blake een oer-Hollandse jeugd, in Spangen en later in Scheveningen, vooral onder auspiciën van zijn Nederlandse moeder, Catharine Beijderwellen. „Mijn vader stierf toen ik twaalf was. Hij had een fabriekje – handschoenen voor de bootwerkers in Rotterdam – en ging ’s ochtends vroeg weg, en kwam ’s avonds pas om een uur of acht terug. Dan kwam hij naar onze slaapkamer en gaf ons een zoentje voor de nacht, en dat was eigenlijk wat we van hem zagen. Hij was niet gezond, want hij was erg gewond geraakt in de oorlog, gasvergiftigingen. Dus hij heeft nooit zo’n grote rol in ons leven gespeeld, zoals mijn moeder.”

Na Alberts dood ging Blake drie jaar bij een rijke tante in Kaïro wonen. Daar bezocht hij Franse en Britse scholen. Net als de andere beruchte Nederlandse spionne, Margreet Zelle uit Leeuwarden (alias Mata Hari), werd Blake al jong een meertalige kosmopoliet.

In 1939 was hij op zomervakantie in Rotterdam toen de oorlog uitbrak. Het gezin beleefde het bombardement op Rotterdam onder de eettafel. Vervolgens vluchtten zijn moeder en zussen naar Engeland, maar Blake trok in bij een oom in Warnsveld nabij Zutphen. Als gelovige zeventienjarige – „voor de oorlog wilde ik dominee worden” – leerde Blake de Zutphense dominee Padt kennen.

„Die gaf ons catechisatie en dat was een man die anti-Duits was, en die prachtige preken hield in de Grote Kerk in Zutphen. Ik hoefde niet te werken en ik leefde al op illegale voet, en daarom zei ik dat ik goed werk zou kunnen doen voor het verzet. Ik zag er jong uit voor mijn leeftijd, ik was een slungelige schooljongen en ik kon vrij door het land reizen en informatie en pamfletten verspreiden. Daar heeft hij mij bij geholpen.” Blake werd koerier bij de Verzetsgroep Vrij Nederland, die onder meer het gelijknamig blad verspreidde. Hij was zeer Oranjegezind.

In 1942 trok Blake via België, Frankrijk en Spanje naar Engeland. „Dat was een lust naar avontuur in mijn karakter. Ik wilde agent zijn voor de Engelse en de Nederlandse dienst, en dus naar Engeland gaan en teruggestuurd worden naar Nederland.” Spion zijn was zijn roeping. In 1944 belandde hij in Londen bij P8, de Nederlandse afdeling van de Britse Secret Intelligence Service (SIS).

Hij veranderde zijn achternaam in Blake, begeleidde Nederlandse verzetslieden die in Nederland geparachuteerd zouden worden en kreeg na de bevrijding een koninklijk lintje.

Vervolgens stuurde de SIS hem naar Cambridge om Russisch te leren. Al na drie maanden las hij Anna Karenina in het Russisch uit.

In 1948 stuurde de SIS hem naar Seoul, waar oorlog werd verwacht. Toen de Noord-Koreaanse troepen inderdaad kwamen, namen ze Blake gevangen. Drie jaar zat hij vast met andere Britse en Franse diplomaten. Op een dag in 1951 ontving het doodverveelde groepje een pakket boeken. Het kwam van de Russische ambassade in Pyongyang en bevatte slechts één boek in het Engels: Treasure Island van Robert Louis Stevenson, dat de gevangenen stuklazen. Maar er waren ook drie boeken in het Russisch: eentje van Lenin, en twee banden van Das Kapital van Marx. Van het groepje konden alleen Blake en Vyvyan Holt, de Britse consul in Seoul, Russisch lezen. In het eerdere oorlogstumult had Holt echter zijn bril verloren. „Toen kon hij niet meer lezen, zelf”, vertelt Blake. „En toen heb ik hem voorgelezen. Op een grafheuveltje zaten we, en daar hebben we die boeken gelezen en besproken. Hij was ambtenaar geweest van de Engelse Indische regering en was helemaal een dienaar van het Engelse koloniale systeem. Maar hij was een heel verstandige man en zag dat dat niet langer voort kon gaan, en dat er iets anders voor in de plaats zou komen, en hij dacht dat dat het communisme zou zijn. Hij zou niet graag in een communistisch land wonen, maar dat was zijn voorspelling. En aangezien hij iemand was voor wie ik veel respect had – hij was ook mijn baas – had wat hij dacht voor mij veel autoriteit.”

U heeft u uw godsdienst ingeruild voor het communisme?

„Ja, dat is heel duidelijk. Godsdienst belooft de mensen, ik zal maar zeggen, het communisme na hun dood. Want in de hemel zijn we allemaal gelijk en leven we in prachtige omstandigheden. En het communisme belooft de mensen een prachtig leven hier op aarde, en daar is ook niks van terechtgekomen.”

Op een herfstavond in 1951 gaf Blake een Noord-Koreaanse bewaker stiekem een briefje in het Russisch, geadresseerd aan de Russische ambassade. Zo werd hij uiteindelijk KGB-spion.

In 1953 werden de diplomaten vrijgelaten. Blake keerde terug naar Londen, maar regelde met zijn KGB-contact dat hun eerste clandestiene afspraak in Nederland zou plaatsvinden. Op eigen grond zou hij het het beste kunnen aanvoelen als er iets fout zat. Op een pleintje aan de Haagse Laan van Meerdervoort verscheen Blake volgens afspraak met de NRC van de vorige dag in zijn rechterhand. Hij ging naast een man zitten die dezelfde krant droeg. Ze bespraken hun samenwerking, en bij het afscheid wees Blake de man ietwat ironisch op het voorpaginaverhaal in hun krant: Beria, hoofd van de Russische geheime dienst, was als Britse agent gearresteerd.

Na terugkeer in Londen viel Blake voor Gillian Allan, een SIS-secretaresse. Hij zegt: „Wat ik zéker niet had moeten doen en waar ik spijt van heb, was trouwen.”

Dubbelspion zijn is niet met een gezinsleven te combineren?

„Het was erg moeilijk haar dat uit te leggen, ik kon het haar niet vertellen. Nou ja, je weet hoe het is.”

In 1955 stuurde de SIS het echtpaar naar Berlijn. Daar verrichtte Blake zijn belangrijkste dienst voor de KGB: hij verraadde de afluistertunnel die de Britten en Amerikanen onder het Russische Oost-Berlijn hadden gegraven.

Jarenlang werd hij maar niet ontmaskerd. In 1961 studeerde hij namens de SIS Arabisch in Libanon. Er waren inmiddels twee zoons en Gillian was acht maanden zwanger van een derde, toen Blake plotsklaps naar Londen werd gesommeerd. Hij was ongerust en overwoog te vluchten, maar ging toch maar naar Londen. Op het SIS-bureau voelde hij meteen: „The game is up.” Een overgelopen Poolse spion had de Britten op Blakes spoor gezet. Blake gaf alles toe. Hij wilde de SIS vooral één ding duidelijk maken: hij had verraad gepleegd uit ideologie, niet voor geld.

Vanwege de gevoelige materie vond zijn proces in Londen grotendeels achter gesloten deuren plaats. De rechter veroordeelde hem tot 42 jaar, de langste gevangenisstraf in de Britse geschiedenis, volgens de pers omdat hij 42 geheim agenten aan de Sovjets had verraden. Volgens Blake waren het er honderden. Hij heeft echter altijd beweerd dat de KGB op zijn verzoek die agenten ongedeerd had gelaten.

Volgens Oleg Kalugin, voormalig KGB-hoofd van contraintelligentie, is dat onzin: „George Blake is een zeer naïeve man. Hij wilde niet weten dat veel mensen die hij heeft verraden, zijn geëxecuteerd.”

Heeft u ergens spijt van?

„Ik heb spijt van het leed dat ik mensen op één of andere manier, en ook in mijn eigen kring, aangedaan heb. Maar ja, eh, daar is verder niets meer aan te doen.”

Denkt u daar vaak over na?

„Ja. Als je zo oud bent als ik, denk je aan alles, en dan zie je al die beelden weer uit vroegere tijden. Van de fabriek van Calvé in Delft tot aan wat ik de laatste jaren hier heb meegemaakt. Ik droom vaak van politie en dingen. Zo is het nou eenmaal gegaan.”

Al heeft Blake God opgegeven, hij blijft gehecht aan het calvinistische idee van voorbestemming. Zijn autobiografie (uit 1990) heet No Other Choice en vermengt spionageverhalen met theologische verhandelingen.

In 1966 ontsnapte hij na vijf jaar uit een Londens gevangenis. Een Ierse voormalige medegevangene gooide een touw over de gevangenismuur; Britse vredesactivisten smokkelden hem in een camper naar Oost-Berlijn. Vanuit de DDR volgde hij eerdere Britse dubbelspionnen Guy Burgess, Donald Maclean en Kim Philby naar Moskou.

„Het vreemde van mijn leven is dat ik heel veel te danken heb aan Engelsen. Engelsen hebben me gearresteerd en berecht – en terecht. En Engelsen hebben me helpen ontsnappen, en verder mijn leven tot op zekere hoogte geregeld. Dat is heel eigenaardig, als je er goed over nadenkt.”

U voelt geen wrok jegens Engeland.

„Helemaal niet! Ik ben een bewonderaar van alles wat Engels is. Engels bloed heb ik niet, dat wil niet zeggen dat ik niet erg gehecht ben aan Engeland.”

Maar u voelt geen Britse vaderlandsliefde.

„Nee, liefde is misschien iets anders.”

Kon u daardoor makkelijker het Verenigd Koninkrijk verraden?

„Ik denk het wel, ja.”

U had alles inclusief, uw gezinsleven, opgeofferd voor het communisme, maar u zult bij aankomst in Moskou hebben gezien dat het communisme niet werkte.

„Ja, natuurlijk, dat is een desillusie geweest. Maar samen met Donald Maclean ben ik daar doorheen gekomen.” Gezamenlijk verlangden de twee boezemvrienden naar een menselijker communisme.

Andere spionnen hadden het in Russische ballingschap zwaar. Philby bleef naar Engeland hunkeren. „Heel erg Engels was die”, zegt Blake. „Hij las The Times, en die kreeg hij pas later, maar dan legde hij ze op datum zodat hij de ene dag de ene kruiswoordpuzzel en de volgende dag de volgende kon doen.”

Burgess dronk zichzelf dood. „Die verleiding heb ik nooit gehad”, zegt Blake. Weliswaar had hij vrouw en kinderen achtergelaten, maar achteraf was dat „een zegen”, want Gillian was te Engels om in Moskou met een KGB-spion te leven. Na hun scheiding hertrouwde zij in Engeland en beleefde tot zijn vreugde een gelukkig tweede huwelijk.

Zijn dierbare moeder kwam wel een tijdlang in Moskou wonen. Al snel ontmoette hij Ida, met wie hij een Russische zoon kreeg. En bovendien, zegt Blake: „Ik ben iemand die zich heel makkelijk aanpast, die het leven van de goede kant probeert te bekijken. Die houding heeft mij altijd geholpen, en die heb ik van mijn moeder geërfd. Ik heb me altijd erg geschikt in het noodlot.”

Toen zijn Britse zoons in de twintig waren, namen ze contact met Blake op. Deze vrij traditionele Engelse types – eentje is dominee, een ander oud-soldaat – verzoenden zich met hun vader de landsverrader. „En nu komen ze heel regelmatig! Ik heb negen kleinkinderen, en behalve één die hier woont, wonen ze allemaal in Engeland. Het is zo’n wonder, dat mijn verhouding tot mijn zoons in Engeland zo goed terecht is gekomen. En als ze hier geweest zijn, dan worden ze nooit [door de Britse geheime diensten, red.] ondervraagd. In dat opzicht zijn de Engelsen bijzonder, dat ze de kinderen niet verantwoordelijk houden voor wat hun vader gedaan heeft.”

Britse fair play?

„Jazeker! Dat is een Engelse kwaliteit die ik erg apprecieer.”

Blake heeft Nederland nooit meer bezocht, uit angst voor een Britse kidnappoging. Hij zag zijn moeder en zussen echter jarenlang op familievakanties in de DDR. „De minister van Binnenlandse Zaken, Mielke [chef van de Stasi, red.], was erg op mij gesteld. Aan de Ostsee hadden ze een groot sanatorium en daar werden we heel goed ontvangen. Toen mijn moeder negentig werd, zijn wij daar ook geweest.”

Na zijn avontuurlijke eerste levenshelft, is het een voortkabbelend bestaan geweest in Moskou. Blake werd een historische curiositeit. Hij werkte (niet te hard) als analist buitenlandse zaken bij een Russische denktank, genoot van vrouw en kinderen, en las veel. „Ik vind Le Carré heel goed!” Nu hij bijna blind is, leest Ida hem Russische boeken voor.

Na een ochtendlang praten vraagt Blake: „Verwondert het u, wat ik u allemaal verteld heb?”

Ik had een meer tragisch figuur verwacht.

„Aaaah! Hahaha! Tragisch ben ik niet.”

Heeft u trauma’s?

„Nee. Ik ben een heel tevreden man, die vindt dat hij in zijn leven ontzettend veel geluk heeft gehad.”

In het naburige bos, waar Blake zo vaak gewandeld en geskied heeft, zal later zijn as worden verstrooid. „Als we dood gaan”, legt hij uit, „is dat het einde van alles en is er geen hel en geen hemel en geen beloning en geen straf. Er is niets. We zijn er niet meer.”

Hij, Ida en het hondje komen me voor de tuindeur uitzwaaien. „U bent ver van Spangen geraakt”, zeg ik. Blake vraagt of ik haring uit Nederland wil opsturen. „Dasviedanja”, zegt hij in het Russisch, en dan, „Tot ziens.”