Stadslucht

Waarom ruiken parfums nooitnaar steden, vraagtIvo Weyel zich af.

Ik heb nooit begrepen waarom de mens zo nodig naar heidebloempjes moet ruiken, naar duinroosjes, jasmijn, bougainville of lavendel. De mens is geen bloem, dus don’t act like one! Toch spuiten we ’s morgens in de badkamer de geur van bloemen op, of die van vruchten, van citrus, vijg, cederappel, de zonnige noten van de Indiase pompelmoes. Ogen dicht, en je waant je op elk kantoor in de Keukenhof.

Waarom in godsnaam? Waarom willen we koste wat het kost naar de natuur ruiken? We wonen al lang niet meer op de prairie (althans, de meesten van ons), maar in steden, overvolle steden, met asfalt en gedempte grachten en auto’s. Die hebben we zelf gebouwd, dat is onze verdienste, daar voelen we ons veilig en vertrouwd, daar hebben we onze huizen, onze vrienden, onze cafés en werkplekken. Ooit hebben we besloten met z’n allen bij elkaar in baksteen en beton te gaat zitten, uit vrije wil, we voelen er ons senang.

Alleen geuren halen we nog steeds uit de natuur. De enige mensengeur die we lekker vinden is die van baby’s, maar is die baby eenmaal een kleuter dan is het gedaan met de pret, en worden er lelietjes van dalen en pioenrozen bij gesleept.

Ik hou niet van de natuur, maar ben juist dol op steden en alles wat daarbij hoort, vliegvelden, ijzerslijpsel, de weeë lucht van betonmolens. Doe mij dus maar een Eau de Beton, of l’Air de Los Angeles, de stad met de meeste snelwegen. Ergo: waarom bestaan er geen stedenparfums? De specifieke geur van de Parijse metro, de geur van de Amsterdamse grachten vlak voordat het gaat regenen, de zoetige walm van de luchtroosters in het New Yorkse plaveisel. Natuurlijk, er zijn genoeg parfums die naar mensenoorden rieken, maar dat zijn immer idyllische plekken: Portofino, Capri, Amalfi, Mediterraneo, allemaal prachtgeuren van het merk Acqua di Parma, maar die bedoel ik niet.

Het is ook weer niet zo dat ik wil ruiken als natte jassen in een volle bus (Eau Pas Fraîche des Manteaux Mouillés Dans Un Autobus Bondé), maar een beetje steeds odeurtje mag toch wel? Ik was dus blij verrast toen ik de serie The Scent of Departure op het spoor kwam, met geuren geïnspireerd door Tokyo, Frankfurt, Boedapest en nog zo wat wereldsteden. En ook veerde ik op toen ik er achter kwam dat ene Ulrich Lang Anvers (Antwerpen) ontwikkelde, en iemand anders Milano en Moskou. Maar helaas, welk een deceptie.

Allen kozen weer voor bloemen (lentebloesem in Tokyo, magnolia’s langs de oever van de Main in Frankfurt). Nergens ook maar een hint van welriekend warm asfalt.