Openbare orde

In het ontwerp-regeerakkoord wordt er niet over gerept. Merkwaardig, want dit is toch een van de hardnekkigste, meest tergende nationale vraagstukken: onze wankele openbare orde. Als waar dan ook in het land een clubje jongeren op het idee komt om via Facebook en de andere sociale media nog meer jongeren te mobiliseren voor een groot spontaan feest, rukt meteen ook de ME uit om de vreugde in bedwang te houden. Soms totaal vergeefs, zoals de gebeurtenissen in Haren hebben geleerd. Dankzij andere sociale media – kiektoestelletjes in zaktelefoontjes misschien, ik heb geen verstand van sociale media – kunnen de relschoppers dan worden gearresteerd. Dan is het wachten op de volgende feestelijkheid, of een risicowedstrijd. Vroeger alleen Ajax-Feyenoord; nu praktisch iedere wedstrijd in de eredivisie.

En dan is er nog zo’n nationale misstand: het in elkaar slaan. Iedere dag wordt wel ergens in Nederland een vrouw door een taxichauffeur, een bejaarde man door een groepje jongeren, een bekende columnist door een ex-collega-delinquent in elkaar geslagen. Wat moet je je daarbij voorstellen? Letterlijk: het geraamte gereduceerd tot een chaotisch hoopje beenderen. In dit laatste geval: een gebroken kaak. De kaak van Willem was in elkaar geslagen. Waarom? Dat werd er niet bij vermeld. Zijn tegenstander had waarschijnlijk een kort lontje. Als je een kort lontje hebt, kun je tegenwoordig een cursus volgen om je daarvan te bevrijden. Dat las ik op internet. Over de belangstelling voor die therapie wordt niets vermeld. Volgens mij vinden steeds meer mensen het fijn, een kort lontje te hebben.

Het afgelopen weekeind was ik in Parijs, voornamelijk in het Quartier Latin. Veel mensen op straat, van alle rassen en godsdiensten. Toen ik weer in de Thalys zat op weg naar Amsterdam viel het me plotseling achteraf op, dat ik die drie etmalen niemand had zien vechten, zelfs geen ruzie maken. Ik weet wel dat op de Boulevard Saint-Michel en omstreken in 1968 geweldig is gevochten, maar dat was iets anders: de studentenrevolutie. Al heel lang voorbij. De levendige openbare orde gepaard aan het volstrekte gebrek aan stagnatie is een kwaliteit van het stadsleven die we hier missen. Deze orde is een essentieel bestanddeel van je persoonlijke vrijheid. Dat geldt voor iedereen, zonder aanzien des persoons.

Ten eerste zijn daar de bedelaars. Het staat iedereen vrij, op het trottoir met zijn/haar rug tegen de muur te gaan zitten, een meelijwekkende houding aan te nemen, een bakje voor zich neer te zetten waar de goedertierende voorbijganger dan zijn muntje in kan gooien. Veel bedelaars zetten hun zieligheid nog kracht bij door een klein hondje mee te nemen. Zulke hondjes werken extra vermurwend. Dat weten we al sinds 1878, het jaar waarin Sans famille, het boek van Hector Malot is verschenen. Nederlandse vertaling: Alleen op de wereld. Drie hondjes, Capi, Zerbino en Dolce, maken het geheel nog zieliger, en zieligheid is het wapen waarmee de aalmoezen worden afgeperst.

Dan is er nog een bewijs dat een goed bewaarde openbare orde de vrijheid bevordert. Dat is de straatmuziek. Zaterdagavond verscheen op de Place Saint-Michel een keurig geklede jongeman die een soort lorrie met een grote kist duwde. De kist werd uitgepakt. Een kleine piano en een stoeltje. Hij begon te spelen, hartstochtelijk, meeslepend. Brahms, Beethoven, Rachmaninoff, Chopin, Satie, het hele repertoire van ClassicFM, zonder pauze. Wat een energie, wat een muzikaliteit! Al vlug stond er een dichte drom liefhebbers onder wie een paar agenten om hem heen. Maar ik moest verder, naar een afspraak, de metro in. Met tegenzin rukte ik me los van het muzikaal genot. De trap af, het labyrint van gangen in.

Wat hoorde ik daar in de verte! Russisch gezang, begeleid door een klarinet en nog een paar instrumenten. Ik naderde, sloeg nog een hoek om en daar stonden acht zangers en muzikanten. Russische muziek treft je, hoe zal ik het zeggen, in het diepst van je anarchistische vrijheidszucht. Ik zat weer in de trein van Moskou naar Odessa, reed door de eindeloze steppen, kwam ten slotte in Jalta terecht, het Livadja-paleis waar de Grote Drie in 1945 Europa hebben verdeeld. De grenzen van tijd en ruimte waren even opgeheven, en dat allemaal in een gang van de Parijse metro. Dankzij de onmerkbaar gehandhaafde openbare orde.

Bij het Centraal Station in Amsterdam stonden nog niet zo lang geleden drie Roemeense muzikanten die op hun manier zulke goddelijke muziek maakten. Op een voorjaarsmiddag stond ik te luisteren. Daar kwamen twee agenten. „Weg hier!” zeiden ze tegen de artiesten. Gehoorzaam pakten die hun spullen. Ik protesteerde. Waarom mag dat niet? Het kantoorpersoneel hierboven heeft er last van. Van zakkenrollers en relschoppers heb je last. De straatmuzikanten horen erbij.