Obama’s selectieve supermacht

Obama krijgt de komende vier jaar tal van grote kwesties op zijn bord. De herpositionering van de VS in de verschuivende wereldorde is de belangrijkste. Obama zou daarover eerlijk moeten zijn, stelt Philip Stevens.

Illustratie Riber Hansson

De luie opvatting over de Amerikaanse verkiezingen is dat er niet veel is veranderd. Washington keert weer terug naar zijn gebruikelijke patstelling. Het probleem met zulk soort analyses is de veronderstelling dat we in een onveranderlijke wereld leven. De herverkiezing van Obama heeft de dynamiek van de Amerikaanse politiek wel degelijk veranderd. De eerste zwarte Amerikaanse president hoeft niet meer bang te zijn, zoals de afgelopen vier jaar steeds het geval was, dat zijn plaats in de geschiedenis de voetnoot zou krijgen dat hij maar één termijn had uitgediend.

De Republikeinen hebben in de strijd om het Witte Huis van de laatste zes keer maar eenmaal een stemmenmeerderheid behaald. De steun van protestantse blanke mannen in het Zuiden leidt niet meer tot een winnende strategie. Door immigratie, bevolkingsontwikkeling en sociale tolerantie wordt de weg naar het presidentschap voor de Grand Old Party steeds smaller. Zolang de Republikeinen tegen dit Nieuwe Amerika van culturele en etnische diversiteit fulmineren, verliezen ze de presidentsverkiezingen.

Toch biedt de aanstaande confrontatie over het begrotingstekort beide partijen kansen – voor Obama de gelegenheid om gedurfd leiderschap te laten zien. De Republikeinen hebben nu het meeste te verliezen. Als Obama iets van de politieke gewiekstheid van Bill Clinton kan lenen, zou hij zijn tegenstanders met een groots akkoord over het tekort de wind uit de zeilen kunnen nemen.

De rest van de wereld zal de begrotingsbesprekingen in Washington niet afwachten. Nog nooit is het tempo van de mondiale veranderingen zo tumultueus geweest. Ze zorgen ervoor dat de Amerikaanse macht steeds meer wordt betwist. De kwaliteit – of het gebrek daaraan – van de Amerikaanse relatie met China zal in de toekomst de hoeksteen van de internationale veiligheid zijn. In het Midden-Oosten wordt het moeilijker buiten de verraderlijke conflicten te blijven dan velen in Washington hopen.

Onder de stukken die binnenkort op Obama’s bureau ploffen zal zich ook de inschatting van de National Intelligence Council bevinden over het mogelijke aanzien van de wereld in 2030. Een paar van de berichten zullen geruststellend zijn. Door de gestegen gas- en olieproductie zijn de VS steeds meer zelfvoorzienend geworden.

Toch is een relatieve achteruitgang onvermijdelijk. Het vermogen van Washington om te paaien en te dwingen zal verminderen naarmate China, India, Turkije, Brazilië, Zuid-Afrika en de rest een grotere plaats op het toneel innemen. De internationale orde zal door de wedijver van grootmachten ernstig op de proef worden gesteld.

Ik vermoed dat Obama de VS een nieuwe rol als selectieve supermacht wil toebedelen – die bijvoorbeeld de roep van het volk om democratie in de Arabische wereld ondersteunt, maar weigert Amerikaans bloed en geld aan die zaak te offeren. Dat zal niet gemakkelijk zijn, gelet op moordzuchtige regimes als dat van Bashar al-Assad in Syrië.

Bij Iran heeft de president zijn eigen val gezet. Een belofte om Teheran te beletten een atoomprogramma uit te voeren is een belofte die geen president kan houden. Door kerninstallaties te bombarderen kan alles wel vertraagd worden, maar de prijs is een oorlog die (behalve Israëls Benjamin Netanyahu) niemand wil. Uiteindelijk neemt Teheran zijn eigen beslissing over de bom. De weg naar een atoomvrij Iran moet beginnen met een aanbod van besprekingen zonder voorwaarden vooraf.

De strategische uitdaging van het China van Xi Jinping schuilt in de beheersing van conflicten. Het weinige dat over Xi bekend is, doet vermoeden dat hij veel gewicht zal hechten aan de Chinese rechten en belangen. Tot nu toe was het beleid van Obama om de strijd aan te gaan en grenzen te stellen – de samenwerking te versterken en de Amerikaanse bondgenootschappen in heel Oost-Azië nieuw leven in te blazen. Dit is geen slecht uitgangspunt, maar gelet op de maritieme spanningen in de regio een wankele waarborg voor stabiliteit. Nodig is een Chinees-Amerikaans raamwerk dat stevig genoeg is de onvermijdelijke schokken te weerstaan.

Aan zo’n opsomming kunnen nog tal van andere crisispunten worden toegevoegd – waaronder Afghanistan, Pakistan en Israël-Palestina. Vladimir Poetin moet in de hand worden gehouden, de Europeanen moeten worden aangemoedigd om het europrobleem op te lossen.

Maar het belangrijkste zal zijn hoe Obama de Amerikaanse macht inzet – de strategische signalen die hij aan bondgenoten en tegenstanders stuurt inzake de wereldorde. Hij zou eenvoudig coalities met medestanders kunnen vormen om de belangen van de VS te bevorderen. Een president met gevoel voor historie zou de contouren van nieuwe internationale verhoudingen schetsen. Het zou erg jammer zijn, niet alleen voor de VS maar voor de hele wereld, als Obama de kans die zijn overwinning hem biedt niet zou aangrijpen.

Philip Stevens is columnist bij Financial Times. © Financial Times