In Marokko voelde ik me vrijer

Toen Aziz Bekkaoui (1969) als zesjarig jongetje naar Nederland kwam, viel hij al op met zijn kleurrijke stijl. Hij werd modeontwerper. Of, zoals hij het noemt, ‘performer’. „Je kleedt niet alleen het lichaam maar ook de geest.”

Omhulsel

„Een lap stof is een lap stof. Ook als het schitterende stof is, blijft het een paar vierkante meter textiel. Het wordt pas iets als je er wat mee doet. Een kledingstuk kan er prachtig uitzien op de hanger. Kleding is meer dan alleen een omhulsel. Door de persoon die het draagt, krijgt het uitstraling en betekenis. Je kleedt niet alleen het lichaam, maar ook de geest.”

Hokjes

„In 1991 ging ik naar de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Ik wilde eigenlijk alles doen, maar moest een richting kiezen. Ik koos mode, al werd daar lacherig over gedaan: Haha, daar ontwerpen ze pakjes waar je niet mee kunt fietsen en geen boodschappen in kunt doen.

„Ik vond die verschillende afdelingen absurd. In de kunst heeft alles met elkaar te maken. Waarom dan die verschillende hokjes? Ik heb me er zo min mogelijk van aangetrokken en volgde bij alle afdelingen vakken. Zat ik ’s avonds te gipsen, vroegen ze: ‘Hè, wat doe jíj nou hier? Jij doet toch mode?’ Dan zei ik: ‘Ja, maar ik wil een kapsel van glas maken en dan moet ik eerst dit leren’.”

Rode loper

„Mode is voor mij niet alleen de jetset op de rode loper. Mode weerspiegelt de maatschappij. Dat vind ik interessanter dan BN’ers kleden. Toen ik net was afgestudeerd, kreeg ik de eerste prijs tijdens het International Festival des Jeunes Stylistes Hyères voor de beste damescollectie. Natuurlijk was ik trots. Ik kreeg verschillende aanbiedingen om contracten te tekenen. Ik heb dat nooit gedaan. Als je dat doet, ben je niet meer vrij. Dan moet je doen wat witte mannen van middelbare leeftijd willen, die het in de modewereld voor het zeggen hebben.”

Urinoir

„Kunstenaar Marcel Duchamp is een belangrijke inspiratiebron. Als kunstenaar wil je verrassen. Je wilt mensen anders naar iets laten kijken. Je wil ze uit hun comfort zone trekken. Duchamp was een van de eersten die die kunst zag in gewone dingen. En gewone voorwerpen als kunst presenteerde. Een urinoir bijvoorbeeld. Kunst vind je niet alleen in musea, kunst is overal. Voor iedereen.”

Boerka

„Alles bestaat binnen een context. Dat valt pas op als je ze uit de context haalt. Oranje is in Nederland de kleur van feest. Op Koninginnedag hult iedereen zich in oranje. InGuantánamo Bay is het de kleur van de dood. De gevangenen dragen oranje pakken. Ik laat die twee uitersten zien in dansvoorstelling Orange waarin een doodsdans overgaat in een vrolijke ode aan het voetbal.

In de modeshow Times Burka Square trekt iedereen een boerka aan: vrouwen, mannen, kinderen. In Nederland vinden we vrouwen met een boerka onderdrukt en zielig. Siliconenborsten, opgevulde lippen en geverfd haar vinden we prima. Mooi. Waarom? Omdat dat het een geaccepteerd schoonheidsideaal is. Toen ik in Genève woonde, zag ik vrouwen afkomstig uit het Midden-Oosten in boerka winkelen. Ze lieten de limousine voor de dure winkel wachten en kwamen later naar buiten met tassen vol juwelen en designkleding. Niemand vindt die vrouwen onderdrukt of zielig.”

Grenzeloos

„Ik heb net de kostuums ontworpen voor de theaterproductie Farah Diba. Toch zie ik mezelf meer als performer en vormgever dan als modeontwerper. Ik werk graag met acteurs, dansers, dichters, theatermakers, filmers, rappers. Verschillende instrumenten. Samen een doel. Dat inspireert om grenzeloos te denken. Dat vind ik mooi.”

Buurkinderen

„Ik ben geboren in Marokko, in Berkane. Een gezin met vijf kinderen. Mijn vader was een ondernemende man. Nieuwsgierig, niet bang. Hij vertrok om in Europa te werken. Hij had allerlei baantjes in Barcelona, in Parijs, in Amsterdam. Toen kwam hij in Voorburg terecht. Dat vond hij een goeie plek om zijn kinderen te laten opgroeien. Wij kwamen over. Ik was zes. Ik herinner me dat we van Schiphol kwamen, we de koffers binnen zetten en meteen op straat gingen spelen. ‘Hé Turken’, riepen de Nederlandse buurkinderen. Maar dat verstonden we niet. We deden mee. Zij deden met ons mee. Ik heb zoveel op straat gespeeld. De maandag erop gingen we naar school.”

Lang haar

„Ik voelde me, gek genoeg, in Marokko vrijer dan in Nederland. Ik had al jong een fancy voor kleding. Ik wist precies wat ik aan wilde. Dát en niks anders. Mijn moeder vond dat prima. In Marokko kies je geen kledingstuk, je kiest stof en laat iets maken. Ik koos jeansstof met kleurige, geborduurde bloemen voor een broek en een jasje. Ik vond voetbalschoenen met die gekleurde strepen prachtig. Ik haalde de noppen eraf, trok ze aan naar school. Mijn haar was lang, ik zag er een beetje meisjesachtig uit. In Marokko was dat geen probleem. In Voorburg ben ik verschillende keren naar huis gestuurd om van kleding te wisselen of mijn haar te knippen. Mijn moeder vond dat vreemd. ‘Zo modern zijn ze hier dus niet’, zei ze.”

Uggs

„Kijk naar de tienermeisjes op middelbare scholen: Allemaal een Adidas-jasje, allemaal Uggs. Ze zijn als de dood om er buiten te vallen. We dachten dat door het internet de creativiteit groter zou worden. Want je kon virtueel de hele wereld over. Maar het enorme aanbod slaat de creativiteit juist dood. Kijk maar in de Leidsestraat. Iedereen lijkt op elkaar. Waar zijn de punkers, de new wavers? Waar zijn de subculturen?

Toen ik tiener was, was internet nog klein en minder ontwikkeld. Er bestond geen Zara, geen H&M. Wij scharrelden over de markt, bezochten tweedehands winkels, kochten zakken vol op Koninginnedag. Ik droeg bijvoorbeeld lange gestreepte kousen met een korte broek en een bruin geruit colbert. Je moest proeven, plakken, knippen, combineren. Niets was vanzelfsprekend. We oogsten gelach, maar ook respect. Conformeren begint bij je uiterlijk, maar het beperkt je ook in verdere ontwikkeling.”

Maillot

„Mijn buren hebben een zoon van vier. Simon. Simon houdt van maillots. Hij draagt ze liefst altijd, in de winter en in de zomer. Op zijn witte grachtengordelschool werd hij ermee gepest. ‘Hé balletdanser! Homo! Zijn moeder vond dat heel raar. Hoe kunnen kinderen van vier een maillot associëren met ballet en dat weer met homoseksualiteit? Vertellen hun ouders dat aan hen? De juf vroeg aan de ouders om Simon de maillot uit te laten trekken omdat hij ermee werd gepest. Zijn moeder zei: ‘Dat kan ik doen, maar wat doe je dan met een kind met rood haar?’”

Uitvinder

„Mijn ouders vonden het prima dat ik naar de kunstopleiding ging. Oh, zei mijn moeder, dan moet je op kamers, natuurlijk. Ze vonden het vanzelfsprekend omdat ik altijd bezig was met kleding, verkleden, dansjes verzinnen, dingen bouwen, decors ontwerpen, toneelstukjes bedenken. Ik wilde uitvinder worden. Je moet iets kiezen waar je hart ligt, vonden mijn ouders. Mijn buurjongen wilde ook graag naar de academie maar die moest van zijn vader een échte studie kiezen: medicijnen of rechten of zo. Mijn ouders zagen de kunstopleiding als een serieuze studie. Ik ben uiteindelijk ook écht een soort uitvinder geworden.”