In 1875 was het ook al 'zoiets van ...'

Veel mensen hebben zoiets van: echt gruwelijk, als ze iemand de uitdrukking ‘ik heb zoiets van’ horen gebruiken. Die scoort de laatste jaren steevast hoog in lijstjes met taalirritaties. Maar in tegenstelling tot wat veel mensen denken, is de uitdrukking niet nieuw, en ook niet iets voor vrouwen en meisjes. „Het is in Nederland begonnen bij hoogopgeleide witte mannen”, zegt taalwetenschapster Ingrid van Alphen van de Universiteit van Amsterdam. De schilder Vincent van Gogh ‘voelde’ in een van zijn brieven al ‘zoo iets van’, schreef hij in 1875. En Simon Carmiggelt ‘had’ in 1951 ‘zoiets van’.

Van Alphen stelde onlangs met haar Duitse collega Isabelle Buchstaller een wetenschappelijk boek samen over uitdrukkingen als ‘ik heb zoiets van’. Het gaat om een wereldwijd fenomeen: alle onderzochte talen kennen vergelijkbare uitdrukkingen, van het Engelse I’m like en het Franse comme tot het Japanse mitai-na en de Duitse gebarentaal. Quotatieven worden ze genoemd, omdat ze een citaat (quote) inleiden – mensen kondigen in feite aan dat ze iets gaan zeggen. Vaak iets clichématigs.

‘Ik heb zoiets van’ is dus niet nieuw, maar het gebruik ervan neemt wel toe. En ja, dat wekt irritatie op. Maar gek genoeg blijken mensen die die uitdrukking veel gebruiken juist relatief aardig gevonden te worden.

Quotatieven: Wetenschap, pagina 8-9