Politici minder dom dan wetenschappers denken

Bas den Hond, Sybe Rispens & Bram Vermeer: Wetenschap is ook maar een mening. Harde feiten bij 25 politieke kwesties. Uitgeverij Oostenwind, 160 blz., € 15,–

Voor populair wetenschappelijke boeken grijpen uitgevers nogal eens naar een titel die vooral lekker bekt, maar nagenoeg niets vertelt over de inhoud van het boek. Dat doet de ondertitel. Blik op de boekenkast: Are the Rich Necessary?, van Hubert Lewis. Ondertitel: Economic Arguments and How They Reflect Our Personal Values. Goed boek.

Bij Wetenschap is ook maar een mening stuurt de ondertitel de lezer juist het bos in. Harde feiten bij 25 politieke kwesties zegt alleen iets over het plan van de auteurs, niets over de resultaten van hun project ‘kiezen met kennis’.

Wat wilden de auteurs? De politiek voorzien van een reality check. Ze zochten in verkiezingsprogramma’s naar stellingen in de vorm: we gaan A doen om B te bereiken. Zoals: strenger straffen helpt om de criminaliteit te laten dalen. En: kleinere klassen bevorderen beter onderwijs. Vervolgens zouden ze, zwaaiend met de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, gehakt van deze stellingen maken. Want de politiek raakt steeds verder los van de feiten, schrijft een auteur in een nawoord. Tegelijk erkent hij dat een speurtocht naar te verifiëren stellingen nogal tegenviel. Politici zeggen wel: we willen strenger straffen, of kleinere klassen. Maar niet: voor beter onderwijs en minder criminaliteit.

En dus bedachten ze zelf maar 25 stellingen, kwesties, zoals de ondertitel zegt. Wat blijkt? Wetenschappelijk onderzoek wijst uit: het is niet zeker dat strenger straffen de misdaad omlaag brengt. En het is ‘onwaarschijnlijk’ dat kleinere klassen de leerprestaties verbeteren.

Ook bij de andere, zelfbedachte stellingen blijkt een duidelijk antwoord vaak moeilijk te geven. Bij een derde van de stellingen levert wetenschappelijk verkregen kennis niet meer op dan het oordeel ‘onbeslist’. Zoals bij ‘Brussel moet meer macht krijgen om de EU bijeen te houden’, ‘vermindering van de hypotheekrenteaftrek zorgt voor een forse daling van huizenprijzen’ en ‘ontwikkelingshulp helpt om armoede te bestrijden’; drie niet onbelangrijke beweringen in het politieke debat. Slechts een handvol stellingen blijkt ‘weerlegd’ of ‘bewezen’.

Wie wetenschappers vraagt antwoorden te geven op heldere vragen, stuit op talloze mitsen en maren en komt op meervoudige, niet heldere antwoorden. Dat is een interessante conclusie en een les in kennistheoretische nederigheid. Feiten zijn zachter dan politici willen toegeven. Nietzsche overdreef, in zijn beroemde oneliner ‘er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’, maar hij sloeg geen onzin uit. Ieder feit smaakt naar opinie.

De filosoof en journalist Antoine Verbij ziet dit en in een voorwoord bij het boek maant hij politici én wetenschappers tot bescheidenheid. Politici moeten niet proberen eigen feiten te produceren en wetenschappers moeten niet zo’n grote mond hebben, schrijft hij, over lakse omgang met feiten door politici.

Des te vreemder is het dat de auteurs, allen wetenschapsjournalisten, even hard op hun trom blijven roffelen. Ze strijden zelfs tegen de ‘degeneratie van het debat’, toe maar, en komen tot de conclusie dat wetenschappers dichter in het hart van de politiek moeten komen.

Ze bevestigen een vorm van politiek cynisme dat populair is onder hoogopgeleiden. Niet: politici zijn allemaal zakkenvullers. Maar: ze zijn dom. Of op zijn minst slecht geïnformeerd. Zie maar: fact-free politics grijpt om zich heen. Maar wie de bijdragen van deze wetenschapsjournalisten leest, krijgt juist allesbehalve het idee dat kennis van wetenschappelijk onderzoek een ander politiek debat zou opleveren. Het plan ‘kiezen met kennis’ was goed, jammer dat de auteurs de uitkomsten niet accepteren. Het lijken net politici.