Klusjesmannen

Een glimp van Fabian Cancellara bracht troost. De Zwitserse tempobeul was naar Oudenaarde afgezakt voor de inhuldiging van zijn nieuwe supporterslokaal. De liefde was terplekke intens en wederzijds. Fabian was bijzonder toegankelijk, tot bepotelen toe. Alsof er satijnen gaten zaten in zijn imposante torso.

Van übermensch tot untermensch, in liefdevolle streling van bewonderaars – altijd mooi. Coïtus van heden en verleden ook.

Spartacus is meer dan Niki Terpstra genesis in repetitio van Briek Schotte.

Flandrien pur sang.

In een tête à tête met zijn aanhang ranselde hij de heksenjacht op de wielersport weg als stalinisme. „Mensen verdienen een tweede kans.” Dus niet die tabula rasa van Sky dat alle dopinggetatoeëerden wil afvoeren naar een oubliëtte.

Waarom zou van vergeving alleen razernij moeten komen?

Fabian fietste ook al in de beladen jaren negentig. Voor het Italiaanse Fassa Bortolo van Giancarlo Ferretti, nota bene.

Dat scheelt toch in de herinnering, en in schuldbesef.

Zijn massage van leugen en bedrog mij als muziek in de oren. Eindelijk nog eens een wielericoon die het voor zijn sport opneemt. Die niet meegaat in geregisseerde afbranding en zelfkastijding.

Meer dan verstand liet hij de benen dromen. Wat is wielrennen anders dan benen die zich plooien naar het snijmes van kasseien. Met het puffende moralisme van een inquisitiepeloton ga je niet de hel van het bos van Wallers in. Slijk blijft het epicentrum van de koers, niet een epo’tje op internet.

Fabian luchtte op.

Afbladdering van de wielersport is modieus geworden. Iedere dag een nieuw schandaal. Michael Boogerd dan toch aan bloeddoping, Thomas Dekker recidivist, Bjarne Riis kompaan van Fuentes, Scarponi strateeg in boetedoening.

And all that jazz.

Het houdt niet op.

Nu nog een regenboog van onderzoekscommissies. Na de UCI wil ook de Nederlandse wielerunie waarheidsvinding betrachten. Zonder jurisprudentie weliswaar, en dus hoogmis van hypocrisie.

Stuipgedrag.

Of noem het de Vaticaanse variant van pedofilie.

De suggestie dat Michael Boogerd alsnog zal bekennen dat hij aan een Oostenrijkse bloedbank heeft gelegen, is een belediging aan ons, weldenkenden. Boogerd is al meer dan tien jaar het uithangbord van vermoorde onschuld. Daar komt hij niet meer op terug, in zijn oude dag.

Oud-renner Paul Klimmage is jaren geleden een jihad begonnen tegen de UCI-geronten Hein Verbruggen en Pat McQuaid. Zij zouden de spil zijn in het dopingweb. Of toch de peetvaders van Lance Armstrong. Ik geef hem geen ongelijk, maar zijn bewijsvoering is boterzacht. En toch zouden Verbruggen en McQuaid het fatsoen moeten hebben om zich niet langer voor te doen als beëdigde senatoren van de wielersport.

Van enige (innerlijke) reflexie kunnen ze alleen maar bang worden.

Ik zag hoe Clémence Ross vocht tegen opwellende tranen bij haar terugtreden als voorzitter van De Graafschap. Alles wat ooit nog publiek uit haar gezicht komt aanrollen, is doodgeboren. De pijn van mevrouw Ross was niet meer in te blikken.

Dat soort verdriet zie je nooit eens bij de UCI. McQuaid en de zijnen lijden voor geen meter aan Ferrari en Fuentes. Zoals ze ook niet lijden aan de leugens van Lance Armstrong en het Lourdesverhaal van Michael Boogerd. De UCI is een ijzeren constructie – mensen niet toegelaten.

Ik ga Fabian Cancellara achterna: vergeten en vergeven. Maar niet zonder collectieve schuldbekentenis van de hele wielermeute volk.

Ik heb ooit een lieve klusjesman van Rabobank gekend die amfetamines en ander spul nam om ’s nachts de was te kunnen doen, met zijn immer houten kop.

Klusjesmannen zijn de hoeksteen van de samenleving, en al helemaal van het peloton.