Ook Tanja heeft bloed aan haar handen

Het is pure propaganda dat rebellenbeweging FARC de Nederlandse Tanja Nijmeijer inzet bij onderhandelingen met de Colombiaanse regering. Ze mag dan veel aandacht trekken, ze is en blijft een terroriste, stelt Nico Verbeek.

(FILE) Undated handout picture released by Colombia's presidential press service in 2010 showing Dutch citizen Tanja Nijmeijer (R), an alleged member of the Marxist guerilla group Revolutionary Armed Forces of Colombia (FARC) since 2002, posing at a guerilla camp in the jungle of Colombia. A peace dialogue between Colombia's FARC rebels and the government, which aims to end the country's decades-long conflict, will finally start in Oslo on October 18, the Colombian president's office said. Earlier this month Colombian press reports had suggested that the FARC's departure had been delayed partly by the group's bid to add a Dutch guerrilla, 34-year-old Tanja Nijmeijer, to their delegation for the talks. The Dutch national is alleged to have joined the FARC in the past decade during her studies in Colombia and has been accused of taking part in 2003 in the kidnap of three US citizens working for a security firm. AFP PHOTO/HO AFP

De regering van Juan Manuel Santos staat op het punt opnieuw over vrede te onderhandelen met de Colombiaanse guerrillabeweging FARC. Ter voorbereiding troffen vertegenwoordigers van beide partijen elkaar deze week op Cuba, in hoofdstad Havana. De kans van slagen lijkt echter niet zo groot.

Ik heb zelf twee problemen met dit vredesproces. Het eerste is, laten we zeggen, inhoudelijk en structureel van aard, en het tweede van meer persoonlijke aard.

Wat het eerste betreft vraag ik me werkelijk af of de hedendaagse guerrilla – drugshandelaren, terroristen en ontvoerders – het verdienen aan te mogen schuiven aan de onderhandelingstafel. De enige reden is dat ze al vijftig jaar lang oorlog voeren en de samenleving ontwrichten: geeft dat ze het recht mee te mogen beslissen over de toekomst van Colombia?

Erg geliefd lijkt de FARC ook niet. De steun in de maatschappij schommelt volgens opiniepeilingen ergens tussen de 0 en 1 procent, en hun rekruten bestaan tegenwoordig vooral uit kindsoldaten. Eerlijk gezegd vind ik dat er met de FARC alleen over een snelle overgave en het inleveren van wapens moet worden onderhandeld en dat ze hun misdaden op moeten biechten, méér niet.

Mijn tweede bezwaar heeft te maken met de guerrillastrijders zelf. Ik probeer me voor te stellen hoe het leven in Colombia zou zijn, als plotseling de guerrilleros van de FARC als nieuwe burgers in de maatschappij zouden opduiken, want amnestie zullen ze zeker krijgen. Hoe zou het bijvoorbeeld zijn om door Bogotá of Medellín te lopen (vooral ’s nachts) en dan in een donkere steeg oog in oog te komen staan met een zekere ‘Romaña’, of ‘Grannobles’ of iemand met de alias ‘El Paisa’ – alle drie beruchte terroristen en massamoordenaars in hun guerrillatijd.

Ik heb nog een andere nachtmerrie: wat te doen als ik Tanja Nijmeijer hier zou ontmoeten, de Nederlandse guerrillera die zich tien jaar geleden aansloot bij de FARC, die door de jaren heen aardig wist op te klimmen in de rangen van de rebellengroepering en inmiddels geldt als een ware oorlogsveteraan?

Dat Tanja Nijmeijer nu deel uitmaakt van het onderhandelingsteam is overigens weer een aanwijzing dat de FARC dit vredesproces niet erg serieus neemt en bezig is met andere dingen, zoals hun imago, of wat daar nog van over is, in het buitenland oppoetsen. Met Tanja hopen ze misschien in Europa over te komen als een jonge, dynamische, polyglottische guerrilla, en niet als de bloedige terroristen die ze in werkelijkheid zijn. Misschien is het goed het geheugen wat op te frissen. Wie was dat guerrillameisje ook alweer?

Toen Tanja 21 jaar was, besloot ze zich definitief aan te sluiten bij de FARC en in 2007 had ze haar fifteen minutes of fame toen het Colombiaanse leger haar dagboeken ontdekte, die vervolgens de wereld over gingen. Nijmeijer, een vrouw met linkse sympathieën, was in de jaren voorafgaand aan dat moment actief geweest in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá als lerares Engels op het Wall Street Institute. Dat was haar officiële dekmantel, terwijl ze in de avonduren voor stadsguerrillera studeerde en lessen kreeg in het in elkaar zetten van bommen en het bedienen van handwapens.

Volgens kameraden bij de guerrilla was ze een toegewijde en snel lerende leerling. Het duurde dan ook niet lang voordat ze een berichtje kreeg van de grote bazen van de FARC om zich in een van de kampementen in het immense Colombiaanse oerwoud te melden, waarna ze als volwaardige guerrillastrijder in een van de talrijke ‘fronten’ werd opgenomen.

Maar de wind draaide toen in een van die kampementen de dagboeken van Tanja werden gevonden. Daaruit blijkt dat ze in de voetsporen wil treden van Che Guevara. Tegelijk uit ze openlijk kritiek aan het adres van de FARC, „haar nieuwe familie”, en ze stelt de manier waarop de commandanten het leven van de ‘gewone’ guerrilleros bepalen, ter discussie. Ook vraagt ze zich soms vertwijfeld af wat er toch nog van het revolutionaire vuur van die guerrillagroep is overgebleven. Een passage:

Ik weet het niet hoor Jans, waar dit project naar toe gaat. Hoe zal het dan zijn als we de macht hebben? De vrouwen van de commandanten in Ferrari Testa Rossa, met siliconetieten en kaviaar? Daar lijkt het wel op.

Als je geluk hebt, heeft ze een setje ondergoed met kant over. Als ze die niet weggooit, dan krijg je het. Mooie kleding hebben ze, shampoo, ik word daar echt misselijk van. Gisteren kwamen er civiele burgers hier en ik ving nog net op hoe Grietje (de vrouw van de tweede commandant, mooi, ijdel) vroeg of de dingen al waren aangekomen die zij besteld had. De civiel antwoordde dat alleen één creme niet te verkrijgen was, voor de rest wel. GATVER! Zo wil je toch niet zijn? Schamen ze zich niet, diep van binnen?

Zulke teksten konden niet echt de goedkeuring wegdragen van de commandanten van de FARC. Na publicatie van het dagboek leek het leven van Tanja dan ook geen cent meer waard. En inderdaad kwamen wij er tijdens ons onderzoek al snel achter dat Tanja aan een ‘revolutionaire rechtbank’ zou worden onderworpen en dat haar medestrijders furieus op haar waren. De kansen om zo’n rechtszaak te overleven zijn praktisch nihil – de FARC is dol op de doodstraf.

Maar, als in een echte thriller, wist Tanja op het nippertje aan een executie te ontsnappen, terwijl ze haar leven overdacht in een tent in het kampement en wachtte totdat ze haar naar buiten zouden sleuren en voor het vuurpeloton zouden zetten.

Haar redder was alias Raul Reyes, de zogenaamde ‘minister van Buitenlandse Zaken’ van de FARC, en de man met de beste contacten met de buitenwereld. Hij was er al snel achtergekomen dat Tanja een speciale belangstelling had losgemaakt in Europa. Hij had wat artikelen gelezen in Europese kranten, naar aanleiding van de vondst van de dagboeken. Hij had ook diverse verzoeken gekregen van internationale media om hem én Tanja te interviewen, zowel van televisiekanalen als kranten en tijdschriften. Reyes realiseerde zich dat, mits hij de situatie goed zou aanpakken, Tanja nog van nut kon zijn voor de FARC en hun strijd.

En dus stuurde hij een berichtje naar Mono Jojoy, de directe baas van Tanja, met het verzoek haar leven te sparen en probeerde hij Jojoy ervan te overtuigen dat ze nog van nut kon zijn op andere fronten. Het viel nog niet mee ‘El Mono’ te overtuigen, een type dat niet zo gevoelig was voor ‘diplomatie’ en eerder geneigd was problemen op te lossen via de loop van een geweer. Maar uiteindelijk wist Reyes zijn wil op te leggen en Tanja was gered. Dat had natuurlijk een prijs. Vanaf dat moment werd Tanja onder de strikte en directe voogdij van Mono Jojoy geplaatst en ze diende zich beschikbaar te houden voor alle propagandaprojecten die het Secretariaat zou bedenken.

Op basis van betrouwbare bronnen kwamen we er tijdens het onderzoek achter dat het Tanja, na alle problemen rondom het dagboek, toch redelijk voor de wind was gegaan en dat ze zelfs door haar commandant naar een ‘promotiecursus’ was gestuurd. Ook hoorden we dat ze een amoureuze relatie had aangeknoopt met de neef van Mono Jojoy. Toch stonden er op haar cv altijd een paar vervelende aantekeningen, die te maken hadden met haar chronische indiscipline en haar nymfomane neigingen, die ze kennelijk nooit onder controle wist te krijgen.

Waar zullen we Tanja aantreffen, mochten de vredesbesprekingen succes hebben en de guerrilleros een of andere vorm van amnestie hebben gekregen? Tanja, die er altijd van droomde om triomfantelijk met haar kameraden Bogotá binnen te trekken nadat de revolutie had gezegevierd? Wat doet ze als het avontuur afloopt? Zou ze kunnen wennen aan een saai, burgerlijk leven, of zoekt ze haar revolutionaire dromen elders?

Misschien zal ze wel terugkeren naar Nederland om haar memoires te schrijven. De uitgevers zullen in de rij staan. Zal ze dan vertellen over de landmijnen die ze plaatste, de bommen die ze in stadsbussen achterliet? Zal ze kortom haar eigen verantwoordelijkheid in deze donkere fase van de Colombiaanse geschiedenis nemen? Ik betwijfel het.

Tanja Nijmeijer mag een mediagenieke guerrillera zijn, ze is en blijft ook een terroriste met bloed aan haar handen.

Nico Verbeek is historicus, vertaler en schrijver in Bogotá. Hij was onder andere betrokken bij de totstandkoming van het boek Tanja, een Nederlandse bij de Farc van Leon Valencia en Liduine Zumpolle (Sijthoff, 2010).