Kabinet terug in realiteit

Het onvermijdelijke staat te gebeuren: het kabinet ziet af van zijn voornemen de zorgpremies voor grote groepen burgers fors te verhogen, om zo de netto-inkomensverschillen te verkleinen. Hier geldt het spreekwoord ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele verdwaald’. Nog beter zou het zijn een variant hierop toe te passen: beter ten hele gekeerd.

Want de zorgpremies inzetten om andere lastenverzwaringen voor de laagste inkomens te verzachten, was van meet af aan een slecht idee. Het plan frustreerde de net op gang gekomen marktwerking in de zorg en raakte daarmee het hart van het systeem dat beoogt de kosten van de zorg (enigszins) te beheersen.

Politiek gesproken was dit onderdeel van het regeerakkoord een succes voor de PvdA, want de beëindiging van zowel de marktwerking als het inkomensafhankelijke premiesysteem komen rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van deze partij.

In die tweede wens staat zij trouwens niet alleen: ook SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, CDA, ChristenUnie, SGP en D66 zijn in meer of mindere mate voor compenserende maatregelen in het zorgstelsel ten bate van de laagste inkomens. Is het niet via de premies dan via de eigen bijdrage of het eigen risico.

Niet vergeten moet worden dat de zorgtoeslag die de overheid binnen het bestaande stelsel nu aan grote groepen verzekerden uitkeert, ook nivellerend werkt.

Maar het plan waarmee de coalitie van VVD en PvdA in haar regeerakkoord kwam, gevolgd door een reeks van verwarring en onrust stichtende berekeningen van de gevolgen ervan, ging veel te ver. Niet slechts voor de VVD-achterban, maar ook voor andere delen van de maatschappij en, politiek zeer relevant, voor de meerderheid in de Eerste Kamer.

Die weerzin was er niet alleen wegens de soms forse premieverhogingen en de ondergraving van de marktwerking, maar ook omdat het plan werkgelegenheid vernietigt en niet rechtstreeks bijdraagt aan de bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Zulke ingrepen zijn bedreigend voor de solidariteit in de samenleving: de middenklasse die niet wenst op te draaien voor de noden aan de onderkant.

Maar geen illusies. Linksom of rechtsom, de economische crisis en de drastische bezuinigingen nopen tot stappen terug. Dat burgers en bedrijven de gevolgen daarvan ondervinden, staat vast. Dat de koopkracht voor (vrijwel) alle burgers flink zal worden aangetast, lijdt ook geen twijfel. Verantwoordelijke politici horen dat duidelijk te maken. Alleen economische groei kan de pijn verzachten of wegnemen. Maar voor de bespoediging daarvan is het kabinet afhankelijk van internationale ontwikkelingen in de economie, waarop het maar weinig greep heeft.

Nu de PvdA haar zo gekoesterde wens van inkomensafhankelijke zorgpremies intrekt, toont zij aan dat ze oog heeft voor de politieke werkelijkheid en dat ze bereid is te investeren in de nieuwe coalitie. Daarmee is wel een politieke rekening geopend. De VVD ontkomt niet aan de vereffening daarvan. Het kabinet is dus nog niet klaar met nivelleren; dat het belastingsysteem daarvoor wordt ingezet, is het meest logisch. Hoe zeer dat in de liberale ziel snijdt.

Maar er zijn ook inhoudelijke argumenten voor aan te voeren: ingrepen in de AWBZ, de huurverhogingen en nog het een en ander treffen de laagste inkomens relatief het zwaarst. Tegelijkertijd moet niemand de illusie hebben dat er koopkrachtreparaties denkbaar zijn die ieders rechtvaardigheidsgevoel bevredigen. Al was het maar omdat de theorie van de koopkrachtplaatjes zelden standhoudt in de praktijk van alledag.

Premier Rutte heeft in de regeringsverklaring die hij dinsdag in de Tweede Kamer zal afleggen het een en ander uit te leggen. Want dat zijn tweede kabinet een moeizame start kent, mag duidelijk zijn. De veelgeprezen voortvarendheid waarmee het regeerakkoord tussen de twee coalitiepartners is gesloten, kende een schaduwkant. Rutte en andere kopstukken in zijn partij hebben, in de dynamiek van de onderhandelingen, het sentiment onder de VVD-aanhang onderschat. Betere raadpleging van deskundigen in hun nabijheid had dat vermoedelijk voorkomen.

Met zijn besluit om de drastische nivellering uit het zorgstelsel te halen, heeft het kabinet getoond zijn zin voor de realiteit niet te hebben verloren. Gelukkig maar.