Ik ben niet alleen de minister van ellende

Het aanbod verraste haar, maar ze zei direct ja. Jeanine Hennis-Plasschaert is de eerste vrouw als minister van Defensie. Ze begint met 6.000 mensen ontslaan. En dan wil ze een beter imago voor de krijgsmacht.

Nederland, Den Haag, 8 november 2012 Jeanine Hennis-Plasschaert, minister van defensie Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Bij het aantreden van een nieuwe minister van Defensie willen militairen altijd weten: snapt hij ons? Is hij wel in dienst geweest? Bij de minister die begin deze week het departement betrok, is die vraag zinloos. Hij is namelijk voor het eerst een zij, en dus nooit opgeroepen voor de dienstplicht. Die was ook al snel nadat zij meerderjarig werd opgeschort.

Jeanine Hennis-Plasschaert (39) is dé verrassing van de VVD in het nieuwe kabinet. Dat ze nooit in dienst zat, is niet atypisch voor een minister van Defensie. Dat ze een jonge vrouw is, met een reputatie als licht ontvlambare flapuit, des te meer. Een minister die in dit eerste interview dingen zegt als „het maakt niet uit of je een piemeltje hebt”, maar verder al zorgvuldiger dan ooit haar woorden kiest.

Afgelopen maandag stond Hennis bijna in tranen op het bordes van haar ministerie aan het Plein in Den Haag, tegenover de Tweede Kamer waarvan ze tot vorige week voor de VVD lid was. „De beëdiging bij de koningin was al enorm indrukwekkend. Daarna was de overdracht op het departement, en in tegenstelling tot andere ministeries sta je hier voor de deur en wordt er een prachtige aubade gespeeld.”

Bij die ceremonie met de militaire kapel stond een vriendin van Hennis, haar voormalige woordvoerder, te huilen van trots. „Het was al zo spannend en door haar emoties moest ik ook bijna …”, zegt Hennis. Met een stralende glimlach, maar ook een brok in haar keel stapte ze daarna voor het eerst over de drempel van haar departement. De plek waar wordt besloten om jonge mensen naar levensgevaarlijke landen te sturen en waar de komende jaren vele ontslagen zullen vallen. Vanaf nu onder haar verantwoordelijkheid.

Een paar dagen later staan er nog drie verhuisdozen onder de staartklok en het portret van zeeheld Michiel de Ruyter in de statige ministerskamer. Toch voelt het alsof ze hier „al veel langer” zit, zegt Hennis. Voor haar ligt een stapel met de belangrijkste dossiers die ze plotseling onder haar hoede heeft. Er steken oranje tabbladen uit met ‘Begroting 2013’, ‘Vastgoed’ en ‘Kunduz’. Voeg daar ‘ontslagen’ en ‘JSF’ aan toe, en er ontstaat een goed beeld van waar de minister de komende jaren haar handen vol aan heeft. „Er zijn hier wel wat ‘aandachtspuntjes’, om het mild uit te drukken.” Weer die lach.

Jeanine Hennis-Plasschaert was de afgelopen jaren een van de meest spraakmakende Kamerleden. Veel mensen kennen haar van „de relletjes”, zoals ze die zelf omschrijft. Er was de weigerambtenaar, waar ze als liberaal fel tegen is, maar omwille van de vorige coalitie voor moest stemmen. Er was de nare brief van Mariska Orbán-de Haas, hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, die haar miskramen misbruikte om een punt tegen abortus te maken. En er was haar optreden bij Pauw&Witteman waar ze, omringd door grote getatoeëerde mannen in leren vesten, ageerde tegen criminele motorbendes.

Toch zeggen mensen die haar kennen dat Hennis gelukkiger was in het Europees Parlement, waarvan ze van 2004 tot 2010 lid was. Daar had ze meer vrijheid om haar eigen ideeën uit te werken, zonder strikte fractiediscipline en gedoogconstructies. „Ik denk dat deze bestuurlijke functie weer meer haar ding is”, zegt vriendin Sophie in ’t Veld (D66), die met haar in Brussel zat. „Ze is een heel warm persoon en zal dat masculiene departement snel voor zich innemen.”

Bijna drie weken geleden, op maandag 22 oktober, kwam Jeanine Hennis-Plasschaert na een lange dag thuis in het Gooische dorp waar ze woont met haar man en stiefzoon van 13. Nieuwsuur begon net, herinnert ze zich, toen haar mobiele telefoon rinkelde: Mark Rutte. „De premier belt wel vaker”, vertelt ze. „Dus ik had de link niet gelegd, zeker niet op dat tijdstip. Wat hij vroeg was een totale verrassing: ‘We zouden het enorm op prijs stellen als jij minister van Defensie zou willen worden.’ Ik moest even gaan zitten om het tot me te laten doordringen, maar ik kreeg er ook gelijk zo veel energie van dat ik meteen wist dat ik ja ging zeggen.”

Vertelde Rutte ook waarom hij juist u had uitgekozen als minister van Defensie?

„Ja, dat gaat gepaard met een heel betoog, maar dat ga ik niet vertellen. Dat heeft te maken met de afwegingen aan de formatietafel.”

U had hem wel al duidelijk gemaakt dat u graag de eerste vrouw op Defensie wilde worden?

„Nee, daar heb ik nooit expliciet met hem over gesproken, maar ik had het wel gezegd op televisie. Dat kwam eigenlijk door een hele leuke fotosessie die ik had gedaan voor NRC.”

Net als andere kandidaat-Kamerleden werd Hennis tijdens de verkiezingscampagne gevraagd wat haar droombaan was, en of ze zich voor de krant in dat beroep wilde laten vastleggen. Hennis maakte haar rechtenstudie niet af en ging na een secretaresseopleiding aan Schoevers in Brussel werken. Maar eigenlijk, vertelde ze in september, was het haar „stille fantasie” om militair te worden. Dus werd ze gefotografeerd in een camouflage-uniform op een zandvlakte voor een pantservoertuig.

„Kort daarna zat ik bij RTL en tijdens het programma mochten kijkers stemmen of ze vonden dat ik minister moest worden. Toen kreeg ik, voor mij onverwacht, de vraag welk departement ik zou ambiëren. Eigenlijk moet je dan een politiek correct antwoord geven van ‘nou, dat zien we dan wel, het zou natuurlijk een grote eer zijn, blablabla’. Maar wat vooral in mijn hoofd zat, was die fantastische fotoshoot. Dus ik zei – en dat meende ik ook wel, ik had het alleen nooit eerder hardop uitgesproken – misschien wil ik wel de eerste vrouwelijke minister van Defensie worden.”

Een open sollicitatie bij de premier dus?

„Achteraf denk je misschien dat het allemaal zo bedacht was, met die foto en dat interview, maar dat was echt niet zo. Al zal het onbewust vast een rol hebben gespeeld. Ik vind het onzinnig dat je niet zou mogen praten over je ambities. Dus als iemand mij vraagt ‘wat zou je willen’, dan flap ik het eruit. Nee wacht, flap is niet het goede woord – dan reageer ik daarop. Maar ik heb nooit gezegd: ik moet en ik zal minister worden.”

Zo bood Hennis zich vorig najaar ook spontaan aan om als Kamerlid naar Afghanistan te gaan. Defensie was niet haar terrein, maar de politietrainingsmissie valt ook onder Justitie, haar portefeuille toen. „Ik heb altijd al een enorm gevoel gehad bij onze krijgsmacht, maar daar zag ik pas echt de loyaliteit, de gedrevenheid, het vakmanschap, de kunde en het geloof van onze mensen die het verschil willen maken.”

Ze zag er ook dat „de politieke eisen die worden gesteld aan zo’n missie niet altijd allemaal even makkelijk uit te voeren zijn”. „En toch wordt daaraan met evenveel bevlogenheid invulling gegeven.”

De missie in Kunduz is net gedeeltelijk stilgelegd omdat de Afghanen zich niet houden aan restricties die zijn opgelegd door een meerderheid in de vorige Tweede Kamer. Gaat u iets aan die beperkingen doen?

„Wat mij betreft is het succes van die missie al evident door de trainingen die zijn gegeven. Enige realiteitszin is in deze discussie wel van belang. Afghanistan is niet bepaald het Zwitserland van Azië, en zal dat ook nooit worden. Wij gaan het land niet fundamenteel veranderen. We willen wel voldoende rendement uit de grote investeringen die we doen. Er ligt een duidelijk kader van de Kamer waar we ons aan moeten houden, maar als er meer ruimte noodzakelijk is, zal ik dat zeker aan de Kamer voorleggen. Ik ga niet achterover leunen en niets doen.”

Daar is ook geen tijd voor. Het regeerakkoord draagt haar op volgend jaar „uitgaande van het beschikbare budget een visie op de krijgsmacht van de toekomst” te formuleren én een beslissing te nemen over de definitieve aanschaf van de JSF. Ook is 2013 het zwaarste jaar in de bezuinigingsronde van 1 miljard euro waartoe het vorige kabinet besloot. Bij Defensie verdwijnen 12.000 banen. Hennis is de minister die 6.000 mensen moet ontslaan.

Dit kabinet bezuinigt niet opnieuw op Defensie, maar u bent wel de boeman.

„Het is zo dat we een heel ingrijpende reorganisatie doormaken die tot nu toe vrij abstract was. Volgend jaar krijgen die ontslagen echt een naam en een gezicht. Dat doet de hele organisatie pijn. Het wordt geen leuk jaar, dat realiseer ik me heel goed. Maar ik ben niet alleen de minister van ellende. Ik ben van nature optimistisch en zeker ook over de toekomst van Defensie.”

Een van haar prioriteiten, zegt Hennis, is het imago van de krijgsmacht. Ze wil de komende vier jaar uitdragen hoe belangrijk die is voor Nederland. „Dan heb ik het niet over grote woorden als het beschermen van ons grondgebied en dat van bondgenoten of van de internationale rechtsorde. Dat zijn begrippen waar een heleboel mensen helemaal niets mee kunnen. Maar Nederland is wel een handelsland dat wereldwijd grote belangen heeft. Júíst onze krijgsmacht speelt daarin een cruciale rol. En vergeet onze nationale inzet niet. Een grote ramp kunnen we niet bestrijden met alleen een politie- of brandweerauto. The Dutch Armed Forces zijn een ijzersterk merk met een enorme reputatie in het buitenland. Ik zou zo graag zien dat militairen in Nederland ook meer respect krijgen. Dat zie ik echt als mijn missie.”

In haar eerste weken komt ze waarschijnlijk nog niet toe aan het bezoeken van de troepen, laat staan de promotie daarvan. De politiek in Den Haag slokt haar volledig op. Wel heeft ze inmiddels de belangrijkste mannen in de krijgsmacht ontmoet. De hoogste generaal, commandant der strijdkrachten Tom Middendorp, kende ze al van haar bezoek aan Afghanistan. De vier commandanten van landmacht, marine, luchtmacht en marechaussee kwamen woensdag bij haar langs.

Toen opeens, toen ze naast die mannen in hun uniformen vol sterren en onderscheidingen stond, besefte ze: „Je kunt wel doen alsof het er niet toe doet, maar het is toch bijzonder dat daar opeens een vrouw tussen staat. Dus dat benoem ik dan ook maar gelijk. Maar inhoudelijk moet het niet uitmaken.”

Ligt u als vrouw hier extra onder een vergrootglas?

„Kijk, voor iedere bewindspersoon geldt dat er altijd mensen zijn die hopen dat je struikelt. Daarvoor maakt het niet uit of je een piemeltje hebt of niet. De politiek is een keihard bedrijf, voor mannen en voor vrouwen.”

‘Ik was vorig jaar met haar in Afghanistan. Daar bleek haar grote betrokkenheid. Ze stelde niet alleen de beleefdheidsvragen’

Generaal Tom Middendorp, commandant der strijdkrachten

‘Ze is misschien een flapuit, maar ook heel erg consciëntieus. Als ze iets niet mag zeggen, doet ze het niet’