En toen dachten ze: okay, Rutte, kan je het krijgen ook

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Mark Rutte en de plotselinge agressiviteit waarmee de media hem tegemoet traden. Ofwel: waarom zelfs incomplete koopkrachtgegevens genoeg waren om achter de VVD-leider aan te gaan.

Vlak nadat nieuwe bewindslieden zich aan de media hadden voorgesteld, het was maandagavond, wandelden twee oudere heren de hal van het Haagse Centraal Station binnen. De ene bleek mr. Henk Koning (79) te zijn, de voormalige president van de Algemene Rekenkamer. De andere herkende je onmiddellijk – het ronde brilletje, de lange pas, het gemak waarmee hij een licht spottende glimlach op het gezicht toverde. Het was, inderdaad, Hans Wiegel.

De heren waren zojuist op de reünie van Van Agt I (1977-1981) geweest, het enige kabinet waarin de oud-VVD-leider zitting had. Ze hadden zoals gebruikelijk in Wassenaar gegeten, vertelden ze, Dries was er ook weer. Hoogst genoeglijk allemaal.

Wiegel, het was geen verrassing, reageerde nonchalant op mijn opmerking dat de beroepspolitici uit zijn partij de laatste weken weer enorm van hem genoten hadden. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Hij tuitte de lippen en keek me geamuseerd aan – het kon hem niets schelen. Zijn opmerkingen over de inkomensafhankelijke zorgpremie („onaanvaardbaar”) waren aangekomen, en dat was dat. Hij had nu „radiostilte” ingelast, zei hij, en je kon zien dat hij over die opmerking lang niet ontevreden was.

Radiostilte. Dat was inderdaad een goed idee tijdens de formatie – totdat het na afloop van de formatie misschien niet zo’n goed idee bleek. Het oude CDA-kunstje, plannen lekken om te testen hoe ze vallen, had dus ook voordelen. Zoals bij nader inzien ook dat stroperige onderhandelen, ellenlang praten om in het midden uit te komen, misschien zo gek nog niet was. De ondoorgrondelijke teksten die het opleverde gaf elke partij kans zijn nederlagen te verbergen. En wat je ook kon zeggen van de inkomensafhankelijke zorgpremie en de VVD: verborgen hadden ze hem niet.

Zodoende voltrok die presentatie van nieuwe bewindslieden, op Algemene Zaken, zich maandagavond een beetje in mineur. En ze wilden nog wel Dreesiaans overkomen – soep, broodjes en kroketten.

Natuurlijk waren er de blije nieuwe gezichten. Tegelijk had je iemand als Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën, die doodkalm liet doorschemeren dat hij bikkelhard zal blijven in Brussel. Je zag het gemak waarmee Lodewijk Asscher journalisten voor zich weet te winnen. Je hoorde dat Edith Schippers er geen geheim van maakt dat ook zij na de formatie was overvallen door die zorgpremie.

Achteraf was toen, na de dubbele beëdiging en de bordesscène, al zo’n beetje duidelijk dat het nieuwe kabinet zich een onbeheersbaar probleem op de hals had gehaald. Opstand in de VVD. Mist over koopkrachteffecten. Media die niet loslieten. En trotse onderhandelaars die in de binnenkamer zo effectief waren geweest dat ze even vergeten waren dat je de buitenwereld niet alleen moet toespreken, maar ook moet overtuigen.

In Den Haag was al snel het verhaal dat de problemen van de VVD waren veroorzaakt door De Telegraaf. Marx Rutte, etc. Maar het opmerkelijke was dat die krant lang niet de enige was die zich opwierp als tolk van de bedrogen VVD-kiezer.

Diverse gezichtsbepalende journalisten gooiden zich persoonlijk in de strijd; ook dat is dus geen taboe meer.

Kees Berghuis, de kalme chef van de Haagse redactie van RTL4, stelde in een blog dat tweemaal modaal straks twintigmaal zoveel voor hetzelfde product betaalt als een minimumloner. „Het plan is besmet, weg ermee.”

En de Haagse anchor van het Journaal, Dominique van der Heyde, stelde in een column in gratis dagblad Spits vast dat „het plan aan alle kanten rammelt”.

Traditionele journalisten, die zweren bij een strikte scheiding van feiten en meningen, zullen er vast geen bewondering voor hebben. Maar het was minstens zo interessant dat nagenoeg geen misnoegen ontstond over deze openbare afwijzing van een cruciaal kabinetsplan door deze journalisten.

Een populaire theorie over het optreden van de media was dat journalisten, met hun tweemaal modale inkomen, ook persoonlijke motieven hadden om zich tegen het plan te keren. Het zal nooit met zekerheid vast te stellen zijn. En zelf had ik niet de tijd om met exactheid vast te stellen waarom ze met zijn allen op die zorgpremie sprongen, maar uit gesprekjes met betrokken verslaggevers merkte ik dat ze zich primair hadden laten leiden door hun ambachtelijke instinct.

Het kabinet presenteerde vorige week maandag algemene koopkrachtcijfers waarbij de laagste inkomens 0,2 procent stegen, en de hoogste 0,6 procent daalden. De cijfers die de omroepen de volgende dag vonden, dalingen van vele procenten voor tweemaal modaal door de nieuwe zorgpremie, gaven een ander beeld.

En toen sprong dus ook Wiegel er bovenop. Elk van zijn opvolgers, van Nijpels tot en met Rutte, heeft het mogen ervaren. En elk van zijn opvolgers heeft geprobeerd de relevantie van zijn ‘getoeter’ weg te praten. Het is nooit helemaal gelukt, hoe spijtig ze het ook vonden, en het representeert een partijcultuur waarmee de VVD zit opgescheept: voor zover conflicten niet over personen gaan, worden ze in de partij als de brand eenmaal uitslaat, gemakkelijk persoonlijk gemaakt.

Het liep voor journalisten uit op een confrontatie toen Rutte vorige week woensdag, in de Kamer, de berekeningen van de omroepen van tafel veegde, onder verwijzing naar het algemene koopkrachtbeeld van het CPB. Daar lag een voorname oorzaak van het ineens snel oplopende conflict tussen de media en de VVD. Okay Rutte, kan je het krijgen ook.

Hierna vlogen ons de berichten om de oren, soms over tientallen procenten die sommige groepen in zouden leveren.

En zo kwamen we kort na de bordesscène in een Haags ritueel terecht dat de problemen van een kabinet meestal vergroot: verzoeken om preciezere koopkrachtplaatjes annex puntenwolkjes.

Ik belde erover met Marein van Schaaijk, die tussen 1979 en 1992 de CPB-afdeling leidde waar de koopkracht wordt voorspeld. Koopkrachtgevolgen worden sinds eind jaren zestig doorgerekend, vertelde hij, de politiek was er dol op, maar ondanks vele verfijningen bleven de modellen voorname beperkingen houden. „De politiek staat voor een onmogelijke taak”, zei hij. „We zijn gewoon niet in staat alle aspecten van de koopkrachteffecten nauwkeurig in beeld te krijgen.”

Maar fictie of niet: als het erop aankomt worden ze behandeld als het laatste woord. Zo ging het ook afgelopen woensdag, toen het kabinet met nadere informatie over de gevolgen van de zorgpremie kwam. Er stond in dat ruim een miljoen mensen er meer dan 5 procent op achteruit gaan. Niemand kon weten of het waar was, maar het ging als feit de wereld in.

En het was het laatste zetje om formeel donderdag onderhandelingen te openen over de vraag of de inkomensafhankelijke zorgpremie niet vervangen kon worden door andere nivellerende maatregelen.

Dit alles liet zien dat er, ondanks het electorale succes van 12 september, tussen Rutte en de media iets is misgegaan. De VVD-leider die zich zo vlot en vriendschappelijk presenteert, is in de ogen van nogal wat Haagse verslaggevers te veel een man die alleen zendt, en zelden contact maakt. En die zijn partij in de loop van zijn Haagse jaren in die houding heeft meegetrokken. Mond houden als er problemen zijn. Media gebruiken als je zelf iets kwijt wil, en ze negeren als zij iets willen dat de partij slecht uitkomt.

Het werd geïllustreerd toen niemand namens de partij bleek te willen praten naar aanleiding van recente corruptieonderzoeken tegen provinciebestuurders uit de partij. En toen nieuwe VVD-Kamerleden, kort na 12 september, een spreekverbod bleken te hebben. Word je een liberale volksvertegenwoordiger, blijk je niet eens over de vrijheid te beschikken het woord in de media te voeren.

Zo stapelde de irritatie zich langzaam op. Het bleef buiten de openbaarheid zolang de partij en de premier succes op succes stapelden. Maar toen de kans zich vorige week voordeed, ook al ging het om onbestemde koopkrachtgegevens, bleek hoeveel krediet Rutte en zijn partij bij de media hadden opgebouwd. Het was niet veel.