Ken uw druiven

Harold Hamersma wil wijnkenner worden en leest het dikke naslagwerk Wine Grapes.

Regelmatig word ik tijdens mijn signeersessies, voorleesproeverijen of optredens door de baas van de boekwinkel, de bibliothecaresse of de voorzitter van de businessclub aangekondigd als ‘wijnkenner’. En dat is onterecht. Toegegeven, vanwege intrinsieke motivatie weet ik er wel wat meer van dan de gemiddelde liefhebber. Dankzij mijn jaarlijkse quotum van rond de zevenduizend wijnen steek ik net dat beetje extra op. En verder studeer ik ook hard qua ‘droge’ research. Nederlandse- en buitenlandse vakbladen. Webberichten. Dagelijkse gesprekken met importeurs en producenten. Ik ben altijd blij als de vijf in de klok zit en ik met goed fatsoen eens even rustig een glas wijn kan drinken.

Terug echter naar ‘de wijnkenner’. Bestaat die eigenlijk wel? De enige die ik ooit ben tegengekomen, was in een kort verhaal van Roald Dahl. In ‘De fijnproever’ belooft een vader aan zijn gast de hand van zijn dochter als deze de herkomst en het oogstjaar van de geschonken wijn weet te vertellen. Het lijkt onmogelijk, maar het lukt de gast. De wijnkenner gaat er al bijna met de buit vandoor, als de huishoudster binnenkomt met de leesbril van de man. Deze had hij in de werkkamer van de heer des huizes laten liggen, naast de te proeven fles.

In wijnland wordt wel knipogend beweerd dat even een flard van een etiket of capsule zien meer oplevert dan tientallen jaren proefervaring. De praktijk grossiert in dergelijke voorbeelden. Wijnmakers die tijdens blindproeverijen hun eigen wijnen niet herkenden. Een Champagne-expert die tijdens een lunch „Ah, mijn favoriete Bollinger” verzuchtte, terwijl het later Krug bleek te zijn.

Kortom, ik bevind mij in goed gezelschap. En ik maak mij ook geen enkele illusie dat ik de 10.000 druivensoorten waar wijn van gemaakt wordt ooit helemaal onder de knie krijg. Maar ik weet wel dat ik nooit stop met studeren. Ook al omdat er zojuist een indrukwekkend boek is uitgekomen waarmee extra kennis opdoen een feest wordt, Wine Grapes. Een bijna drie kilo wegend naslagwerk geschreven door wijnjournalist Jancis Robinson, researcher Julia Harding en botanicus-druivengeneticus José Vouillamoz. Gelukkig heeft dit trio het de wijnkenner in spe wat eenvoudiger gemaakt door alleen de 1.368 druivenvariëteiten te beschrijven waarvan ‘commerciële hoeveelheden’ wijn worden gemaakt.

Een proefritje door het boek leidt mij langs de meest recente, vaak op dna-onderzoek gebaseerde informatie, die wordt geflankeerd door fraaie, eeuwenoude illustraties. Ik krijg meer te weten over hun herkomst, hun synoniemen en hoe ze smaken. Aldus leer ik dat de Italiaanse nationale blauwe druif, de sangiovese, zich bedient van een kleine dertig aliassen, als ware het een heuse maffiabaas. Ik lees bijvoorbeeld over de grk, een zeldzame, oude soort die uitsluitend op het Kroatische eiland Korcula voorkomt.

Zou de ruchè ook in Wine Grapes staan? Vorige week zondag proefde ik rood van deze onbekende druif uit Piemonte voor de eerste keer (ik zei het al: ik ben geen kenner) bij BeVino, een kleine importeur die er plezier in heeft wijn van kleine producenten te verkopen. En jawel, de ruchè staat erin. Met zijn vier synoniemen. Zijn waarschijnlijke herkomst, Asti. Het feit dat de druif vanwege zijn vroege rijping erg veel wespen aantrekt. Plus een smaakomschrijving die overeenkomsten vertoont met mijn gekrabbel op BeVino’s prijslijst: ‘Rozengeur, nerveuze kersen, trippelende zuren, elegant en met beheerste bitters. Duidelijk Italiaans, maar vooral ook: erg onalledaags.’

Een prachtige, spannende wijn waarvan ik blij ben dat er dus ‘commerciële hoeveelheden’ van worden gemaakt. Al waarschuwen de schrijvers mij wel dat er in heel Italië nog maar 46 hectare staan aangeplant. Vervolgens zal ik op mijn beurt de importeur erop wijzen dat hij de naam van de druif op zijn prijslijst verkeerd heeft geschreven: het is volgens Wine Grapes geen ruché maar ruchè.