Column

Kabinet geeft liever klap te veel dan te weinig

Een eenvoudige repressieve aanpak met weinig rechtstatelijk besef. Zo kan de veiligheidsparagraaf in het regeerakkoord het best worden omschreven.

Op een enkel punt na is het vooral de VVD die er de pen mocht vasthouden. In de immigratieparagraaf valt het kinderpardon op, als blijk van tolerantie en humaniteit. Maar overigens is de continuïteit met het gedoogakkoord met de PVV opvallend. Indien boerka, dan geen bijstand. Dat soort symboliek.

Veel passages in de veiligheidsparagraaf zijn overbodig. Opstelten en Teeven zeggen her en der harder, beter en strenger op te treden, ‘accenten te leggen’ of de ‘aanpak van’ zus of zo te bevorderen. Brave opsommingen, bedoeld om een warm gevoel van veiligheid te verspreiden. Maar de campagne is voorbij. Wat verandert er en wat niet, dat is de kern. De rest is de bekende retoriek van de loze persberichten met pilots en projecten.

De rechtsstaat krijgt alvast een knauw met het plan om rechtbankstraffen van meer dan twee jaar cel meteen maar uit te voeren. Daarmee verliest het hoger beroep dus praktische betekenis. Tot en met het hoger beroep was de verdachte principieel een onschuldig burger, die in beginsel niet werd vastgehouden, ‘tenzij’. Straks is het oordeel van de rechter in eerste instantie meteen bindend. Wie in hoger beroep straks alsnog wordt vrijgesproken heeft dan al een straf uitgezeten. Ten onrechte dus. Die schade kan niet meer hersteld worden, alleen gecompenseerd. Met grote passen gauw thuis lijkt het motto. Liever een klap te veel uitgedeeld dan te weinig. Dit kabinet interesseert zich weinig voor de rechtsbescherming van burgers in het strafproces. Bij het hakken mogen kennelijk spaanders vallen. Dat kost straks tonnen schadevergoeding en veroorzaakt veel leed, zo stelde de advocatuur deze week. Het ondermijnt ook het vertrouwen in de rechter, voeg ik eraan toe.

Het plan om verdachten ‘eenvoudiger’ in voorlopige hechtenis te kunnen houden, vormt hiervan de overtreffende trap. Dit slaat op een bestaand wetsvoorstel dat, volgens de Raad voor de Rechtspraak in een negatief advies, vooral het naar vorenhalen van de straf beoogt. Namelijk tot de periode vóór de zitting en de uitspraak. Die celstraf wordt dan dus uitgedeeld door de officier. Daarmee wordt ook de strafrechter in eerste instantie gedegradeerd tot een scheidsrechter achteraf. Net als zijn collega in hoger beroep.

Vorig jaar kregen maar liefst 10.000 burgers al een schadevergoeding omdat ze volgens de rechter ten onrechte voorlopig waren opgesloten. Aan ex-gedetineerden werd in totaal toen 22 miljoen uitgekeerd. Maar dat opsluiten moet dus juist ‘eenvoudiger’ worden. Van centrale figuur in het strafproces wordt de rechter een controleur achteraf. ‘Hoger beroep’ wordt een nabeschouwing na de wedstrijd, zonder directe gevolgen. Behalve dan een eventuele schadevergoeding. Eén onafhankelijke instantie met één rechter, die zo laat mogelijk iets mag zeggen, dat is kennelijk genoeg.

Genoeg geklaagd. Er is ook vooruitgang. De bizar hoge eigen bijdragen om toegang tot de rechter te krijgen keren definitief niet terug. De plicht voor de strafrechter om bij een bepaald type recidive steeds een hoge strafmaat op te moeten leggen is ook vervallen. Voortaan moet in die gevallen de officier consequent een hoge minimumstraf eisen. Dat is zoals het hoort. De staat eist, de rechter is vrij. Hij mag er onder blijven of er overheen gaan.

Bij strafzaken waarin dezelfde dader wordt verdacht van meer daden (de meerdaadse samenloop) krijgt de strafrechter van het kabinet ‘ruimere mogelijkheden’. Hier echoot de strafzaak tegen zedendader Robert M. na. Tegen hem kon de maximumstraf voor één verkrachting worden geëist, vermeerderd met maximaal een derde voor alle overige misdrijven. Dat leidde tot politiek protest, onder meer van de PVV, die een cumulatief strafstelsel eiste. Ofwel ‘de volle mep’, voor ieder misdrijf afzonderlijk. Even afwachten of dat niet zal leiden symboolstraffen als 300 jaar cel.

Als dat alles doorgaat zijn het significante veranderingen. Net als het ‘verlengen van de bewaartermijnen’ om ‘oude, onopgeloste zaken’ te kunnen oplossen. Er staat weliswaar niet bij wát er dan precies langer bewaard wordt, maar algemeen wordt aangenomen dat het de gegevens van telecom- en internetverkeer betreft. Gegevens van bewakingscamera’s mogen nu een maand worden bewaard. Telecom- en internetaanbieders een jaar. Hoeveel langer de bedoeling is, blijft onduidelijk. Het is wel een maatregel die iedereen treft.

En dan is er nog de aankondiging dat de jeugdrechter ‘de mogelijkheid krijgt’ de maatregel van ‘ter beschikkingstelling aan het onderwijs’ (TBO) op te leggen bij ontspoorde jongeren. Dat is een ideetje van Kamerlid Marcouch (PvdA). Wat deze onderwijs-tbs toevoegt aan de leerstraf die de jeugdrechter al jaren oplegt, is eveneens giswerk.

Net als de betekenis van het zinnetje dat ‘barrières die effectief optreden van politie en justitie in de weg staan worden weggenomen waar dat kan’. En als dat niet kan laten we ze gewoon staan, stel ik voor. Nederland is een rechtsstaat. Die moet het juist van de barrières hebben. Van de ‘checks and balances’. En van beginselen, zoals dat van onschuld.

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, twitter via #rechtsstaat