Hij had de regie stevig in handen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Saskia Boissevain (54, Amsterdam, leraar basisonderwijs) is 32 jaar samen geweest met Peter Schenk, beeldend kunstenaar. Hij was 66 toen hij door darmkanker overleed, op 9 september 2011. Zij hebben vier kinderen, met partners, en vier kleinkinderen. Saskia: „Dit is de laatste foto samen, die middag gemaakt.”

Een maand geleden vertelde een arts van het Rotterdamse Havenziekenhuis op deze plek wat het voor hem betekende dat hij – voor het eerst in zijn loopbaan – euthanasie had toegepast, tweemaal zelfs, binnen een week.

Het bracht Saskia Boissevain tot deze reactie: ‘Mooi verhaal, goed dat het ook een keer vanuit dit perspectief wordt belicht. Ik zou graag willen vertellen hoe wij als gezin de euthanasie van mijn man hebben beleefd. Bent u hierin geïnteresseerd?’

Antwoord: zeker.

Ze zegt: „Al lang voordat Peter ziek was, had hij diverse keren gezegd: ‘Als ik niet meer kan schilderen, hoeft ’t niet meer voor mij. Schilderen ís mijn leven’.

„We wisten altijd van elkaar hoe we tegen euthanasie aankeken. We spraken erover zonder dat hiervoor een concrete aanleiding was. Dat maakte het nu minder beladen.

„Tot een week voor zijn dood heeft hij kunnen werken, weliswaar met hulp van een vriend, maar hij had de regie stevig in handen. Toen hij niet meer naar zijn atelier kon en bedlegerig werd, met veel pijn, wisten we dat zijn dagen geteld waren.

„Op z’n laatste dag gingen we ’s ochtends samen onder de douche. Hij zat op een krukje, ik waste hem, hij zei: ‘Het klinkt misschien raar, maar ik voel me zielsgelukkig.’ Dat was helemaal Peet: altijd onafhankelijk gebleven, steeds zijn eigen keuzes gemaakt.

„In de nazomer van 2010 werd duidelijk dat hij niet meer beter zou worden. Hij accepteerde dit vrij snel na dit intens verdrietige nieuws. Nadat hij dit met z’n naasten had gedeeld, wilde hij direct allerlei praktische zaken regelen – als eerste de euthanasie. Dat gaf hem rust, bracht berusting.

„Een handgeschreven verklaring had hij lang geleden al eens opgesteld. Nu vulde hij de verschillende standaardformulieren in, waarna we alles uitgebreid met de huisarts hebben doorgesproken. Daarna hebben we met de kinderen hier rondom de tafel gezeten. Peter wilde hun zelf precies vertellen hoe hij zijn levenseinde voor zich zag, wat hij wel en niet wilde. Het was zwaar en tegelijk fijn dit met elkaar te kunnen delen. Zijn openheid hielp ons bij de voorbereiding en acceptatie van wat komen ging.

„Hij heeft het langer volgehouden dan we eerst voor mogelijk hielden, maar hij is vreselijk ziek geweest. Uiteindelijk kón hij niet meer en hij keek uit naar het einde. De huisarts had gezegd: ‘Ik wil dit aan het begin van de avond doen, of in het weekend. Daarna heb ik tijd voor mezelf nodig, want dit is het moeilijkste deel van mijn vak.’

„Begin september hadden we met de huisarts een datum afgesproken: zondag de 11de. In de week daarvoor ging het steeds slechter. Peet zei: ‘Ik ben bang dat het straks te laat is.’ Hij vreesde dat hij de regie zou verliezen, dat de euthanasie uiteindelijk niet kon doorgaan, doordat hij niet meer bij kennis was. Op dinsdag hebben we de afgesproken datum twee dagen naar voren gehaald: vrijdag de 9de om zes uur ’s avonds zou de huisarts komen.

„De laatste dagen waren de kinderen hier in huis. We waren onmetelijk verdrietig, maar de sfeer was ook sereen. Peet straalde, hij snakte naar de bevrijding van de kanker. Zijn verdriet om ons achter te laten, was hij toen al voorbij.

„De avond tevoren zeiden we tegen elkaar: tja, hoe gaan we ’t doen morgen? We wisten het niet. Alles was gezegd en uitgesproken. We zeiden tegen elkaar: we zien wel, we laten het maar op ons afkomen.

„Vrijdagochtend kwam een verpleegkundige het infuus alvast plaatsen. Dat lukte niet, wat nog wel een toestand gaf: huisarts bellen, een ambulancebroeder laten komen, die ook een zak met vocht aan het infuus wilde koppelen, maar hij had daarvoor geen standaard bij zich. Als twee knutselaars begonnen Peet en die broeder te improviseren: ‘ja, een camerastatief en een klerenhanger, da’s een goed idee!’ Peet had daar wel lol in.

„Die vrijdag hebben we om beurten bij Peet op bed gezeten. Hij sliep veel. We hebben nog een familiefoto gemaakt, met alle geklungel dat erbij hoort: ‘Hoe werkt die zelfontspanner? Zit iedereen goed?’ Ik heb het in een roes beleefd – bizar en mooi tegelijk. Onze jongste zoon heeft in huis de klokken omgedraaid: hij wilde niet zien hoe de tijd naar zes uur kroop – het moment waarop de huisarts zou aanbellen.

„Om half vijf is Peet van ons bed naar een bed in zijn werkkamer gegaan. Daar wilde hij sterven. Met z’n allen hebben we toen om hem heen gezeten. Heel rustig allemaal – emotioneel, maar geen drama. Onze middelste zoon zei: ‘Ik zou wel een biertje lusten.’ Peet zei: ‘Ja, lekker, ik ook wel.’ Twee jaar lang had hij door z’n ziekte nauwelijks alcohol gedronken. Als een soort vredespijp gaven we het bier aan elkaar door. We konden er nog wel om lachen.

„Om zes uur ging de bel – zoals verwacht, maar toch gaat er dan een schok door je heen. De kinderen namen afscheid van Peet. Dat was vooraf zo afgesproken, het leek hem te heftig voor de kinderen en hemzelf wanneer zij erbij waren. Hij wilde met mij alleen zijn, in mijn armen sterven.

„De huisarts vroeg: ‘Ben je er klaar voor?’ Peet zei: ‘Ja’, en toen: ‘Ho, nog één ding’, hij keek de huisarts aan en hij zei: ‘Bedankt.’ Dat was z’n laatste woord.”

Tekst

Foto’s familie Schenk

E-mail: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord