Spugen door je tandenzeef

Zeeluipaarden zijn voor niemand bang. Rond de zuidpool, waar ze leven, zijn ze de grootste en de sterkste. Met hun scherpe tanden happen en knauwen de zeeluipaarden erop los. Pinguïns en zeehonden moeten goed voor ze oppassen.

In de poep en maag van zeeluipaarden zit iets geks, ontdekten biologen toen ze er eens in gingen wroeten (neuzen dicht!). Ze vonden niet alleen stukjes pinguïn en zeehond, maar ook kleine visjes en kleine kreeftjes (die heten samen ‘krill’).

Hoe kwam dat grut daar? Dat wilden drie andere biologen weten. Ze gingen naar de Taronga Dierentuin in Australië om dat uit te zoeken. In die dierentuin leven twee zeeluipaarden: Casey en Sabine.

De biologen lieten een plastic bak met vier gleuven in het bassin van Casey en Sabine zakken. In sommige gleuven hadden de biologen wat lekkers verstopt. Een makreel of haring bijvoorbeeld.

Casey en Sabine hadden de hapjes al snel gevonden. Ze staken hun nek naar voren en... Floep! Weg vis. Opgeslobberd, als een spaghettisliertje. En het water dat Casey en Sabine mee naar binnen zogen, spuugden ze weer naar buiten via de zijkant van hun mond.

Toen wisten de biologen het: Casey en Sabine hebben bijzondere tanden. Die tanden werken als een zeefje. Eerst slurpen de zeeluipaarden een visje deftig naar binnen, zonder te smakken. Dan komt er veel water mee. Dat water spugen ze langs het tandenzeefje weer naar buiten. De visjes en krill blijven binnen. Lekker!

Die bijzondere tanden hebben drie punten. Als de zeeluipaarden hun kaken stijf op elkaar houden, schuiven al die driepunters keurig in elkaar. Zo ontstaat het tandenzeefje.

Dat die tanden belangrijk zijn bleek toen Mitchi, een zeeleeuw, een visje opzoog. Zeeleeuwen hebben tanden met maar één punt. Ze kunnen daarom niet zeven. Toen Mitchi het opgeslokte water uit wilde spugen, spuugde hij het visje mee naar buiten.

Lucas Brouwers

Bekijk het filmpje van de visslurpende zeeluipaarden op http://nrch.nl/kpy