‘Jullie overschot is hun tekort’

Nederlandse politici hoeven niet te klagen over landen in Zuid-Europa, vindt Paul de Grauwe. „Nederland is eigenlijk één groot hedgefonds”.

Paul de Grauwe: ‘De ECB moet brandweerman zijn, geen politieman of rechter.’ Foto Roger Cremers

Van de man in de straat begrijpt hij het, maar dat ook politici in Nederland roepen dat er geen cent naar Griekenland mag gaan? Daarbij kan de Belgische hoogleraar Paul de Grauwe zich minder gemakkelijk iets voorstellen. „Eigenlijk is Nederland één groot hedgefonds. Jullie lenen zelf heel goedkoop en lenen dat geld vervolgens tegen een hoge rente uit aan bijvoorbeeld Griekenland of Portugal. Natuurlijk zit daar een risico aan, daarom krijg je ook die hoge rente.”

Volgens De Grauwe, verbonden aan de London School of Economics, wordt te vaak gedaan alsof de belastingbetaler in de noordelijke Europese landen alleen maar betaalt voor „die luie mensen in het zuiden”. Eigenlijk zouden die landen in het noorden meer moeten doen om het evenwicht in Europa te herstellen. „In Duitsland stevent men af op een begrotingsevenwicht. Ook Nederland brengt zijn overheidstekort terug met bezuinigingen. Door in een recessie te streven naar begrotingsevenwicht maken we de fout uit de jaren dertig.”

Wat De Grauwe betreft zouden de landen in het noorden van Europa hun economie meer moeten stimuleren, de consumptie aanwakkeren. Met het nieuwe kabinetsbeleid brengt Nederland, door 16 miljard extra te besparen, het tekort van bijna 3 procent terug naar 1,5 in 2017. Stimuleren in Den Haag zou de export vanuit de zuidelijke landen stimuleren. „Nederland heeft mede door zijn eigen hoge export een groot overschot op de lopende rekening. Jullie overschot is het tekort van andere landen. Ik begrijp niet waarom de Europese Commissie niet naar het hele Europese plaatje kijkt. Zij dringt per land aan op extra bezuinigingsmaatregelen, maar zo wordt de recessie in Europa alleen maar dieper.”

De hoogleraar sprak gisteren bij het Centraal Planbureau, waar hij adviseur is, over de Europese schuldencrisis. De 66-jarige Belg gelooft weinig van het argument dat Nederland het vertrouwen van de financiële markten verliest als er niet bezuinigd wordt. Dat was vaak het argument van Jan Kees de Jager, de vorige minister van Financiën. „Kijk naar België, dat heeft een schuld van meer dan 100 procent van het binnenlands product. Daar is toch ook geen vertrouwenscrisis. Ik wil natuurlijk niet zeggen dat Nederland ook naar dat niveau moet, maar een schuld van 80 procent is geen probleem.”

Alle bezuinigingsoperaties (van Rutte I, het Lenteakkoord en Rutte II) tellen in 2017 op tot 47 miljard euro. Daarmee wordt de crisis volgens hem niet opgelost. „Ik voorspel u dat over zes maanden blijkt dat de economische groei tegenvalt, en dat er dan opnieuw extra bezuinigd moet worden.” De effecten van de bezuinigingen kunnen wel verzacht worden door de nivellering die dit kabinet van plan is. „Door vooral iets extra’s te vragen van de hogere inkomens, zorg je er in elk geval voor dat het negatieve effect op de consumptie wat minder groot is”.

Tien jaar geleden maakte De Grauwe kans om ondervoorzitter van de Europese Centrale Bank te worden. Hij greep naast die post. Toen al was hij kritisch op de instelling in Frankfurt, dat is hij nog steeds. Volgens hem had de ECB eerder de bereidheid moeten uitspreken om ongelimiteerd obligaties op te kopen als dat nodig is. Dat gebeurde pas in september en sinds die tijd is het rustiger geworden rond Spanje en Italië.

Tegenstanders van het ongelimiteerde opkoopbeleid benadrukken dat de ECB slecht gedrag van de zuidelijke landen beloont door obligaties op te kopen. Zo verbeteren zij hun gedrag nooit. „Stel u voor dat de brandweer aan komt rijden bij een brandend huis. Een van de brandweermannen wil niet blussen, omdat anders het slechte gedrag van de onvoorzichtige eigenaar wordt beloond. Dat kan natuurlijk niet, hij moet blussen, al is het maar voor de buren. Dat geldt ook voor de ECB. Die moet brandweerman zijn, geen politieman of rechter. Daarom is het ook niet goed dat de ECB een oordeel over Griekenland geeft, op grond waarvan al of niet verdere steun wordt gegeven.”